vrijdag 25 maart 2011

Geluk



Iedereen kan ervoor kiezen om gelukkig te zijn. Om gelukkig te worden, is het handig om een paar dingen weten:

1- Gelukkig worden is niet moeilijk, en vraagt ook geen bijzondere vaardigheden. Iedereen kan het. Wat er wel voor nodig is, is een beetje moed. Vooral in het begin.

2- Mensen zijn niet ingewikkeld, net zomin als de wereld om ons heen ingewikkeld is. Dat lijkt soms wel zo, maar het is niet zo. Alles is eenvoudig.

3- Mensen worden gedreven door maar twee krachten: liefde en angst. Alle andere emoties, gedachten en ervaringen zijn daarvan een afgeleide.

4- Waarheid is het grootste goed. Waarheid is: alles dat IS zoals het IS. Wij kunnen kiezen aan welke onderdelen daarvan we aandacht geven en welke dingen we dus ervaren.

5- Onze keuzemogelijkheden om dingen te ervaren zijn onbeperkt, maar mensen zijn beperkte wezens, en kunnen dus nooit voor ‘alles’ kiezen.

6- Iedere gedachte, emotie en ervaring is goed. Het woord goed betekent hier: ‘in orde’ en dus niet tegengesteld aan ‘kwaad’ of ‘slecht’.

7- Gedachten, emoties en ervaringen zijn alledrie even belangrijk.

8- De waarheid is, dat er ook onwaarheid bestaat.

9- Onwaarheid is de enige bron van lijden, en vreemd genoeg zijn mensen erg gehecht aan onwaarheid.

10- Lijden heeft altijd de vorm van verlangen of vrezen. Lijden bestaat altijd uit het één of het ander, of een combinatie ervan. Verlangen naar geluk is dus lijden, en leidt dus tot verdwijnen van geluk.

11- Pijn en verdriet bestaan. We gaan daar echter pas onder lijden als we die pijn en dat verdriet niet willen toestaan.

12- Er bestaat geen goed of kwaad. Uitsluitend ons oordeel leidt tot deze kwalificaties.

13- Geluk is niets meer dan waardering voor hetgeen we beleven, en dus voor ons eigen leven.

14- Gelukkig worden is geen kwestie van hard werk, maar juist van overgave.

15- Gelukkig zijn is niet iets dat ons overkomt, maar iets dat we kunnen doen. Het is niet moeilijk.

zaterdag 22 januari 2011

De crisis van 1931 voor Christus


Het jaar is 1931 voor Christus (bijna 4000 jaar geleden dus). Het is crisis. De door bijna iedereen zo gewaardeerde levensstijl van de voorgaande jaren lijkt definitief te gaan verdwijnen. Nog maar een paar jaar geleden kon bijna iedereen zijn volledige leven wijden aan het zichzelf plezieren. Bijna niemand hoefde te werken. Er was altijd genoeg.

Maar nu leeft de wereld in schaarste en verwarring. Oplossingen lijken vrijwel niet te bedenken. Hoe is dit zo gekomen?

Een paar eeuwen eerder maakte de kennis van productietechnieken het mogelijk om steeds efficiënter te gaan produceren. Voorheen moest iedereen werken omdat iedereen ongeveer evenveel consumeerde als hij kon produceren. Maar dankzij die nieuwe technieken kon er nu veel meer geproduceerd worden. En dat betekende dat er dus minder gewerkt hoefde te worden. En de technieken verfijnden verder, en zo hoefde er nog minder gewerkt te worden.

Zo’n 150 jaar geleden (dus rond 2081 voor Christus) drong het besef door dat nog maar één op de honderd mensen hoefde te werken om in ieders behoeften te voorzien. En dus konden 99 van de honderd mensen iets anders met hun leven gaan doen dan werken. De handigste werkers werden door de massa gedwongen om het werk doen, en de massa kon zich gaan bezighouden met plezier maken. De maatschappij bestond uit een dominante massa, en een kleine werkende onderklasse van slaven.

En de massa vermaakte zich. Iedereen kon zich vol overgave wentelen in hedonisme. Eten en drinken waren, naast deelnemen aan de talrijke orgieën, de belangrijkste dagvulling voor de massa. Niemand hoefde ergens anders aan te denken. We hebben het paradijs hervonden, was de gangbare gedachte. En ook de slaven zouden daar graag van genieten. Maar zij moesten keihard werken om de massa te voorzien in hun behoeften. De enige manier om zich van het slavenschap te bevrijden, was efficiënter werken. Immers, hoe efficiënter het werk, hoe minder slaven er nodig waren. De slaven werden daardoor meesters in het bedenken van intelligente oplossingen. Het gaf ze uitzicht op vrijheid, en een rijk leven.

Maar nu is het dus crisis. De slaven pikten het niet langer, en hebben de productie stopgezet. Ze waren al eens eerder in opstand gekomen, maar toen maakten ze geen schijn van kans. Die kleine onderklasse werd door de massa direct weer op haar plaats teruggeslagen. Maar nu lijken ze te volharden. Ze geven niet op, en hoe er ook geslagen wordt, ze weigeren te produceren. En nu is er dus een enorme schaarste ontstaan, en beginnen de eerste mensen al van de honger te sterven.

Om het tij te keren hebben veel mensen zich aangediend als vrijwilliger om, zolang de crisis duurt, dan maar even het werk van de slaven over te nemen. Maar alle kennis van de productietechnieken ligt bij de slaven, dus de vrijwilligers hebben geen idee hoe het allemaal werkt. En de slaven weigeren de kennis te delen. De toestand lijkt uitzichtloos.

We maken nu een stap in de tijd, en gaan naar het jaar 931 voor Christus. Duizend jaar verder dus. In die afgelopen duizend jaar is er veel (zo niet alles) veranderd. Na de crisis zag de wereld er heel anders uit. De overheersende massa kwam door die crisis tot het besef dat hun hedonisme en zelfzuchtigheid ervoor gezorgd hadden dat ze alle kennis was kwijtgeraakt. De massa had zich al generaties lang met niets anders bezighouden dan eten, drinken en feesten. Alle kennis was bij de slaven terecht gekomen. De crisis leidde tot het besef dat het anders moest.

Kennis werd nu (in tegenstelling tot feesten) de leidende drijfveer voor de mensen. En omdat de slaven alle kennis hadden, werden deze vrijgelaten, en werden ze van slaven in korte tijd leermeesters. In plaats van een ondergeschikte positie, kregen ze de belangrijkste posities. De kleine groep slaven groeide in duizend jaar tijd uit tot een kleine kenniselite. En nu deed het volk al het werk, en gaven de voormalige slaven de aanwijzingen.

Al snel kwam men erachter dat kennis prettig is. En dat het omzetten van die kennis in daden - werken dus - een zeer bevredigende bezigheid kon zijn. En omdat iedereen nu kon meedenken aan het verder perfectioneren van productietechnieken, werden ook nu de opbrengsten groter. De massa moest nu weliswaar werken, maar omdat de massa uit veel mensen bestond, en de productie efficiënt verliep, hoefde iedereen maar weinig te werken, en kon iedereen zich toch nog bezighouden met eten, drinken en feesten. De crisis had een bedreiging geleken, maar achteraf was iedereen er dankbaar voor. De nieuwe manier van leven beviel prima.

Maar vooral de voormalige slaven, die nu dus de kenniselite vormden, genoten van hun nieuwe positie. Ze genoten er zodanig van, dat ze die positie niet graag meer zouden opgeven. Daarom zorgden ze ervoor dat ze niet al hun kennis overdroegen aan het volk. Ze hielden een deel voor zichzelf, zodat ze altijd nodig zouden blijven, en daarom altijd hun elitepositie zouden kunnen behouden.

Maar doordat het volk nu zelf ook ervaring opdeed door te werken, vergaarde dat volk ook steeds meer kennis, en dat verzwakte de positie van de voormalige slaven. Ze besloten het volk opzettelijk foutieve instructies te geven om zo de kennis voor zichzelf te houden. Ze deden alsof ze kennis deelden, maar gaven desinformatie. En daardoor werd de productie minder efficiënt. Het volk begreep niet hoe dat kon. Omdat ze niet wisten dat ze desinformatie kregen, dachten de mensen dat die desinformatie kennis was. En dat desondanks de productie afnam moest dus een andere reden hebben.

De voormalige slaven zeiden dat het kwam vanwege de wijzigende omstandigheden. Er was minder regen dan vroeger, hoewel de mensen zich daarvan niets herinnerden, en het was kouder geworden en ook daarvan herinnerde men zich niets, maar het was tenminste een verklaring. En de voormalige slaven (nu dus de kenniselite) hadden de meeste kennis, dus zij zouden het wel weten...

Doordat de productie steeds minder efficiënt werd, moesten er steeds meer mensen werken. Het verschil tussen de werkenden (het volk) en de niet werkenden (de voormalige slaven, nu kenniselite) werd daardoor steeds groter. De positie van de kenniselite werd daarmee steeds sterker. Zeker nu ze ontdekt had dat ze die positie kon versterken door het geven van desinformatie. En omdat die desinformatie het volk steeds meer in verwarring bracht, kwamen de mensen steeds vaker om raad vragen, en kon die raad dus ook steeds duurder worden verkocht. En omdat de desinformatie de productie steeds verder afremde, moesten de mensen steeds harder werken om in de behoeften te voorzien, en om de raad van de kenniselite te kunnen betalen.

We maken nu weer een stap in de tijd. Het jaar is 2011 (na Chr., nu dus). En het is weer crisis. De voormalige slavenfamilies zijn uitgegroeid tot een kleine allesoverheersende elite. Een elite die alle macht en al het geld van de wereld bezit. De situatie is nu omgekeerd aan de situatie tijdens de vorige crisis. Nu is er een kleine groep niet-werkenden die alle macht heeft over een massa van werkende slaven. Toen was er een kleine groep slaven die door de massa overheerst werd. Bijna letterlijk een omgekeerde wereld.

En ook de crisis die in 2011 woedt, wordt gezien als een bedreiging. Er lijkt bijna geen uitweg. Maar net als bij de crisis van 1931 voor Christus, kan ook nu de enige uitweg nergens anders vandaan komen dan van de slaven. Pas als de slaven beseffen dat zijzelf de gewassen verbouwen, en niet de elite, dat zijzelf alle producten produceren, en niet de elite, dat zijzelf de orders opvolgen om naar het front te gaan, en niet de elite, dan pas zullen de slaven beseffen dat zij feitelijk alle macht in handen hebben, en dan is het met de overheersende klasse afgelopen. Net als de vorige keer. En dan zal ook deze crisis weer verdwijnen. En ook dan zullen het de slaven zijn die het meest genieten van hun herwonnen vrijheid.

donderdag 20 januari 2011

Kennis is macht

Iedereen kent de uitdrukking: "Kennis is macht". Weinig mensen staan echter stil bij de werkelijke betekenis hiervan.

Macht is alleen macht als er verschil in macht bestaat. Om macht te kunnen hebben, moeten er machtelozen bestaan. Om macht te ontlenen aan kennis, moet er dus ook verschil in kennis bestaan. Je kunt alleen macht uit kennis halen, als anderen die kennis niet hebben.

Machtigen weten dus iets wat wij niet weten. Door erachter te komen wat dat is (wat het is dat zij weten en wij niet) krijgen wij zelf ook die kennis, en vervalt het verschil in kennis. En dus ook het machtsverschil dat eruit voortvloeit.

Wanneer iemand kennis voor zichzelf wil houden, en die kennis dus niet met anderen deelt, dan is er maar één manier om erachter te komen wat die kennis inhoudt: kijken naar het hetgeen die ander (op basis van die kennis) DOET.

Wanneer iemand bijvoorbeeld plotseling een muur om zijn tuin gaat bouwen, tralies voor zijn ramen plaatst en zandzakken tegen de gevel zet, dan kun je daaruit afleiden dat hij die bescherming niet voor niets aanbrengt, en dus iets bedreigends verwacht. Hij weet iets wat jij niet weet.

Wanneer machthebbers ineens een elektronische muur om ons heen bouwen, kun je ervan uitgaan dat ook zij dat niet voor niets doen. Je kunt er dan van uitgaan dat zij iets weten wat wij niet weten, en daarom die elektronische muur NU bouwen.

Het enige belang van machthebbers is hun macht. Eeuwenlang hebben ze die macht kunnen behouden en uitbreiden op basis van onze onderlinge verdeeldheid en onwetendheid. Het is in hun optiek dus van het grootste belang dat die situatie zo blijft. Hun macht is gebaseerd op hun kennis: verdeeldheid en onwetendheid onder het volk, geeft ons macht.

Nu er door die machthebbers in hoog tempo geïnvesteerd wordt in een elektronische gevangenis, betekent dat dat zij weten dat ze in de nabije toekomst een andere methode dan onwetendheid en verdeeldheid nodig zullen hebben om hun macht te behouden. Het betekent dat er een einde dreigt te komen aan die onwetendheid en verdeeldheid. Anders zou er geen noodzaak zijn voor al die inspanningen en investeringen.

Als er binnenkort een einde komt aan onwetendheid, (als mensen dus bewust worden van de kennis die de machthebbers nu exclusief voor zichzelf houden) en daardoor gaan inzien dat er geen enkele noodzaak is voor verdeeldheid, dan moet er een ander middel ingezet worden om de macht te behouden: elektronische dwang.

Het is alleen zinvol om dat andere middel (die elektronische gevangenis) te implementeren als het vorige middel (onwetendheid en verdeeldheid) nog werkt. Net zoals het alleen zinvol om je huis te beschermen tegen een orkaan voordat de orkaan komt. Daarvoor moet je dus weten DAT die orkaan komt.

De machthebbers in deze wereld weten dus dat er binnenkort een omwenteling zal komen. Een omwenteling die (als ze nu niks doen) hun macht zal laten verdwijnen. Daarom nemen ze NU maatregelen.

We kunnen daaruit dus afleiden dat de machtselite weet dat er binnenkort een einde zal komen aan onze onwetendheid. Dat er een golf van bewustwording over de mensheid zal spoelen. Een golf van bewustwording die het verschil in kennis (en dus macht) tussen de mensheid en de machtselite zal laten verdampen. En dat die machthebbers weten dat dit zal gebeuren. Dat is af te leiden aan hun acties. En door dat afleiden, nemen wij een stukje van hun kennis over. We worden minder onwetend, en dus minder onmachtig.

Als wij dat kunnen herleiden aan hun acties (als we dat dus weten), gaan wij onze medewerking aan de bouw van deze gevangenis dan blijven verlenen?

vrijdag 14 januari 2011

Ego vs Zelf


Het woord ego is natuurlijk maar een woord. Het valt me op dat iedereen er iets anders mee bedoelt. En al die andere invullingen van het begrip ego, leveren dus weer andere (en vaak waardevolle, inspirerende) inzichten op.

Het punt is natuurlijk wel dat we daarmee niet over hetzelfde praten. We geven allemaal een andere inhoud aan het begrip ego, en daarmee praten we dus over verschillende dingen. En hoe interessant al die verschillende dingen ook zijn, we komen daarmee niet dichter bij begrip van het mechanisme van het ego. We praten domweg langs elkaar heen.

Toch is het begrip ego ontstaan (en het houdt ons blijkbaar bezig) naast het begrip 'zelf' of 'ik'. Het is ontstaan omdat er onderscheid lijkt te zijn. Anders was er geen aanleiding geweest om het te benoemen. Die aanleiding ontstaat pas als er onderscheid wordt waargenomen, en dus de behoefte ontstaat om dat onderscheid te benoemen.

Daarmee is ego dus een term voor iets dat zich juist onderscheidt van 'zelf' of 'ik'. Anders hoefde het niet benoemd te worden, en kon het gewoon 'zelf' of 'ik' genoemd worden.

Dus, als ik wil weten wat ego is, dan moet ik kijken naar het deel van een individu dat wel bestaat, maar zich onderscheidt van 'zelf' en 'ik'. Dat dus anders is. Pas dan is het de moeite waard om het te benoemen en pas als je weet WAT je benoemt, kun je het onderzoeken.

Ik zou daarom het ego willen benoemen als IETS dat het gedrag en de denkwijze van mensen beïnvloedt, maar dat geen deel uitmaakt van het (essentiële) zelf. Om te onderzoeken wat dat IETS is, gebruik ik een proefkonijn. En het enige proefkonijn dat ik altijd tot mijn beschikking heb, dat ben ik zelf.

Als ik dan naga wat mij drijft, dan zie ik dat ik gedreven word door wie ik ben, door dingen die bij mijn karakter passen, door mijn geweten, door mijn oorspronkelijke emoties, door mijn voorkeuren. Deze zaken zijn vrijwel onveranderlijk, en hoewel het één zich soms wat sterker manifesteert dan het ander, zijn het dingen die mijn hele leven bij mij blijven. Het is mijn eigenheid. Het is wat mij mij maakt en dat mij anders maakt dan anderen.

Daarnaast word ik voor een deel gedreven door mijn strategische keuzes. Ik anticipeer op dingen die gaan komen, en reageer op dingen die geweest zijn. Ik reageer op externe dingen. Ik probeer me te beschermen tegen de gevaren en bedreigingen die op me afkomen. En daarvoor gebruik ik de gereedschappen die mij ter beschikking staan. Mijn gedrag wordt dus voor een deel bepaald door mijn strategische keuzes. En die keuzes bestaan uit het determineren van hetgeen ik wel, of juist niet toesta.

Als ik bijvoorbeeld gedrag van een ander als bedreigend beschouw, dan zal ik dat niet willen toestaan, en dan gebruik ik bijvoorbeeld mijn verbale gereedschap om dat te bestrijden. Als ik word aangevallen (of denk te worden aangevallen) dan zal ik me proberen te verdedigen omdat ik die aanval (en de mogelijke gevolgen ervan) niet wil toestaan. Wanneer ik denk dat het mij helpt om een alliantie met een ander (of anderen) aan te gaan (als ik denk dat ik daarmee sterker sta) dan zal ik dat doen, of proberen te doen. Dan zal ik die ander dus accepteren omdat hij mijn positie versterkt.

Dit zijn allemaal strategische keuzes die mijn gedrag, mijn denkwijze (en mijn mate van angstbeheersing) in sterke mate kunnen beïnvloeden. Iedereen doet dit in een zekere mate (de één meer dan de ander) en bij de meeste mensen vormt dit gedrag (gedrag dat dus bestaat uit de verzameling van strategische keuzes uit zelfbehoud) een goed zichtbaar gedrag.

Ik wil die verzameling van strategische keuzes en het daaruit voortvloeiende gedrag graag eens het EGO noemen en het vanuit die invalshoek eens bekijken. In deze definitie is het ego dus het 'strategische zelf'. In tegenstelling tot het essentiële zelf.

En daar is helemaal niks mis mee. Het is een handig, en zelfs noodzakelijk gereedschap om te kunnen overleven. Maar net zoals als een hamer, of een boormachine, blijft het een gereedschap. En een gereedschap is weliswaar handig, maar zielloos. En dat is geen probleem.

Maar het wordt wel een probleem als ik ga denken dat ik mijn strategische zelf BEN. Als ik ga denken dat ik mijn verzameling keuzes BEN. Als ik ga denken dat ik mijn ego (in deze definitie) BEN. Mijn ego is dan dominant geworden.

In dat geval zal ik namelijk moeten denken dat mijn keuzes de enige juiste keuzes zijn en dat andere keuzes (gemaakt door anderen) een aanval zijn op mijn bestaan. Als ik denk dat ik mijn ego (mijn verzameling keuzes) BEN, dan BESTA ik (in mijn beleving) immers uit mijn keuzes. En wanneer ik zo’n keuze moet loslaten, dan verlies ik dus bestaansrecht. Toegeven dat mijn keuze minder goed is, betekent dat ik die keuze moet laten vallen, en dat ik daarmee een stuk van mezelf moet laten verdwijnen. Het ego ‘denkt’: “Ik ben mijn keuzes. Verdwijnen mijn keuzes, dan verdwijn ik.”

Mijn grootste angst wordt nu: ongelijk krijgen. Want ongelijk krijgen betekent nu: toe moeten geven dat de keuze van een ander beter is. En omdat ik denk te BESTAAN uit mijn keuzes, verlies ik dan dus bestaansrecht. Mijn angst voor ongelijk krijgen is daarmee dus doodsangst. Angst om te verdwijnen.

Om dat te voorkomen, moet ik me daarvoor dus behoeden. Ik moet me verdedigen tegen ongelijk krijgen. En verdedigen doe ik door mijn strategieën in te zetten. En mijn verzameling strategieën, is mijn ego. Door mijn behoefte mijn ego te beschermen, groeit mijn ego dus. Het wordt groter, en daarmee dominanter, en daarom zal ik me er nog meer mee identificeren. Ik zal het een nog grotere waarde geven, en omdat het daarmee (in mijn beleving) waardevoller wordt, zal ik het nog meer willen beschermen, en daarvoor nog meer strategieën ontwikkelen of versterken etc. En daarmee wordt mijn ego dus steeds dominanter.

Mijn ego is nu veranderd van een handig gereedschap in een dictator. Mijn ego is nu een dominant ego geworden. Mijn gedrag wordt nu gedicteerd door mijn ego. En alle andere ego’s zijn mijn vijand want alle andere ego’s bestaan uit andere keuzes, en die kan ik niet toestaan. Want als ik een andere keuze zal toestaan, moet ik mijn keuze opgeven, en dan verdwijnt er dus een stuk van mij (van wat ik denk te zijn). Dan ervaar ik dat als doodgaan van een stuk van mij.

Als ik me identificeer met mijn ego zal ik dus alleen een ander toestaan als dat mijn strategie versterkt. Als ik denk dat het aangaan van een alliantie met een ander, mijn positie versterkt. Dat kan alleen als de keuzes van die ander niet al te strijdig zijn met mijn keuzes, zodat ik die ander in een bepaalde mate kan accepteren. Ik kan dus alleen omgaan met mensen die vergelijkbare strategieën hebben. Dit is eigenlijk de definitie van politiek. Het is de reden waarom politici volledig egogedreven zijn, en het verklaart (omdat ego in deze definitie slechts een gereedschap zonder ziel of geweten is) waarom politiek altijd zielloos en gewetenloos is.

Net zoals mijn dominante ego andere keuzes niet kan toestaan, zullen andere dominante ego’s mijn keuzes niet kunnen toestaan. Over en weer zullen deze ego’s elkaar dus als bedreigend ervaren, en deze bedreiging zal aanleiding geven om het ego verder te versterken ter verdediging. Daarmee is het dus juist de ‘vijand’ die het ego (bestaande uit de strategieën) bestaansrecht geeft en voedt, en het daardoor laat groeien. Zonder bedreiging (zonder vijand), valt er voor het ego niets te verdedigen, en zal de macht ervan verdwijnen. Daarom zal een sterk egogedreven persoon ook nooit weglopen van een bedreigend ander ego (wat bij een bedreiging toch het meest logisch zou zijn), maar altijd in de aanval gaan of de aanval uitlokken en daarmee proberen het concurrerende ego te onderwerpen. Het dominante ego zal zijn gastheer/vrouw laten geloven dat iedereen gedreven wordt door een dominant ego (dus ook de mensen bij wie dat niet het geval is), en dat zal de aanval of de verdediging rechtvaardigen.

Het dominante ego zal dus grote waarde hechten aan het bestaan van een vijand, hoewel het ego ‘zegt’ dat het die vijand juist wil elimineren. Dat is tegenstrijdig (het kan niet samen bestaan) en daarom zal het ego altijd moeten liegen. Liegen is noodzakelijk voor het voortbestaan van het ego. Mensen die zich dominant laten leiden door het ego, liegen daarom voortdurend. Hoe dominanter het ego, hoe meer leugens noodzakelijk zijn. Kijk hierbij bijvoorbeeld naar politici, of machthebbers. Liegen is noodzakelijk voor hun voorbestaan omdat ze zeggen de vijand te willen elimineren, terwijl ze die vijand juist nodig hebben om te kunnen bestaan.

Waarheid is daarmee de echte vijand van het dominante ego. Het dominante ego zal er alles aan doen om waarheid buiten het bewustzijn van zijn gastheer/vrouw te houden. Zodra de gastheer namelijk ontdekt (bewust wordt) dat zijn dominante ego zich bedient van leugens (en hij dat ego dus niet meer gelooft), dan zal dat ego zijn macht verliezen. Het dominante ego zal zelfs zijn gastheer/vrouw proberen te laten geloven dat waarheid niet bestaat. Omdat bewustzijn alleen kan bestaan uit waarheid (aanname van onwaarheid is geloof, en is dus tegengesteld aan bewustzijn), zal de door het ego gedomineerde persoon ook altijd een laag bewustzijnsniveau hebben.

Toch is het dominante ego de grootste kenner van waarheid. Zodra een waardevolle waarheid wordt aangeboden zal dat ego dit onmiddellijk als waarheid herkennen. Het zal zijn gastheer/vrouw dan ook onmiddellijk opdragen om deze waarheid buiten de deur te houden of weg te gooien. Alles is dan toegestaan: aanvallen, liegen, manipuleren, zelfs het verbreken van een goede relatie of vriendschap. Zelfs (in het uiterste geval) het elimineren van de gastheer/vrouw zelf (dat is de reden waarom sterk egogedreven mensen – bijvoorbeeld artiesten, acteurs- relatief vaak tot zelfmoord gedreven worden).

Alles om die waarheid buiten de deur te houden. Iedereen die wel eens iets van waarheid heeft proberen aan te bieden aan een sterk egogedomineerde persoon, weet tot wat voor heftige reacties dit kan leiden als die waarheid niet in de strategie past van die persoon, en dus moet worden afgewezen. Zijn ego herkent onmiddellijk die waarheid als waarheid, en de gastheer mag dat absoluut niet weten, en die waarheid al helemaal niet omarmen.

Dit is ook de reden waarom machthebbers geen waarheid kunnen toestaan. Als ze dat wel zouden doen, verdwijnt hun macht. Ze zullen waarheden daarom altijd bestrijden.

Het ego dicteert weliswaar het gedrag van een persoon die dominant egogedreven is, maar het neemt nooit verantwoordelijkheid voor de gevolgen ervan. Als bijvoorbeeld dat gedrag leidt tot het verlies van een relatie, dan ligt het nooit aan de eigen strategische keuzes. Altijd aan de ander. Of aan de gastheer/vrouw zelf, en dat uit zich dan in schuldgevoel vanwege het onvoldoende opvolgen van de bevelen van het ego. Oftewel: het ego verwijt dan zijn gastheer/vrouw onvoldoende zelfdiscipline. Ook dit kan (in het uiterste geval) tot zo'n vewoest zelfbeeld leiden dat het dominante ego zijn gastheer/vrouw opoffert en tot zelfmoord dwingt.

Ook dit zie je terug bij machthebbers (top-ego’s). Ook zij zullen nooit verantwoordelijkheid nemen voor hun daden of woorden: “het ligt niet aan ons, maar aan de Afghanen/Irakezen/immigranten/eigen burgers etc.” of “het ligt niet aan ons maar aan het chemiebedrijf dat onze bevelen onvoldoende opvolgde” of “met de kennis van nu…..” etc. Als de gastheren/vrouwen van de machthebber (het volk) hem dwingen tot het nemen van verantwoordelijkheid (hevig protest bijvoorbeeld; bestormen van regeringsgebouwen) dan zal hij nog liever zijn gastheren/vrouwen opofferen dan die verantwoordelijkheid nemen. Hij zal geweld inzetten tegen zijn volk.
Terug naar het proefkonijn:

Ik ben nu zo geconcentreerd op mijn ego, (omdat ik denk dat ik het BEN en al mijn aandacht er dus op gericht is), dat ik aan mijn essentiële zelf geen aandacht meer kan besteden. Ik merk het niet meer op, en kan er daarom dus ook geen waardering voor hebben.

Omdat ik zo gewend ben om op deze manier naar mezelf te kijken, kijk ik ook zo naar anderen. Ik ga ervan uit dat ook alle anderen hun ego ZIJN. Ik kijk alleen nog naar hetgeen ik van anderen kan accepteren, of moet afwijzen. Ik kan geen aandacht meer besteden aan wat ik van anderen (net zoals van mijzelf) zou kunnen waarderen. Ik kan dus ook niet meer van anderen houden. Net zomin als van mijzelf.


Ik beschrijf hierboven natuurlijk een extreem geval van egodominantie, maar het geeft het mechanisme wel duidelijk weer. En het mechanisme is (denk ik – voor mijzelf in ieder geval wel) erg herkenbaar. Het geeft ook weer waarom en op welke manier mensen slachtoffer kunnen worden van hun ego. En waarom het dus belangrijk is om het mechanisme te herkennen. Simpelweg om te voorkomen er zelf slachtoffer van te worden (en daarmee natuurlijk ook de mensen in mijn omgeving die dan ook last zouden hebben van mijn egogedrag).

Een korte blik op de manier waarop mensen in deze tijd en in deze wereld met elkaar omgaan, laat zien in hoeverre die wereld momenteel gedomineerd wordt door dit egogedrag.

Ik noem de verzameling van strategische keuzes en het daaruit voortvloeiende gedrag dus EGO. In deze definitie is het ego dus het strategische zelf. In tegenstelling tot het essentiële zelf.

Ik zie het ego dus als een handig en noodzakelijk gereedschap. En zoals met elk gereedschap: je moet er wel zorgvuldig mee omgaan, anders gaat het je beschadigen.

Nogmaals, mijn definitie is niet bedoeld om andere definities van het begrip ego onderuit te halen of zo. Die andere definities zijn vaak zeer interessant en waardevol, maar daarover heb ik het nu even niet. Wat ik probeer te doen is te begrijpen waarin ego zich van ‘zelf’ onderscheidt. Een onderscheid dat blijkbaar ooit de behoefte heeft laten ontstaan om het te benoemen, en waardoor het woord EGO is ontstaan.

woensdag 22 december 2010

Henk


U woont in een straat. Met de meeste van uw straatgenoten kunt u het goed vinden. Op een dag besluit u met vijf van die straatgenoten gezamenlijk een auto te kopen. U bezit nu allemaal een eigen auto, en het is u opgevallen dat er eigenlijk altijd vier stilstaan. En dat is zonde. U kunt net zo goed met z’n vijven één auto delen en daarmee ook de kosten.

U koopt samen een nieuwe auto. Een gele. De auto kost 15.000 euro, en u betaalt ieder 3000. U maakt samen een gebruiksrooster, en u berekent dat de gebruikskosten van de auto 100 euro per persoon per maand zijn. U geeft het beheer van de financiën in handen van overbuurman Henk. Die is handig met dat soort dingen. Henk heeft een eigen auto, doet verder niet mee, en is dus onpartijdig. Iedereen maakt iedere maand 100 euro over aan Henk, en Henk regelt de verzekering, belasting, tankpas en onderhoud. En houdt een kleine vergoeding in voor de moeite.

U maakt in volle tevredenheid gebruik van de regeling, en u geniet alle vijf van dit uitstekende idee.

Op een dag verkoopt Henk de auto, zonder het eerst aan u te vragen. Aan de firma SuperLease. Henk steekt de opbrengst in zijn eigen zak. U bent boos en stapt met uw vijven naar Henk.

Maar Henk roept: ‘Nee nee! Jullie begrijpen het verkeerd! Ik doe dit voor jullie! SuperLease kan het beheer van de auto véél beter en efficiënter dan ik! Zij hebben te maken met schaalvoordelen, en concurrentie en zo – dat is allemaal heel ingewikkeld – maar vertrouw mij maar: jullie zullen een stuk goedkoper uit zijn!’

En inderdaad, de maandkosten zakken direct naar 80 euro. ‘Die Henk! Die is zo gek nog niet!’ roept u in koor. ‘Handige jongen, met geld. Geen wonder dat hij een Mercedes rijdt’.

Maar na een half jaar krijgt u een brief van SuperLease: Vanwege allerlei omstandigheden zijn wij helaas genoodzaakt om het maandbedrag te verhogen naar 100 euro. U baalt. Maar u bent nog steeds niet duurder uit dan voorheen, dus u zeurt niet.

Een half jaar later krijgt u weer een brief van Superlease: Vanwege nog meer allerlei omstandigheden moet u voortaan de eerste 10 liter benzine van iedere tank zelf betalen. Dit heet ‘eigen risico’. U baalt weer en stapt naar Henk.

Henk zegt: ‘Ik kan er ook niks aan doen. Het komt door de vergeling: er komen steeds meer gele auto’s, en daarom is deze maatregel noodzakelijk, want anders wordt het onbetaalbaar!’

Maar ieder half jaar vallen er brieven van SuperLease op de deurmat, en iedere keer moet u meer betalen, en krijgt u minder. U moet nu al de eerste 20 liter zelf betalen, en uw maandbedrag is inmiddels 200 euro en u mag alleen nog tanken bij stations van StupidOil. U hebt er genoeg van, en u besluit dat u ermee wil stoppen. U gaat samen weer naar Henk.

U zegt: ‘Henk, we stoppen ermee. We nemen het verlies wel, maar dit loopt uit de hand. We gaan het wel weer zelf doen.’
Maar Henk zegt: ‘Tja, uhh, dat kan niet…’.
‘Hoezo niet!?’ roept u.
‘Uhm, we hebben een contract. We moeten verplicht tot in lengte van dagen blijven leasen…’.
‘Wat!? Daar kom je nou mee?!’ zegt u verbaasd.
‘Uhm, ja…. Maar niet getreurd! We mogen zo overstappen naar een andere leasemaatschappij! Ik zal alle voorwaarden van alle leaseaanbieders uitzoeken, en morgen laat ik zien wat de beste deal is’. En Henk duikt achter zijn computer.

De volgende dag komt u bij elkaar, en Henk laat alles zien. Offertes van SuperLease, HyperLease, InterLease, YourLease en OurLease. Dat zijn de keuzemogelijkheden. Henk laat de papieren achter zodat u alle voorwaarden op uw gemak kunt bestuderen, en na een middag gezamenlijk puzzelen, komt u er achter dat u overal (op een paar euro na) even duur uit bent. Bij de één zijn de maandkosten lager, maar het eigen risico hoger, bij de ander andersom en de rest zit er tussenin. En dat verbaast u, want Henk had het toch over concurrentie en zo gehad?

Dus gaat u het nu maar zelf uitzoeken. En al snel komt u tot de conclusie dat SuperLease, HyperLease, InterLease, YourLease en OurLease (evenals StupidOil) allemaal deel uitmaken van ÜberHolding NVBVGmbHLtd. Het dringt tot u door dat u geen kant meer op kunt, en dat u voor altijd precies zult moeten betalen wat ÜberHolding u vraagt. U zit vast.

Boos gaat u weer naar Henk. U treft hem aan terwijl hij zijn spullen aan het pakken is. Henk gaat verhuizen. Hij heeft een nieuwe baan. Bij ÜberHolding NVBVGmbHLtd.

donderdag 16 december 2010

Tijd voor iets nieuws


Hoe beter je kijkt, of eigenlijk moet ik zeggen: hoe beter je je best doet om te kijken, hoe meer je waarneemt dat de wereld om ons heen, en de manier waarop wij die wereld ingericht hebben, gebaseerd is op een groot aantal aannames.

Eén van de aannames die zich het meest manifesteert in de inrichting van de mensheid, is de aanname dat ons bestaansrecht bevochten dient te worden. Dat ons individuele bestaansrecht alleen veilig te stellen is door middel van concurrentie. Dat geldt niet alleen in economische zin, maar voor alle aspecten van het bestaan. Dus niet alleen voor het vergaren van geld en bezit, maar bijvoorbeeld ook voor ideeën en gedachten. Ideeën en gedachten die voor ons alleen waarde lijken te krijgen als anderen het met ons eens zijn. Als we “gelijk” krijgen. Dat is de reden waarom mensen elkaar op internetfora de tent uit vechten. Pas wanneer ons eigen denkbeeld de “winnaar” is (wanneer we “gelijk” krijgen), dan pas kunnen we er blijkbaar zelf op vertrouwen.

Concurrentie is de basis waarop onze samenleving gebouwd is. En concurrentie is goed. Tenminste: dat zeggen de economen. En dat kun je die economen natuurlijk niet kwalijk nemen. Ze herhalen gewoon netjes wat ze op school geleerd hebben, en zelfs de routine van het herhalen zelf, hebben ze op school geleerd. En waarom zouden ze het ook niet zeggen: hun visie is de algemeen geaccepteerde visie, en dus hebben ze “gelijk”. En dat gelijk geeft ze een concurrentievoorsprong op de dommertjes die niet gestudeerd hebben, en dus ook nooit gelijk kunnen hebben.

Dus neemt bijna iedereen aan dat concurrentie onvermijdelijk is, en zelfs goed. De economen hebben immers gelijk, en mochten ze geen gelijk hebben, wie zijn wij dan om te zeggen dat wij wel gelijk hebben? En zo blijft alles lekker veilig bij het oude. Zelfs als dat oude niet meer werkt.

De wereld van nu is dus gebaseerd op concurrentie. Op het idee dat iedereen zijn bestaansrecht moet bevechten. En zoals dat gaat met vechten: om te vechten heb je een tegenstander nodig. Wil je door vechten je bestaansrecht winnen, dan zul je een ander moeten verslaan. Jouw bestaansrecht moet je immers van een ander afnemen. Je kunt alleen meer geld en bezit vergaren door sterker, slimmer, intelligenter, doortrapter of handiger te zijn dan een ander. Want die ander wil ook meer geld en bezit. Als jij niet handiger bent dan hij, dan gaat hij ermee vandoor. Doordat jij anderen bevecht, zullen anderen jou bevechten, waardoor jij harder zult moeten vechten, waardoor zij harder zullen vechten, waardoor jij nog harder zult moeten vechten etc. Een mechanisme dat zichzelf aandrijft.

Het gevolg is dan natuurlijk wel dat, wanneer jij succesvol bent en daarmee meer verworvenheden verkregen hebt, dit ten koste gaat van het welzijn van de ander. Het gaat met jou beter, en dus met de ander slechter. En dat het met die ander slechter gaat is jouw schuld. Daar willen we natuurlijk liever niet aan denken, dus zeggen we: dan had hij maar beter zijn best moeten doen, of slimmer moeten zijn. En zo hebben we geen last van schuldgevoelens. Maar, ook al kennen we de benadeelde meestal niet persoonlijk, het blijft jouw schuld. Schuld waarvan de gevolgen door de verliezer gedragen worden.

Ook in economische zin, als het dus om geld gaat, werkt het concurrentiesysteem zo: de één zijn rijkdom, is de ander zijn schuld. Een systeem dat is gebaseerd op concurrentie resulteert in schuld. In iedere zin van het woord. Bovendien staat in zo’n systeem het belang van het individu voorop. Wat er met anderen gebeurt, en dus met het collectief, is ondergeschikt aan het eigen belang. En we denken dat we geen andere keuze hebben, want anders loopt de concurrent ermee weg.

We nemen aan dat het bestaande systeem het enig mogelijke systeem is. En dat doen we omdat we er waarde aan hechten. We denken dat het systeem ons iets oplevert. Zelfs als het systeem veel meer negatieve aspecten met zich meebrengt dan positieve, dan nog willen we er liever geen afstand van doen. We vrezen dat, wanneer we er afstand van zouden doen, de positieve aspecten (ook al zijn het er nog zo weinig) zullen wegvallen, en alleen de negatieve zullen overblijven. Dus zeggen we tegen onszelf: het is inderdaad niet allemaal koek en ei, maar het kan nou eenmaal niet anders.
Maar wat als we ons nou eens (bij wijze van experiment) een voorstelling zouden maken van een ander systeem. Een systeem dat niet gebaseerd is op de noodzaak het eigen bestaansrecht te bevechten, maar op het idee dat het bestaansrecht te verdienen is? Een bestaansrecht dat door anderen verleend wordt op basis van de waardering die zij hebben voor jouw bijdragen, in plaats van bestaansrecht dat door anderen afgenomen wordt door jou te beconcurreren. Een bestaanrecht dat niet gebaseerd is op concurrentie en vijandschap, maar op bijdrage en waardering.

Ik hoor mensen al roepen: ‘daar heb je hem weer met zijn onrealistische, utopische ideeën! Kom toch eens terug van die wolk, en ga met je poten op de grond staan!’

Het punt is: ik sta met mijn poten op de grond. Het enige dat ik wil doen, is het afschudden van een bestaande overtuiging. Een geloof dat net zoveel op illusies gebaseerd is als welke utopie ook. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit geloof juist is. We hebben immers nog nooit iets anders serieus overwogen, laat staan dat we het uitgeprobeerd hebben. De waarde die we aan het bestaande systeem hechten is gebaseerd op een illusie. Net zoals de waarde die we aan geld hechten, gebaseerd is op een illusie. Een illusie overigens waarvan dankbaar misbruik gemaakt wordt door enkelen.

Dus, als we de moed zouden hebben om die illusie eens even los te laten, wat zouden we dan voor alternatief kunnen zien?

Wat als we een systeem zouden hebben dat het collectief op de eerste plaats zet, in plaats van het individu? Een systeem dat in de eerste plaats een mooie samenleving oplevert. Een mooie, veilige, welvarende en prettige samenleving waar iedereen profijt van heeft. Een samenleving waarvan iedereen elke dag de voordelen ervaart, en waartoe iedereen dus graag toegang heeft. Toegang die je verkrijgt als je een bijdrage levert aan die samenleving. Een bijdrage die door de anderen gewaardeerd wordt. En waaraan iedereen daarom graag een zinvolle bijdrage zal willen leveren. En zo wordt die samenleving steeds mooier. Waardoor iedereen er nog meer waarde aan hecht.

Denk nou niet dat dit alleen op een andere planeet mogelijk zou zijn. Zulke systemen bestaan namelijk al. Gewoon, hier op aarde. Het is bijvoorbeeld het systeem van de kleine traditionele gemeenschappen. Ik heb in mijn leven veel tijd doorgebracht op de kleine Griekse eilanden. En op die eilanden leven kleine hechte gemeenschappen. Meestal bestaat daar geen enkele vorm van merkbaar gezag; er is geen politie, en er is nauwelijks invloed van de centrale regering. Mensen regelen de dingen zelf.

Iedereen levert daar een bijdrage aan de gemeenschap. En die bijdrage levert waardering op van de anderen. De gemeenschap wordt door iedereen gezien als zeer waardevol, en dat is hij natuurlijk ook want iedereen heeft er voordeel bij. Iemand die heel veel waardering krijgt van de anderen omdat zijn bijdragen zeer waardevol zijn, kan rekenen op veel toegang tot die voordelen. Een hoog gewaardeerd lid van de gemeenschap kan bijvoorbeeld rekenen op hulp en steun van iedereen als hij dat nodig heeft. Bijvoorbeeld als zijn huis afbrandt, dan zal de gehele gemeenschap hem er weer bovenop helpen. Terwijl iemand die de kantjes er vanaf loopt, beduidend minder steun zal ervaren in zo’n situatie. Door de kantjes er vanaf te lopen, draagt hij minder bij aan, én profiteert hij minder van de voordelen van de gemeenschap. Wanneer hij de boel zou verzieken en uit eigenbelang zou frauderen of stelen, dan loopt hij het risico helemaal uitgesloten te worden van de voordelen van het collectief. En dat is een klein voordeel niet waard. Daarom bestaat er in die gemeenschappen geen criminaliteit. En om diezelfde reden is iedereen gemotiveerd om een zinvolle bijdrage te leveren aan die gemeenschap. Daarmee wordt niet alleen het eigen belang gediend, maar door al die zinvolle bijdragen wordt het collectief steeds waardevoller, en daarmee groeit dus ook de mogelijkheid om daarvan te profiteren, en dus ook de motivatie om er nog meer aan bij te dragen etc. Een mechanisme dat zichzelf aandrijft.

Dit systeem is mogelijk omdat iedereen elkaar kent. Omdat iedereen weet welke bijdragen er door iedereen geleverd zijn. Het systeem is gebaseerd op sociale verbondenheid, in plaats van verdeling. Het is gebaseerd op bestaansrecht verdienen, in plaats van bestaansrecht bevechten. Het is gebaseerd op elkaar bestaansrecht geven, in plaats van elkaar bestaansrecht afnemen. Het is gebaseerd op gunnen, in plaats van concurreren. Het is gebaseerd op opgebouwd krediet (in de ruimste zin van het woord), in plaats van opgebouwde schuld (in elke zin van het woord).

En omdat het collectief als geheel op deze manier steeds meer waarde krijgt, en dus krediet opbouwt, staat het in schril contrast tot het concurrentiesysteem waarbij het collectief als geheel juist steeds minder waarde krijgt, en steeds dieper gebukt gaat onder opbouwende schuld. En dat is hier momenteel voor iedereen pijnlijk waarneembaar.

En bovendien: het is een systeem dat zichzelf regelt. Er is geen enkele centrale autoriteit voor nodig om de boel te besturen. Er is geen regering nodig met regels en wetten. Geen politie, want er is geen criminaliteit. Een dief straft zichzelf. Hij zal worden uitgesloten door het collectief, in plaats van ingesloten door de politie. Het systeem werkt zonder gezag. Ook dit in schril contrast tot het concurrentiesysteem van “ieder voor zich”, waarbij een sterk gezag nodig is om alle geschillen te beslechten en om criminaliteit te beperken. Gezag dat door haar macht en de daaruit voortvloeiende dwang, over het algemeen meer bedreiging dan bescherming oplevert.

Nou zou je dus kunnen zeggen dat dit idee utopisch is omdat het alleen werkt in kleine gemeenschappen waar iedereen elkaar kent, en we wonen nou eenmaal niet meer in kleine gemeenschappen. En dat is natuurlijk zo. Maar dan hebben we geen rekening gehouden met het menselijk vernuft. De kleine gemeenschappen zijn verdwenen onder de invloed van de moderne technologie, maar het is juist die technologie die ons momenteel een mogelijkheid biedt om ons weer met elkaar te verbinden. En dat is internet.

Precies op deze manier werkt namelijk een van de meest succesvolle internetgemeenschappen: Ebay*. De Ebay gemeenschap bestaat wereldwijd momenteel uit meer dan 180 miljoen leden die elkaar in de regel niet persoonlijk kennen. Toch kunnen de leden ongelimiteerd met elkaar handelen, zonder dat er sprake is van een sterke centrale autoriteit. En dat komt omdat de leden ervan elkaar letterlijk en figuurlijk waarderen.

Ebay biedt de deelnemers grote voordelen. In veel landen zijn zowel veel particulieren als detaillisten helemaal overgegaan op handelen via Ebay. En dat doen ze omdat het systeem voordelen biedt waar ze graag van profiteren. De leden zijn dus gebaat bij een florerend collectief: Ebay.

Na iedere transactie geven de koper en de verkoper elkaar een waardering: is er netjes op tijd betaald, is er netjes op tijd de afgesproken waar geleverd. Het aantal positieve of negatieve waarderingen dat een verkoper gekregen heeft, is voor iedereen zichtbaar. Verkopers met een hoog percentage positieve waarderingen zijn dus betrouwbaar. En omdat iedereen dat kan zien en omdat iedereen graag van een betrouwbare verkoper koopt, kunnen die betrouwbare verkopers gemakkelijker verkopen. Goed presteren is dus in hun eigen belang, maar daarmee leveren ze ook een bijdrage aan het geheel: de Ebay gemeenschap.

Tegenwoordig hebben vrijwel alle verkopers een score van meer dan 95% positieve waarderingen. En dat is logisch. Mensen met een lagere waardering verkopen niks meer omdat klanten liever kopen bij mensen met een hogere waardering. Slechte verkopers worden zo uitgesloten of worden genoodzaakt om beter hun best te doen, willen ze van het systeem kunnen blijven profiteren. Omdat iedereen daarom beter zijn best doet, krijgt het systeem als geheel steeds meer waarde. En daarom valt er ook steeds meer van te profiteren: mensen ervaren kopen op Ebay steeds meer als prettig en veilig, en daarom komen er steeds meer kopers en dat is dan weer in het voordeel van de verkopers etc. Wie het meest bijdraagt, krijgt de meeste waardering, kan het meest verkopen en profiteert dus het meest. Een mechanisme dat zichzelf aandrijft.

Oplichters ontzeggen zichzelf de toegang tot de voordelen van het systeem, omdat ze zullen worden buitengesloten zodra ze slechte waarderingen krijgen. En zo reguleert een gemeenschap van 180 miljoen mensen (die allemaal iets willen verdienen) zichzelf. Zonder centraal gezag. Het wordt mogelijk omdat mensen elkaar waarderen, in plaats van bevechten.

Als dit met tweedehands spulletjes of handel in kleingoed kan, waarom zou zoiets dan ook niet kunnen met hetgeen waaruit al die artikelen zijn ontstaan: arbeid. Elkaars inspanningen en talenten (waaruit arbeid bestaat), over en weer waarderen op basis van de bijdrage die deze arbeid oplevert. Een bijdrage aan het geheel. Aan de mensheid. En dus aan alle leden ervan. Een mooie inrichting van de mensheid waarvan iedereen profiteert, en waarvan de voordelen, (de arbeid van anderen) meer toegankelijk worden naarmate je zelf meer zinvolle bijdragen levert. Waarvoor iedereen dus zijn best zal doen. Een mensheid en een omgeving die daardoor steeds mooier zal worden, in plaats van steeds lelijker zoals nu. Een omgeving die niet meer geteisterd zal worden door zinloze overproductie en de bijbehorende vervuiling zoals nu. Een omgeving die voor iedereen bestaansrecht zal bieden, simpelweg omdat wij elkaar dat bestaanrecht zullen geven, in plaats van afnemen zoals nu. Een omgeving waarin de bestaande overvloed voor iedereen toegankelijk zal zijn, in plaats van voor enkelen zoals nu.


De technologie is er. Het enige dat we nodig hebben is een handige webdeveloper, en de eerste paar deelnemers. Net zoals Ebay ooit begon met de eerste twee deelnemers: een verkoper en een koper. Ebay waarvan in het begin niemand de voordelen zag (‘dat gaat nooit werken!’), maar dat desondanks in 15 jaar uitgroeide tot wat het nu is.

Wie doet mee?


* Hierop werd ik opmerkzaam gemaakt door Stefan Molyneux. Ziehier wat hij erover te zeggen heeft. De filmpjes op zijn website zijn trouwens allemaal de moeite waard.

dinsdag 7 december 2010

Wikileaks




Ik heb een beetje een verward gevoel bij de hele Wikileaks affaire. Iets zit me niet lekker. Het wringt.

Als ik één ding geleerd heb de afgelopen jaren, dan is het wel dat belangrijke gebeurtenissen in de wereld vrijwel nooit ‘zomaar’ gebeuren. Daarnaast heb ik ook geleerd dat de dingen die het journaal en de kranten (de main stream media dus) ons willen doen geloven, eigenlijk nooit helemaal waar zijn (maar vaak wel helemaal onwaar). En dat is niet onbegrijpelijk. Nieuws vertegenwoordigt een bepaalde kracht, en de mens zou de mens niet zijn als die kracht niet zou worden ingezet voor bepaalde belangen door degenen die de mogelijkheid hebben om dat te doen.

Nou zat ik me dus af te vragen welk belang er achter de berichtgeving over Wikileaks zou kunnen zitten. Voor de duidelijkheid: ik zeg niet dat het zo is, maar ik zeg dat het niet onmogelijk zou zijn dat we hier te maken hebben met een staaltje van manipulatie. Het zou in ieder geval niet de eerste keer, en hoogstwaarschijnlijk ook niet de laatste keer zijn. Sterker nog: het feit dat Wikileaks serieus genomen wordt, betekent op zichzelf al dat de meeste mensen het aannemelijk vinden dat we gemanipuleerd worden. Wikileaks zou immers onthullingen doen over geheimen en verdraaide waarheden of zelfs leugens. Wikileaks zelf gaat over manipulatie. Wil je dus geloven dat Wikileaks echt is, dan moet je eigenlijk ook aannemen dat manipulatie bestaat.

Stel nou, dacht ik, stel nou dat dit hele Wikileaks verhaal een toneelstukje is, een stukje geregisseerd theater, wat zou daarvan de bedoeling kunnen zijn? Welk belang zou daarmee dan behartigd kunnen worden?

Op een gecontroleerde manier de aandacht afleiden van andere klokkenluidersites? Het stroomlijnen en beheersbaar maken van alternatieve nieuwsmedia? Het tot de orde roepen van lagere overheden? Dat zou allemaal kunnen, maar dan ontbreekt er één ding dat in andere manipulaties over het algemeen wel aanwezig is, en dat is dat manipulaties meestal de bedoeling hebben om dingen te veranderen. Om rechtvaardiging te genereren voor een verandering. Verandering waartegen mensen zich, zonder die rechtvaardiging, zouden verzetten. Dus kwam de vraag op, welke verandering zou deze affaire kunnen rechtvaardigen?

Ik besteedde aan deze vraag eerlijk gezegd niet heel veel aandacht, totdat ik vandaag naar het journaal zat te kijken. Zoals iedere dag werd er weer uitgebreid verslag gedaan van de ontwikkelingen rondom Wikileaks. Bovendien werd gemeld dat Wikileaks informatie vrijgegeven had over ‘strategische doelen’. En dat die informatie ‘terroristen’ in de kaart zou kunnen spelen. Ook bij De Wereld Draait Door (ja, ik weet het, ik kijk naar die dingen..) zat oud minister Bertje Koenders. Hij meldde dat hij een groot voorstander was van openheid, maar dat hij het prijsgeven van informatie over ‘strategische doelen’ onverantwoord vond. En toen ging er bij mij een lampje branden.

Stel nou (ik weet het is hypothetisch, maar toch), stel nou eens dat dit inderdaad een stukje theater is. Dat dit een stukje manipulatie is dat de bedoeling heeft om voor eens en voor altijd het internet aan banden te leggen. Dan zou dat een heleboel vragen ophelderen. Dat zou dan ook antwoord geven op mijn vraag welke verandering hiermee gerechtvaardigd dient te worden. Dat zou ook verklaren waarom de media juist Wikileaks zo omarmen. Het zou ook de uitspraak van Koenders verklaren.

Nogmaals, ik zeg niet dat het zo is. Dat kan ik tenslotte (nog) niet weten (ik heb geen glazen bol), maar het zou geen onlogische gedachte zijn om te vermoeden dat deze Wikileaks affaire de rechtvaardiging moet genereren om het vrije internet af te sluiten. Want stel, stel nou eens dat er binnenkort een “aanslag” plaatsvindt. Een aanslag op een strategisch doel dat door Wikileaks “onthuld” is. Wikileaks dat “terroristen” informatie gegeven heeft waardoor die terroristen die aanslag konden plegen. Stel dat zoiets gebeurt, en dat die aanslag veel mensenlevens kost, dan zal er geroepen worden: ‘Dit mag nooit meer gebeuren!’

En dat zou de perfecte rechtvaardiging zijn om het vrije internet af te sluiten. Omdat zoiets, zo’n vreselijke aanslag door terroristen, dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Dan zou men kunnen roepen: ‘Zie je wel, internet is levensgevaarlijk!’

Oftewel, zou de Wikileaks affaire misschien de aanloop naar een tweede 9/11 kunnen zijn? Maar dan nu bedoeld om internetvrijheid te beperken of omzeep te helpen?

Ik weet het natuurlijk niet. Maar het zou kunnen. Het zou heel goed kunnen. Maar ik hoop het natuurlijk niet. Maar ik wil het toch gezegd hebben.


Mocht iemand andere suggesties hebben over de werkelijke bedoelingen achter deze Wikileaks affaire, dan hoor ik ze graag.