zondag 16 augustus 2015

Is winst goed voor de economie?


De meeste mensen geloven dat winst goed is voor de economie. Maar is dat wel zo? Of is het alleen in het belang van de winstmakers dat de meeste mensen dit geloven? Omdat die mensen dan, vanwege dit geloof, geen bezwaar maken tegen het winstmodel? 

Economie 

Economie is, collectief gezien, eigenlijk een simpel mechanisme:  

Alle producten en diensten worden gemaakt door alle mensen die ze maken. Voor hun inspanning (hun arbeid), krijgen die mensen geld. Met dat geld kopen ze vervolgens diezelfde producten en diensten.  

Dat geld komt zo terug bij de bedrijven die de producten en diensten (verder aangeduid als producten) leveren, en met dat geld kunnen die bedrijven weer de lonen betalen aan de mensen die de producten en diensten maken. Die daarmee vervolgens de producten weer kopen. Etc.  

Dit is dus een keurig, zichzelf in stand houdend mechanisme. Een mechanisme dat nooit schaarste kan opleveren, en ook nooit werkloosheid. De makers zijn de afnemers, en de afnemers zijn de makers. Het is, collectief gezien, dezelfde groep.  

Toch werkt het in de praktijk niet zo. En daar is maar één reden voor: het is voor enkelen mogelijk om systematisch geld uit het mechanisme te halen en dit voor zichzelf te houden. Zonder er zelf producten voor te maken en zonder (het grootste deel van) dat geld uit te geven aan producten.

Dit geld is vervolgens niet beschikbaar voor de makers van de producten (in de vorm van beloning voor hun arbeid) en zo kunnen die makers diezelfde producten niet allemaal meer kopen.  

Winst 

Dit verschijnsel heet winst. Winst is het verschil tussen wat mensen betaald krijgen voor het maken van producten (loon), en wat ze moeten betalen voor het kopen van die producten (prijs). Die winst komt ten goede aan de winstmaker(s). Daarvan zijn er verhoudingsgewijs maar heel weinig. Veruit de meeste mensen verkrijgen hun geld uit loon, in ruil voor hun arbeid.

Winst leidt tot rijkdom van enkelen. Miljardairs hebben hun rijkdom niet vergaard door miljoenen malen zoveel te werken als andere mensen. Ze hebben hun rijkdom niet vergaard door miljoenen malen zoveel producten te maken met hun inspanningen. Ze hebben hun rijkdom vergaard via winstmodellen. Hun rijkdom bestaat uit gemaakte winst.  

Deze winst is bijeengebracht door producten die door de werkenden gemaakt zijn, te (laten) verkopen en daar winst op te maken. Oftewel, door meer voor de producten te krijgen, dan het kost om ze te laten maken. Alle rijkdom van de rijken is zo tot stand gekomen. Geen enkele rijke, maakt zelf de producten waarop hij zijn winst maakt.

De positie van winstmaker is maar voor enkelen toegankelijk. Het is vrijwel alleen weggelegd voor mensen die al rijk zijn. Met hun vermogen kopen ze eigenaarschap (aandelen) van bedrijven en daarmee verkrijgen zij de positie van winstmaker. Deze positie wordt dus gekocht met rijkdom, en die rijkdom bestond al uit winst.  

Winst leidt tot rijkdom van de winstmaker, en die rijkdom leidt vervolgens tot nog meer winst en dus tot nog meer rijkdom. Dit heet: met geld geld vergaren. En dus niet met werken.  

Dat zou geen probleem opleveren als die rijken al dat geld vervolgens zouden uitgeven aan producten. Zodat degenen die wel werken, die producten kunnen maken en daarvoor beloond kunnen worden. Maar de rijken geven dat geld niet uit. Als ze dat wel zouden doen, dan zouden ze hun geld dus uitgegeven hebben, en dan waren ze geen rijken meer.  

Rijkdom 

Het is onmogelijk voor de rijken om dat gewonnen geld allemaal uit te geven. Ten eerste omdat ze dan niet meer rijk zouden zijn, en dan zouden er dus geen rijken bestaan. Maar ook omdat een mens nou eenmaal maar een beperkte hoeveelheid producten kan consumeren. Tien sportwagens, een collectie villa's en dagelijkse banketten met champagne en kaviaar, zijn voor miljardairs onvoldoende om het op de krijgen. Het is onmogelijk om het allemaal uit te geven aan producten. Ze blijven, ondanks hun levensstijl, nog steeds rijk. 

Het geld waaruit die rijkdom bestaat, is dus gereserveerd. Opgepot. Dat geld is dus niet beschikbaar in het mechanisme van de economie. Er kunnen, met dat rijkdomgeld, dus geen producten gekocht worden. En dus ook niet gemaakt worden. En doordat ze niet gemaakt kunnen worden, kunnen mensen dus ook niet beloond worden voor het maken ervan.  

Rijkdom van enkelen leidt dus tot afname van geld dat beschikbaar is voor het belonen van alle andere mensen, en daarmee tot afname van geld dat beschikbaar is voor het kopen van producten. De rijken geven het immers niet uit, en de niet-rijken (die alle producten maken) hebben er geen beschikking over. Omdat de rijken het voor zichzelf houden.  

Het geld waarmee ze - via winst - rijk geworden zijn, is betaald door mensen die hun geld wel uitgeven. Het is betaald door de consumenten van de producten waarop de winst gemaakt wordt. Door degenen die deze producten gekocht hebben.

En deze mensen hebben hun geld wel verkregen door te werken. Ze hebben het verdiend als beloning voor het maken van de producten (producten waarop de winst gemaakt wordt). Ze moeten voor het kopen van die producten altijd meer betalen dan ze krijgen voor het maken van diezelfde producten. Het verschil (winst) gaat naar degenen die niets maken.

Armoede en werkloosheid 

Het geld dat door de rijken uit de economie gehaald is (door het voor zichzelf te reserveren), is niet langer beschikbaar in de economie. Het is niet langer beschikbaar voor lonen om daarmee producten te maken, en dus ook niet voor consumenten om daarmee producten te kopen. Producten die niet gekocht worden, kunnen niet worden gemaakt, en dus kunnen mensen ook niet meer beloond worden voor het maken ervan. Dat betekent dus minder banen. Mensen die geen baan meer hebben, kunnen geen geld meer verdienen voor het kopen van producten, en kunnen er dus nog minder gemaakt worden, etc.  

Anders gezegd: winst leidt tot minder werkgelegenheid en dus tot minder verdiengelegenheid. 
Oftewel, toenemende winst/rijkdom van enkelen, leidt tot toenemende werkloosheid en/of armoede voor de rest.   

Dit mechanisme - het mechanisme van steeds rijker wordende rijken en afname van werk/verdiengelegenheid voor de rest - is momenteel uiterst zichtbaar.  

Het winstmodel leidt tot rijkdom van enkelen en die rijkdom leidt onherroepelijk tot krimp van de reële economie: de economie van goederen en diensten.

Uiteindelijk is alle rijkdom van de rijken betaald door de afnemers van producten (consumenten die met werken hun geld verdienen). Producten waarop de winst zit die de rijkdom van de rijken genereert. Als gevolg van die winst/rijkdom, is er minder geld beschikbaar voor de rest en kunnen de afnemers dus steeds minder producten kopen. En dus ook steeds minder bijdragen aan de winst en dus aan de rijkdom van de winstmakers.

Het winstmodel is eindig 

Om die rijkdom desondanks te kunnen laten groeien, zullen de rijken hun macht aanwenden om de beloningen (lonen) verder te laten krimpen. Of de prijzen te laten stijgen. Of een combinatie van beide. Zodat de winstmarges (ondanks teruglopende afzet) kunnen blijven bestaan of kunnen groeien. 

Maar dat leidt tot verder verlies aan koopkracht. Net zolang totdat er nauwelijks meer koopkracht over is. En er dus ook geen mogelijkheid meer bestaat tot het maken van winst.  

Het winstmechanisme is dus een eindig systeem. Het houdt op als de parasiterende partij, de geparasiteerde partij omzeep geholpen heeft. En daarmee ook haar eigen bestaansrecht opgesoupeerd heeft.


* Met winst bedoel ik corporate winst die ten goede komt aan aandeelhouders. Aandeelhouders die niet zelf werkzaam zijn in de bedrijven die hun winst genereren, maar waarvan ze wel eigenaar zijn. Aandeelhouders die uitsluitend aandeelhouder/eigenaar zijn vanwege het rendement op hun geld, die verder geen binding hebben met het bedrijf en er ook verder geen bijdrage aan leveren. Aandeelhouders die, zodra het bedrijf minder winst oplevert, hun geld verplaatsen naar een meer renderende plek.  

Met winst bedoel ik nadrukkelijk niet de opbrengst van de inspanningen van de MKB ondernemer of kleine zelfstandige die veelal zelf keihard werkt. Fiscaal gezien wordt dit ook winst genoemd, maar dat is het eigenlijk niet. Het is gewoon vergoeding voor arbeid. En dus geen winst.

 

 

maandag 27 juli 2015

De wereld als slavenkolonie


De wereld is een slavenkolonie. Die slavenkolonie wordt gerund en beheerd door één misdaadsyndicaat. De populatie van de kolonie bestaat uit twee soorten mensen: de eigenaren, en de slaven. 

Uiteraard vereist het runnen van zo'n misdaadsyndicaat een organisatiestructuur. In de huidige situatie is het syndicaat daarom onderverdeeld in een aantal afdelingen, elk met een eigen functie. 

- Het strategisch topmanagement
Hier bevindt zich de top van het syndicaat. Het zijn de eigenaren ervan. Hier worden de strategieën ontwikkeld die de macht en rijkdom van deze top moeten vergroten. Daarnaast wordt hier bepaald hoe de andere afdelingen moeten functioneren. Die andere afdelingen werken als instrumenten ten bate van de macht en rijkdom van deze top. Alleen binnen dit strategisch topmanagement is de volledige agenda van het syndicaat bekend.  

- Het uitvoerend management
Dat zijn de regeringen en overheden van de wereld. Zij zijn de uitvoerende organen van het syndicaat. Deze afdeling vaardigt (op bevel van het topmanagement) de regels (wetten) uit waaraan de slaven zich moeten houden, voert de dagelijkse controle, bestuurt het geweld dat op de slaven losgelaten wordt (leger, politie) en int de belastingen die indirect bijdragen aan het verdienmodel van het syndicaat. Het is het dagelijks management en het dient als incassobende, slavendrijver en bestraffer. Deze afdeling wordt in stand gehouden met instemming van de slaven. Die instemming wordt verkregen door de slaven de illusie te geven dat ze vrij zijn, en dat ze de regering zelf mogen kiezen. Voor de top vormt deze afdeling een potentieel risico omdat ze beschikt over wapens. Dit risico wordt onschadelijk gemaakt door deze afdeling volledig financieel afhankelijk te maken van het topmanagement door middel van onaflosbare schulden.  

- Het commercieel management
Dat is het monetair/kapitalistische systeem. Dit is het uiteindelijke verdienmodel van het syndicaat. Hier wordt zoveel mogelijk waarde die de slaven met hun arbeid leveren, geconfisqueerd door het syndicaat. Deze afdeling gebruikt daarbij banken en rechtspersonen (NV's, BV's etc.) waarvan het topmanagement eigenaar is. Hier wordt zowel vrijwel alle arbeid geleverd door de slaven (werknemerschap) als vrijwel alle opbrengst daarvan afgenomen van de slaven. Het instrument dat hiervoor wordt ingezet is het geld/schuldsysteem.  

- Het PR management
Deze afdeling houdt zich bezig met perceptiemanagement. Het doel is te voorkomen dat de slaven beseffen dat het syndicaat bestaat en wat de werkelijke aard ervan is. Het middel dat hiervoor gebruikt wordt, is liegen. Het doel van liegen is de slaven te laten geloven dat de afdelingen van het syndicaat (en het syndicaat zelf) niet de bedoeling hebben om op de slaven te parasiteren, maar ze te beschermen. Deze afdeling kennen we onder de noemer: media. 

De bovenstaande afdelingen moeten natuurlijk bemand worden. Het syndicaat verleent hiervoor privileges aan een aantal slaven. Die privileges variëren van een modaal inkomen als ambtenaar, tot een topinkomen in de bancaire sector, of van lokaal bestuurder tot enige bescheiden macht als landelijk politicus etc.  

In ruil voor die privileges, nemen deze slaven een afgebakende taak op zich. Veruit de meeste van deze slaven zijn zich er niet van bewust dat ze deel uitmaken van het misdaadsyndicaat. Ze overzien alleen hun eigen taak en geloven een eerzaam beroep te hebben.  

De topslaven zijn zich daar vaak meer bewust van, maar hun beloning is dusdanig riant dat het belang van positiebehoud groter is dan de roep van het geweten. Slaven met een gezond ontwikkeld geweten, komen voor deze posities niet in aanmerking.  

Deze organisatie van het misdaadsyndicaat functioneert op zich prima, maar kent een aantal kwetsbaarheden. Ten eerste werken er bij de verschillende afdelingen betrekkelijk veel mensen. Die moeten allemaal bestuurd (en betaald) worden en dat is niet erg efficiënt. Ten tweede kan het syndicaat alleen voortbestaan zolang de slaven niet beseffen dat het om een misdaadsyndicaat gaat. Dat maakt het hele systeem kwetsbaar voor plotselinge bewustzijnsgroei onder de slaven. 

Om die reden, wil het strategisch topmanagement (tevens de eigenaren van het syndicaat) het met minder submanagement gaan doen. Daarnaast wil het minder afhankelijk worden van het geloof van de slaven. Het moet eenvoudiger, efficiënter en (voor de eigenaren) veiliger. 

Om deze redenen, moet de organisatiestructuur op de schop. Het nadeel daarvan is dat de slaven gehecht zijn aan deze structuren, en daarom een eenzijdige verandering niet zomaar zullen accepteren. De oplossing hiervoor is het opzettelijk creëren van problemen (crisis) en het hiermee scheppen van een situatie van "overmacht". En die overmacht moet vervolgens maatregelen rechtvaardigen die zonder die overmacht niet aanvaard zouden worden.  

Maatregelen zoals directe individuele elektronische controle over het gedrag van alle slaven en een nieuw elektronisch verdienmodel (100% centraal gecontroleerd, digitaal geld) dat tevens het geweld van het uitvoerend management grotendeels overbodig maakt. De slaven kunnen dan immers bij ieder ongewenst gedrag, individueel en volautomatisch uitgesloten worden van de toegang tot voedsel en andere zaken die een levensvoorwaarde zijn voor die slaven. Zonder te kunnen teruggrijpen op anonieme contante betaling. Niet gehoorzamen betekent dan niet eten 

Daarnaast is het uitvoerend management (regeringen) nu erg versnipperd en dus is het besturen ervan omslachtig. Dit moet dus worden samengevoegd tot één afdeling (één wereldregering, met één wetgeving, één leger etc.) 

Op dit moment is er dus een reorganisatie gaande binnen het misdaadsyndicaat. Dit om te voorkomen dat het "wakker worden" van de slaven het einde van het syndicaat zal betekenen.  

Dit brengt echter wel een risico met zich mee: door alle veranderingen, zouden de slaven versneld tot ongewenste inzichten kunnen komen. Bijvoorbeeld het inzicht dat ze slaven zijn. Gerund door een misdaadsyndicaat. En dat ze zich - vóór de voltooiing van de reorganisatie - daarvan bevrijden. Ze zijn immers in een overgrote meerderheid en alleen hun geloof houdt ze gevangen....   

Spannende tijden dus.  


zondag 19 juli 2015

Bezuinigen

Mensen stemmen in met "bezuinigingen" omdat ze de collectieve situatie vergelijken met hun persoonlijke situatie. Als ze zelf teveel uitgeven en daardoor rood staan, moeten ze minder geld uitgeven. Dat betekent dat ze minder geld aan anderen moeten gaan betalen in ruil voor producten/diensten. Oftewel minder moeten kopen. Dat is herkenbaar voor mensen.

Maar collectief werkt het niet zo. Bij iedere transactie, betaalt het collectief zichzelf. Iedere uitgave in het collectief, is ook een inkomst ergens in dat collectief.

Een collectief is een verzameling mensen die iets gemeen hebben. Een munteenheid bijvoorbeeld.

Geld uit dat collectief houden aan de uitgavenkant (wat de definitie van bezuinigen is), resulteert dus in minder geld aan de inkomstenkant in dat collectief. En dus minder capaciteit aan de uitgavenkant, en dus minder aan de inkomstenkant etc. Een vicieuze cirkel waarvan de gevolgen nu zo duidelijk zichtbaar worden.

Bezuinigen leidt dus tot afname van het totale aantal transacties. Een ander woord voor het totaal aan transacties dat plaatsvindt in een collectief, is "economie". Bezuinigen leidt dus onherroepelijk tot krimp van de economie.

Dit betekent dat "leiders" (zoals Dijsselbloem en consorten) die beweren dat bezuinigingen leiden tot herstel van de economie, OF zo dom zijn dat ze dit eenvoudige principe niet begrijpen, OF dat ze liegen.

Op dit moment roepen vrijwel alle toonaangevende economen (waaronder Nobelprijswinnaars) dat bezuinigen leidt tot het vernietigen van de economie. Deze informatie is ook voor die "leiders" toegankelijk. 'We hebben het niet geweten' gaat dus niet meer op.

Dit betekent dat er geen andere mogelijkheid resteert dan dat de Dijsselbloemen van deze wereld liegen. Dat ze liegen als ze zeggen dat ze de bedoeling hebben de economie te herstellen, en vervolgens toch bezuinigen. Het betekent dat ze een andere bedoeling hebben. Dat ze de bedoeling hebben om de economie te vernietigen, in plaats van te herstellen. Het betekent dat ze malafide zijn.

De wereld kent een ellenlange historie van malafide "leiders", dus op zich is dit niks nieuws. Wat wel nieuw zou zijn, is het besef onder de bevolking dat het geen goed idee is om zich te laten leiden door dit soort malafide figuren. Volgens mij hebben we daarvoor als mensheid nu toch wel voldoende ervaring opgedaan.



donderdag 29 januari 2015

Winst: overproductie, werkloosheid en slavernij




De meeste mensen menen te weten dat winst* goed is. Dat de economie winst nodig heeft en dat iedereen daar uiteindelijk van profiteert. Maar is dat wel zo? 

Wat is winst eigenlijk?  

Iets krijgt pas (handels)waarde als er arbeid aan toegevoegd wordt. Grondstoffen zijn immers door de natuur gegeven en dus gratis. Pas als er arbeid aan toegevoegd wordt (door ze bijvoorbeeld op te graven) krijgen ze geldwaarde. Als er vervolgens opnieuw arbeid aan toegevoegd wordt (als er iets van gemaakt wordt), dan stijgt de waarde. Arbeid is dus het enige dat waarde genereert. Anders gezegd: arbeid = waarde.

Maar de waarde van iets, is iets anders dan de prijs ervan. Dat komt omdat in de prijs het element winst is toegevoegd. Winst is geld dat overblijft nadat alle arbeid/waarde betaald is. Winst is het aandeel in de prijs waar geen waarde/arbeid tegenover staat. 

Prijs = waarde/arbeid + winst.  

Dit geldt voor de gehele productieketen, want ook de prijs van alle productiemiddelen zoals gebouwen, energie, machines, halffabricaten, vreemd kapitaal etc. is opgebouwd uit arbeid + winst.  De eindprijs van ieder product/iedere dienst bestaat uiteindelijk dus uitsluitend uit een optelsom van de elementen arbeid en winst

Winst is dus het deel van de prijs waarvoor geen arbeid (=waarde) geleverd is. Omdat arbeid het enige is dat waarde toevoegt, is de prijs van een product/dienst (incl. winst) altijd hoger dan de waarde ervan. De prijs is immers: waarde PLUS winst. 

Maar om het product te kunnen kopen, moet wel die prijs (inclusief de winst dus) betaald worden. En om het benodigde geld daarvoor te verdienen, moet wel arbeid geleverd worden. Dat betekent dat er altijd meer arbeid geleverd moet worden om een product te kunnen kopen, dan nodig is om hetzelfde product te maken. Het verschil is de winst. 

Alle werkende mensen bij elkaar maken (met hun arbeid) alle producten en diensten die beschikbaar zijn. Dat werken wordt beloond met geld. Al die mensen bij elkaar krijgen echter voor het maken van die producten, minder geld dan ze moeten betalen voor het kopen ervan. Om genoeg te verdienen om de producten toch te kunnen kopen, moeten de mensen altijd meer werken dan nodig is om diezelfde producten te maken. Vanwege de winst. 

Overproductie

Dat benodigde extra werk, leidt natuurlijk ook tot extra productie. Als mensen meer moeten werken dan feitelijk nodig is, produceren ze ook meer dan feitelijk nodig is. 

Anders gezegd: vanwege winst moet er altijd meer gewerkt, en dus meer geproduceerd worden dan er gekocht kan worden. Dat is overproductie. 

Werkloosheid

Overproductie bestaat uit onverkochte producten. Eigenaren van bedrijven zullen het niet prettig vinden als ze met hun producten blijven zitten, en zullen de productie daarom omlaag willen brengen. Dat betekent dat er minder gewerkt zal kunnen worden. Dat resulteert dus in minder werkgelegenheid. En dus minder verdiengelegenheid. En dus minder koopgelegenheid. 

Winst genereert een kloof tussen productiecapaciteit (teveel) en koopcapaciteit (te weinig).  

Winst leidt dus onherroepelijk tot overproductie en overproductie leidt onherroepelijk tot werkloosheid.  

Dit is precies wat er nu gebeurt. Mensen hebben behoefte aan producten, maar verdienen met het maken van die producten onvoldoende om ze allemaal te kunnen kopen (vanwege de winst). Daarvoor moeten ze extra werken en dat betekent overproductie. Overproductie leidt tot terugschroeven van productie en dus tot afname van werkgelegenheid. En dus tot afname van verdiengelegenheid. En dat betekent steeds minder gelegenheid om producten te kunnen kopen. Dit mechanisme leidt tot armoede. 

Armoede is niet gebrek aan geld, maar gebrek aan toegang tot benodigde producten zoals onderdak, voedsel, energie, kleding etc. Allemaal producten van menselijke arbeid. Die toegang wordt beperkt door winst. Winst leidt tot beperkte toegang tot de producten die alle mensen bij elkaar, zelf maken.  

Rijkdom 

Verreweg de meeste mensen verdienen hun geld met werken. Met het leveren van arbeid dus. Oftewel, met het leveren van waarde. 

Voor verreweg de meeste mensen is dat de enige manier om aan het benodigde geld te komen om producten/diensten te kunnen kopen. Soms geven mensen het met hun arbeid verdiende tegoed (geld) niet meteen uit. Dat heet sparen. Sparen leidt tot het bezit van waarde.  

Dit geldt voor vrijwel iedereen. Behalve voor de winstmakers. Winst is immers geld waarvoor geen arbeid geleverd is. Degene die de winst opstrijkt, is dus degene die geld krijgt zonder er zelf arbeid voor te leveren. Zonder er waarde voor te leveren. Winst maken is profiteren van de arbeid die door anderen geleverd is. 

Dit betekent dus: tegoed (geld) ontvangen zonder waarde te leveren. Wanneer dat geld cumuleert (oppot), leidt dat tot rijkdom van de winstmaker. Er is dus een verschil tussen bezit (nog niet uitgegeven tegoed uit arbeid) en rijkdom (gecumuleerd tegoed, zonder geleverde arbeid). 

Alle rijken op de wereld, hebben hun rijkdom vergaard door winst. Niet door werken. Een handjevol allerrijksten, heeft momenteel meer geld dan de 3,5 miljard armste mensen bij elkaar. Dat hebben ze niet voor elkaar gekregen door miljoenen malen zoveel arbeid te leveren als die armen. Dat hebben ze gegenereerd met winst.  

Rijkdom bestaat dus uit winst. Winst is geld waarvoor anderen gewerkt hebben, maar dat opgestreken wordt door mensen die daarvoor geen arbeid (=waarde) geleverd hebben.  

Rijkdom bestaat uit niet-uitgegeven geld. Als je al het geld dat binnenkomt uitgeeft, word je immers niet rijk. Je wordt rijk als je meer geld binnenkrijgt dan je uitgeeft. Als dat geld oppot. Rijkdom is dus geld dat uit de roulatie gehaald is. Geld dat geparkeerd is bij de winstmakers/rijken. Geld waarvoor (door leden van de samenleving) gewerkt is, maar dat niet beschikbaar is in de samenleving.  

Rijkdom is dus uit de samenleving weggeparasiteerde, gecumuleerde waarde. Waarde die ten goede komt aan degenen die zelf geen waarde leveren. Aan de winstmakers. 

Slavernij

Winst is dus het profiteren/toe-eigenen van de opbrengst van de arbeid van anderen. En dat is precies de definitie van slavernij.  

Winst = slavernij. 

Als op het totaal van alle producten winst gemaakt wordt, zijn alle mensen die al die producten maken gedeeltelijk slaaf. Een deel van de opbrengst van de door hen geleverde waarde (arbeid) komt dan immers ten goede aan de winstmakers, en dus niet aan henzelf (terwijl zij de werkelijke waarde/arbeid leveren).  

Het bestaan van het verschijnsel rijkdom, bewijst dat die winst ook daadwerkelijk gemaakt wordt. De rijkdom van de rijken bestaat immers uit winst. 

Sterker nog: de rijken worden steeds rijker en de armen steeds armer. Dat betekent dat het totaal aan winst toeneemt. En dat betekent dat er sprake is van toenemende overproductie, toenemende werkloosheid en toenemende armoede. En toenemende slavernij. 

Is winst nodig? 

Als iedere werknemer, inclusief de directeur/eigenaar, betaald is voor zijn arbeid, waarom zou er dan nog winst gemaakt moeten worden?

Een vaak gehoord argument is: om reserve op te bouwen voor moeilijkere tijden. Maar reserve is geen winst. Het blijft in het bedrijf en komt niet ten goede aan de winstmakers (eigenaren/aandeelhouders).  

Een ander argument is: om investeerders en financiers te interesseren. Waarom zou iemand investeren in het bouwen van bijvoorbeeld een fabriek, als er geen winst in het vooruitschiet ligt? 

Feitelijk zijn er twee type investeerders: mensen/instellingen die veel geld beschikbaar hebben, en banken. 

Mensen/instellingen die veel geld ter beschikking hebben, zijn rijken. Hun geld bestaat dus al uit voorheen gecumuleerde winst. Doordat zij parasiteren op de werkenden en daarom rijk zijn, worden de mensen die de werkelijke waarde (arbeid) leveren, armer. Daardoor kunnen die werkenden niet zelf gezamenlijk investeren. Investeerders zijn dus nodig als gevolg van winst. En niet omgekeerd. 

Het product van banken is geld. De prijs van dat product is rente, en ook die prijs bestaat uit de combinatie arbeid + winst. 

Banken creëren geld uit niets. Dat betekent voor banken: arbeid (vrijwel 0%) + winst (vrijwel 100%) = prijs (rente). 

Zonder die winst zou de prijs van het beschikbaar stellen van een voorschot (krediet) vrijwel nul zijn. En dus geen invloed hebben op de eindprijs van het product. Dat is nu (in hoge mate) wel het geval. 

Winst is slavernij. Alleen als we vinden dat slavernij noodzakelijk is in de samenleving, zou er een rechtvaardiging bestaan voor winst. 

Wat dan?

Ons huidige monetair/economische systeem maakt het mogelijk om waardedrager (geld) te bemachtigen zonder er waarde (arbeid) voor in ruil te geven. Winst te maken dus.  

Hoe meer winst iemand maakt, hoe meer rijkdom hij vergaart en hoe gemakkelijker het wordt om nog meer winst te maken. Dat gaat in toenemende mate ten koste van degenen die wel echte waarde/arbeid leveren. Winst van enkelen, betekent verlies voor velen.  

Als we dat niet meer willen, is dat zeer eenvoudig op te lossen: maak een systeem waarin waardedrager (geld) uitsluitend te verkrijgen is door waarde (arbeid) te leveren. En op geen enkele andere manier.  

Dan kan er alleen nog bezit bestaan (nog niet uitgeven geld uit geleverde arbeid/waarde), en geen rijkdom (gecumuleerde winst, zonder geleverde arbeid/waarde).  

En omdat armoede het gevolg is van rijkdom/winst kan er dan dus ook geen armoede meer bestaan. En geen overproductie (met alle gevolgen van dien voor de planeet). En geen werkloosheid. Dan zou iedereen precies evenveel waarde kunnen kopen als hij levert. En dan zou niemand meer moeten werken dan werkelijk nodig is. Of minder verdienen dan hij verdient te krijgen.  


* Voor de duidelijkheid: met winst bedoel ik niet de verdiensten van een kleine zelfstandige. Dat is gewoon vergoeding voor de door hemzelf geleverde arbeid. Bij alle andere bedrijven (BV's, NV's etc.) wordt de winst berekend na aftrek van alle loonkosten, dus ook die van de directeur/eigenaar. Deze winst komt ten goede aan de eigenaren/aandeelhouders die zelf niets bijdragen aan het tot stand komen van de producten die de bedrijven waarvan ze aandeelhouder zijn, produceren.

maandag 3 november 2014

Waartoe zijn we op aarde?


Wat zijn we?

De klassiek vraag “Waartoe zijn wij op aarde” is welbeschouwd een vreemde vraag. Waartoe is een plant op aarde? Of een dier? Of bergen? Waartoe bestaat de aarde? Waartoe bestaat wat-dan-ook in het Universum?

De definitie van het Universum is: Alles-dat-IS (heel-al, heelal). Het is de complete verzameling van alles dat bestaat. Die verzameling bevat dus alles dat bestaat. Inclusief de mensheid. Er kan per definitie niets zijn dat erbuiten valt. Meer dan Alles, kan immers niet bestaan. Bestond dat toch, dan zou het vanzelf weer binnen de verzameling vallen die Universum heet en die dus alles omvat.

Daarom is er maar één Universum (letterlijk: één versie). Er is dus maar één ding dat het Universum definieert, en dat is dat Universum zelf. Er is verder niets om het mee te vergelijken of aan te relateren. Dat betekent dat het Universum volmaakt beantwoordt aan de definitie van het Universum.

Anders gezegd: het Universum is per definitie volmaakt. Het is per definitie en altijd “in orde”. Alles in het Universum is daarom altijd precies zoals het moet zijn. Alles in het Universum IS er, omdat het er IS. Al die dingen samen, vormen het volmaakte Universum.

Ook wij mensen maken deel uit van dat Universum. Ook wij ZIJN er omdat we er ZIJN. Omdat in het Universum alles per definitie volmaakt is (er IS niks anders), zijn wij dat ook. In het Universum heeft alles een volmaakte functie in de volmaakte werking van het geheel, en dus hebben wij ook zo’n functie.

De vraag zou dus kunnen zijn: “Wat is onze functie?”. Het feit dat wij zijn uitgerust met een mate van bewustzijn (bewustzijn dat ons in staat stelt deze vraag te stellen) hoort dus volmaakt bij mensen. Dat bewustzijn is onderdeel van ons en wij zijn onderdeel van het volmaakte Universum. Dat wil zeggen dat onze functie tot de volmaaktheid van het Universum behoort.

Blijkbaar is het voor de volmaaktheid van het Universum nodig dat iets of iemand zich bewust wordt van de volmaaktheid van dat Universum. Ons bewustzijn biedt die mogelijkheid.

Wij zijn daarmee het onderdeel van het Universum dat (hier op aarde) de functie en het vermogen heeft om dat Universum zelf, in zijn eigen volmaaktheid bewust te beleven.

Om het begrip volmaaktheid te kunnen beleven en daarvan bewust te worden, is het echter wel noodzakelijk dat we ook het begrip onvolmaaktheid kennen.

Wanneer er uitsluitend volmaaktheid zou bestaan, zouden we het niet als zodanig kunnen beleven en waarderen. Net zomin als we het begrip gezondheid zouden kunnen beleven en waarderen als er nooit ziekte zou (hebben) bestaan. Gezondheid zou dan volkomen vanzelfsprekend zijn; we zouden er niet eens een woord voor kunnen hebben.

Het Universum kan zijn eigen volmaaktheid uitsluitend beleven in relatie tot onvolmaaktheid.

Wij kunnen volmaaktheid uitsluitend beleven in relatie tot onvolmaaktheid.

Toch bestaat er in het Universum uitsluitend volmaaktheid. Dat zou dus betekenen dat die volmaaktheid nooit beleefd zou kunnen worden. Op de vraag: “Hoe kan die volmaaktheid dan toch beleefd worden?” heeft het Universum een volmaakte oplossing gevonden:

Creëer een soort die het vermogen voor bewuste beleving heeft, en daarnaast in staat en vrij is om zelf te creëren. Zodanig vrij, dat die soort ook vrij en in staat is om onvolmaaktheid te creëren. Onvolmaaktheid die door die soort zelf gecreëerd wordt en als zodanig beleefd wordt. En die diezelfde soort in staat stelt om vervolgens de volmaaktheid van het Universum te beleven in relatie tot de (door die soort zelf gecreëerde) onvolmaaktheid.

Dat betekent dus dat die (door mensen gecreëerde) onvolmaaktheid, volmaakt deel uitmaakt van de volmaaktheid van het Universum. Het Universum waarvan wij (hier op aarde) het onderdeel zijn dat zichzelf bewust beleeft. Wij maken deel uit van het (zelf)bewustzijn van het Universum.

Als relatief jonge soort, hebben we dus eerst kennis moeten maken met onvolmaaktheid (die we zelf gecreëerd hebben), voordat we bewuste waardering voor de volmaaktheid van het Universum (met alles daarin, inclusief onszelf) konden krijgen.

Persoonlijk denk ik dat we nu voldoende onvolmaaktheid beleefd hebben om de volgende stap te maken naar onze functie binnen de volmaaktheid van het Universum: het Universum (met alles daarin) bewust te gaan beleven en waarderen voor wat het IS: volmaakt. En die volmaaktheid voortaan te gaan gebruiken als voorbeeld om onze eigen creaties daarmee in overeenstemming te laten zijn.

 
Hoe dan?

Hoe creëren we dan een realiteit die wel aansluit bij de volmaaktheid van het Universum?

Om een gewenste realiteit te creëren (een realiteit die we als “in orde” beleven, een realiteit die de volmaaktheid van het Universum weerspiegelt), zijn er 3 stappen noodzakelijk:

1- Besef DAT we onze realiteit zelf creëren.

2- Besef van HOE we die realiteit creëren. Zie: http://achterdesamenleving.nl/5-stappen-van-de-cyclus-van-creatie/

3- Besef van WAT we in het mechanisme moeten stoppen om een gewenste realiteit te creëren.

Mensen creëren dus hun eigen realiteit. Zowel op individueel als op collectief niveau. Iedere manifestatie daarvan begint met een gedachte. Die gedachte leidt tot een emotie, en op basis van die emotie gaan we handelen (dingen doen), en daarmee richten we onze wereld en onze samenleving (onze realiteit) in.

Mensen kunnen gedachten hebben die overeenstemmen met de volmaaktheid van het Universum (overeenstemmen met waarheid), of gedachten hebben die dissoneren met die volmaaktheid (onware gedachten). Een gedachte die overeenstemt met waarheid, levert daarom (via emotie en handelen) een met het Universum harmoniërende realiteit op.

Iedere ongewenste, als onvolmaakt beleefde realiteit is daarom gebaseerd op een onware gedachte. In het universum bestaat onvolmaaktheid niet. Iedere onvolmaaktheid die we beleven is daarom het gevolg van ons eigen handelen, en dat handelen is gebaseerd op ons denken. Dus, als we een onvolmaaktheid beleven, dan moeten we kijken naar onze achterliggende, onware gedachte.

Mensen gaan meestal handelen als ze denken dat iets niet-in-orde is (als ze oordelen). Wanneer ze dat denken terwijl het in werkelijkheid wel in orde was, dan zullen ze iets dat al volmaakt was, proberen aan te passen. En daarmee dus onvolmaakt maken.

Iedere gedachte over de onvolmaaktheid van iets, levert daarom uiteindelijk (via emotie en handelen) een onvolmaakte realiteit op. Een realiteit die niet meer harmonieert met de werkelijke aard (de waarheid) van het Universum.

Dat Universum wordt gekenmerkt door volmaaktheid. Hierin is dus altijd het perfecte voorbeeld te vinden. Wanneer we onze realiteit als negatief beleven, ligt daar een negatieve gedachte aan ten grondslag. Een gedachte over de imperfectie van iets. Dat is dus per definitie een onware gedachte.

Omdat in alles (ook in de door onszelf gecreëerde onvolmaakte realiteit) volmaaktheid te vinden is, kun je daarop je aandacht richten. Dat gebeurt meestal niet omdat mensen de neiging hebben om hun aandacht juist te richten op hetgeen ze als een “probleem” zien. Op de ONvolmaaktheid van dingen dus. En dat leidt dan weer tot een nieuwe gedachte over onvolmaaktheid, en daarmee (via emotie en handelen) weer tot nieuwe onvolmaakte realiteit. Zo blijven “problemen” in stand.

De oplossing is dus je gedachten te baseren op de volmaaktheid die in alles ook aanwezig is. Dat betekent dat het nodig is om je aandacht om te buigen van aandacht voor ONvolmaaktheid (problemen) naar aandacht voor volmaaktheid. Zoek bewust naar de volmaaktheid in alles, en je gedachten zullen daarop gebaseerd zijn. En dat zal uiteindelijk een realiteit opleveren die daarbij aansluit.

Dat betekent niet dat we de door onszelf gecreëerde onvolmaaktheid moeten negeren. Het betekent dat me moeten beseffen dat wij ZELF die onvolmaakte realiteit creëren volgens hetzelfde volmaakte mechanisme waarmee we ook een realiteit kunnen creëren die we WEL als “in orde” beleven.

Als we beseffen dat we zelfs in staat zijn om een realiteit te creëren die afwijkt van de aard van het Universum (dat we zelfs daarvoor het volmaakte vermogen bezitten), dan zullen we beseffen dat we dat vermogen veel gemakkelijker kunnen inzetten om een realiteit de creëren die juist wel overeenstemt met de aard van dat Universum.

Als we beseffen dat we het perfecte gereedschap daarvoor in handen hebben, en we leren hoe we het kunnen gebruiken, dan kunnen we letterlijk maken wat we willen. Dan kunnen onze creaties dus ook de volmaaktheid van het Universum weerspiegelen. Het volmaakte voorbeeld daarvoor ligt altijd recht voor onze neus.

 

 

zondag 14 september 2014

Hoe we realiteit creëren


 


Op de website mensenrechten.org las ik een boeiend artikel over stressvolle gedachten. 

Ik vind het altijd fascinerend om te kijken naar wat dingen nou eigenlijk ZIJN. Dus ook naar wat stressvolle gedachten nou eigenlijk zijn.  

Alle stressvolle gedachten, zijn gedachten over de onvolmaaktheid van iets. Een gedachte over iets dat "niet in orde" zou zijn. Alleen als we denken dat iets niet in orde is, hebben we een stressvolle gedachte. En dat leidt tot gedachten dat de wereld anders zou moeten zijn dan deze is. En tot pogingen die wereld te veranderen. Zodat die wereld wel wordt zoals we denken of wensen dat hij zou moeten zijn. 

Die stressvolle gedachten zijn dus allemaal gericht op onze beleving van de realiteit. Op het afwijzen/veroordelen van die realiteit en het verlangen naar een betere realiteit. Het lijkt alsof die onprettige realiteit ons "overkomt".   

Maar die realiteit is door onszelf gecreëerd. Die onvolmaakte realiteit, is een rechtstreeks gevolg van onze gedachten. Op basis daarvan, hebben we hem gebouwd.  

Wanneer die gedachten, gedachten waren over onvolmaaktheid (gedachten dat dingen "niet in orde" zijn), dan zal daar een realiteit uit ontstaan die deze onvolmaaktheid in zich heeft. Een realiteit die we zelf gebouwd hebben, gedreven door onze gedachten.  

Die onvolmaaktheid merken we vervolgens op, en dan zeggen we: "Zie je wel! Het is WERKELIJK onvolmaakt/niet in orde!" En zo is het kringetje rond. 

Een voorbeeld van een realiteit die de meeste mensen als onvolmaakt/niet in orde beleven, is oorlog. Door naar het verschijnsel oorlog te kijken, zie je dat het een volmaakt gevolg is van een gedachte over onvolmaaktheid. De gedachte achter oorlog, is een gedachte over de onvolmaaktheid van mensen.  

Die gedachte is: mensen zijn in potentie kwaadaardig (een onvolmaaktheid dus)

De daaruit volgende emotie is: angst voor mensen.

Het daaruit volgende handelen is: ons ertegen bewapenen, over en weer.

De daaruit volgende realiteit is: oorlog.

De daaruit volgende bevestiging is: Zie je wel! Mensen zijn kwaadaardig want ze schieten elkaar dood! 
 
 

De onvolmaakte realiteit die oorlog heet, is een volmaakt gevolg van de gedachte dat mensen onvolmaakt zijn, en die oorlog (die realiteit) bevestigt dat.*

Nog een voorbeeld*:

Gedachte: we kunnen niet leven zonder geld (gedachte over onvolmaaktheid/ontoereikendheid)

Emotie: angst voor tekort, of hebzucht (wat hetzelfde is)

Handelen: voor alles geld vragen

Realiteit: voor alles geld moeten betalen

Bevestiging: zie je wel! we kunnen niet leven zonder geld

Stressvolle gedachten (gedachten over onvolmaaktheid) leveren zo een stressvolle realiteit op die de stressvolle gedachten bevestigt. Dit mechanisme houdt zichzelf dus in stand. Dit is de enige reden waarom verandering zo moeizaam is. 

De enige manier om uit dit kringetje te stappen, is de aandacht niet te langer te richten op de door onszelf gemaakte onvolmaakte realiteit, maar op het mechanisme dat tussen ons denken en het resultaat ligt. Het mechanisme dat altijd een gevolg oplevert dat volmaakt beantwoordt aan de gedachte die we erin gestopt hebben.  

Dat mechanisme is dus WEL volmaakt. Het besef hiervan, betekent dat we de vrijheid hebben om erin te stoppen wat we maar willen, en dat we daarmee een realiteit kunnen creëren die we maar willen. 

Door onze aandacht niet langer te richten op de onvolmaakte realiteit (oorlog bijv.), maar op het volmaakte mechanisme (de natuurwet) dat tussen onze gedachte en die realiteit ligt, zien we dat we een volmaakt gereedschap ter beschikking hebben waarmee we kunnen doen wat we maar willen en waarmee we een realiteit kunnen creëren die we maar willen.  

We hebben onze aandacht dan veel minder op WAT we gecreëerd hebben (het product van onze gedachte: de realiteit die ons leek te "overkomen") en veel meer op HOE we creëren. En dus ook HOE we iets anders kunnen creëren.

Anders gezegd: als we inzien dat wij een realiteit kunnen creëren die we als niet-in-orde beleven en hoe we dat doen, dan kunnen we, gebruik makend van hetzelfde tussenliggende (volmaakte) mechanisme, ook een realiteit creëren die we wel in orde vinden. Het betekent dat we in staat worden om verantwoordelijkheid te nemen voor het hetgeen we creëren. En dat is vrijheid. 

Inzicht over de volmaaktheid van dat mechanisme, is een gedachte over volmaaktheid. Het zien, waarderen en gebruiken van deze volmaaktheid, zal dan ook leiden tot een realiteit die deze gedachte in zich heeft. En zo kunnen we ons creërende vermogen aanwenden om een realiteit te maken die wel naar onze zin is. Die we wel als "in orde" beleven. Waarvan we ook zullen zeggen: "Zie je wel! onze gedachte klopte!" En zo is ook dat kringetje rond. 
 
 

*Dit zijn voorbeelden van een collectieve gedachte en een daaruit voortvloeiende collectieve realiteit (oorlog/afhankelijkheid van geld). Individueel werkt het mechanisme ook zo. Op precies dezelfde manier. Ook individueel leidt een gedachte, via emotie en handelen, tot (beleefde) realiteit en die realiteit bevestigt de initiële gedachte waaruit hij is voortgekomen. 

Het is de cyclus van creatie (en behoud) van realiteit, zoals aangegeven is in het plaatje hierboven. Ik geef een paar heel verschillende voorbeelden, maar je kunt het met iedere denkbare gedachte doen:

Gedachte: mensen vinden mij niet aardig
 
Emotie: angst voor afwijzing

Handelen: mensen vermijden

Realiteit: weinig contacten

Bevestiging: Zie je wel! Mensen vinden mij niet aardig!

 

Gedachte: ik ben niet in staat om zelf (goede) beslissingen te nemen en daar verantwoordelijkheid voor te dragen

Emotie: angst voor het nemen van beslissingen en het dragen van verantwoordelijkheid

Handelen: afdragen van die verantwoordelijkheid aan een externe autoriteit

Realiteit: afhankelijk zijn van die externe autoriteit die beslissingen neemt (onvrijheid)

Bevestiging: Zie je wel! Ik ben niet in staat zelf beslissingen te nemen, want ik moet gehoorzamen een de externe autoriteit die daarvoor verantwoordelijk is
 

Maar ook in positieve zin: 
 

Gedachte: ik kan goed koken

Emotie: liefde voor koken

Handelen: koken (en dus erin bekwamen)

Realiteit: lekker eten serveren

Bevestiging: Zie je wel! Ik kan goed koken!

 

Vul zelf een willekeurige gedachte in, en zie hoe het werkt.

 

 

 

donderdag 11 september 2014

Waarheid, geloof en politiek


Veel mensen geloven dat waarheid in hun gedachten zit. In de mentale afbeelding die mensen vormen over de dingen. Maar dat is niet waar waarheid ligt.  

Waarheid ligt in de dingen zelf en niet in onze gedachten (onze mentale afbeelding) daarover. Precies zoals een schilderij van de Eiffeltoren een meer of minder gelijkende afbeelding ervan kan zijn, maar nooit de Eiffeltoren IS.  

De waarheid van een plant, een dier, een mens, een ding of een gebeurtenis, ligt dus besloten in die dingen zelf, in wat ze ZIJN. En niet in onze gedachten erover. Die zijn daar slechts een afbeelding van.
 
De enige waarheid van gedachten, is dat het gedachten ZIJN. Het zegt alleen iets over die gedachten zelf en niets over de waarheid van het onderwerp van die gedachten. Iets blijft, onafhankelijk van hoe of wat we erover denken, gewoon precies wat het IS. Of onze gedachte erover - onze afbeelding ervan - nou gelijkt of niet.
 
Wij bepalen zelf in hoeverre die gedachten een meer of minder gelijkende afbeelding van het onderwerp zijn. We kunnen die gelijkenis alleen vergroten, meer afstemmen op het onderwerp en wat dat IS, door naar het onderwerp zelf te kijken in plaats van naar onze afbeelding ervan.  

Naar onze gedachten over een onderwerp kijken, in plaats van naar het onderwerp zelf, heet geloven.

Naar het onderwerp zelf kijken, heet waarnemen 

Om een mentale afbeelding (een gedachte) zoveel mogelijk overeen te stemmen met wat iets IS, moet je kijken naar dat iets. Dan moet je het waarnemen. Zo maak je kennis met de waarheid van dat iets. Zo geef je jezelf de gelegenheid je afbeelding meer gelijkend te maken met de waarheid van dat iets. Een correcter beeld ervan te vormen.  

Een niet-gelijkende mentale afbeelding van iets, heet een onwaarheid. In tegenstelling tot waarheid, bestaat onwaarheid uitsluitend in onze gedachten. Het is een afbeelding van iets dat in werkelijkheid niet (zo) bestaat. Een onwaarheid is een gedachte over iets, die niet aansluit bij iets dat als zodanig bestaat. Het bestaat alleen zo in onze gedachten en niet daarbuiten.  

Iets dat alleen in onze gedachten bestaat, maar daarbuiten (in werkelijkheid) niet, heet een illusie. Onwaarheid is dus hetzelfde als een illusie. Het bestaat als zodanig alleen in onze gedachten. 

Onwaarheid vertellen is het overbrengen van een illusie. Het is het laten zien van een gedachte over iets dat niet bestaat. Een incorrecte mentale afbeelding.  

Liegen is het opzettelijk overbrengen van een incorrecte mentale afbeelding. Iemand die liegt, doet dat in de hoop dat de ander die afbeelding zal overnemen en deze zal beschouwen als ware het het onderwerp ervan. Als ware het waarheid.  

Wanneer iemand de leugen gelooft, dan neemt hij een (opzettelijk foutieve) mentale afbeelding van de leugenaar over, in de veronderstelling dat het hij naar het onderwerp zelf kijkt. In de veronderstelling dat hij naar waarheid kijkt. Terwijl hij in werkelijkheid uitsluitend naar een mentaal plaatje kijkt.  

Dit laatste doen we voortdurend. Wanneer we op het journaal kijken naar een reportage over een oorlog, dan denken we dat we naar oorlog kijken. Maar dat is niet waarnaar we kijken. We kijken naar een afbeelding van oorlog. Een afbeelding die door iemand gemaakt is. Iemand die gedacht heeft dit te moeten of te willen doen. In de hoop dat wij die afbeelding overnemen en tot onze eigen mentale afbeelding maken. En vervolgens denken dat we naar het onderwerp (oorlog) kijken, in plaats van naar onze afbeelding. Geloven dus. 

Er is dan geen enkele connectie tussen onze afbeelding en die oorlog zelf. Pas wanneer we zelf naar het gebied afreizen en die oorlog zelf waarnemen, ontstaat die connectie. Een connectie tussen onze afbeelding en de waarheid van die oorlog, die in die oorlog zelf besloten ligt.  

Voor die tijd bestaat er geen enkel verband tussen onze mentale afbeelding (onze gedachten over die oorlog) en de waarheid van die oorlog. Het is slechts een losstaande afbeelding waarvan we niet kunnen weten of die gelijkt. Als we desondanks denken waarheid te zien, dan is het een geloof. Meer niet.   

Alles wat mensen doen, doen ze op basis van hetgeen ze denken dat waar is. Zo zullen mensen bijvoorbeeld gerust zijn als ze denken dat de situatie veilig is (ook al is die dat in werkelijkheid niet) en angstig zijn als ze denken dat er gevaar is (ook al is dat er in werkelijkheid niet).  

In dat laatste geval, zullen de meeste mensen iets gaan doen. Iets gaan doen om het gevaar te bezweren. En met dat doen, brengen ze iets tot stand. Daarmee creëren ze iets. En met dat creëren, wordt hetgeen ze creëren realiteit. Dat kan een beschermend bouwwerk zijn, of een wapen. Maar ook de vraag om beschermd te worden door anderen.  

Wanneer het lukt om mensen bang te maken voor een gevaar dat niet werkelijk bestaat, een gevaar dat niet door die mensen zelf is waargenomen, dan is het gelukt om bij hen een (incorrecte) mentale afbeelding te laten ontstaan. Dan geloven die mensen dat er gevaar is. Dan kijken die mensen naar hun mentale afbeelding (hun gedachte) en geloven ze dat ze naar waarheid kijken. Dan geloven ze een leugen.

Wanneer die mensen vervolgens om bescherming vragen tegen dat gevaar, dan kan de leugenaar dat aanbieden. En(!) er iets voor in ruil vragen...  

Bijvoorbeeld geld, vrijheid, of de bereidheid te vechten. En daarom was het de leugenaar te doen. Het was de leugenaar erom te doen, andere mensen een realiteit te laten creëren die naar het profijt van de leugenaar is.  

Dit mechanisme heet politiek. 

Dit mechanisme werkt uiteraard alleen als die mensen bereid zijn om, zonder eigen waarneming, een mentale afbeelding over te nemen; zich een aangeboden gedachte eigen te maken. En bereid zijn om die afbeelding/gedachte niet te beschouwen als een afbeelding (wat het is), maar als waarheid (wat het niet is). Als ze daartoe bereid zijn zonder het onderwerp van die afbeelding, zelf waargenomen te hebben. Als ze kijken naar hun gedachten, in plaats van het onderwerp van hun gedachten. Als ze bereid zijn te geloven dus.  

Politiek kan daarom uitsluitend (voort)bestaan zolang mensen bereid zijn dit te doen.