vrijdag 27 november 2009

Het pokerspel van de centrale banken


In het systeem van de centrale banken zit een gemene valkuil die maar bij weinig mensen bekend is. Zelfs vrienden die economie gestudeerd hebben, weten er vaak niet van. Het wordt dan ook uit de opleiding gehouden. Dat heeft een reden.

De crux is dit:

Geld is in principe een heel handige en nuttige uitvinding. Het zorgt ervoor dat de verschillende talenten en inspanningen van mensen uitwisselbaar worden. Zet tegenover een inspanning een universeel ruilmiddel, en iedereen kan zijn eigen inspanning ruilen tegen de inspanning van een ander, en iedereen kan zelf kiezen welke inspanning hij wil ruilen tegen de zijne. Geld zou, in die zin, dus keuze en vrijheid moeten brengen.

De centrale banken hebben het monopoly op het in omloop brengen van geld. Dat monopoly hebben ze al heel lang (de Amerikaanse Federal Reserve (centrale bank) bijv. vanaf 1913), en dus is elke dollar en elke euro die er bestaat, ooit in omloop gebracht door die centrale banken.

Nou brengen die centrale banken dat geld niet zomaar in omloop, maar ze lenen het uit. Ze creëren het uit niets (de drukken het gewoon, of wijzigen een getal in een computer) en er staat dus geen enkele inspanning tegenover, maar het moet desondanks worden terugbetaald. EN (!) er moet rente over betaald worden.

Daarmee BESTAAT iedere dollar of euro die er in omloop is dus uit SCHULD. Met het toenemen van de hoeveelheid geld in omloop, neemt dus ook de (collectieve) schuld toe. Bovendien (omdat de centrale bank rente vraagt) is die schuld altijd groter dan de totale hoeveelheid geld die in omloop is. Dit is in feite een piramidespel. Hoe langer het spel duurt, hoe groter de schuld wordt, vanwege de rente die nou eenmaal per jaar gevraagd wordt. Omdat de schuld alsmaar groeit, neemt de afhankelijkheid van de wereld aan de banken steeds verder toe.

Het werkt hetzelfde met iedere centrale bank. Dus de Federal Reserve, of de Europese Centrale bank, het maakt niet uit. Wel maakt het duidelijk waarom we de Euro per se moesten krijgen. Het is nou eenmaal makkelijker om de macht die dit systeem genereert, te centraliseren, dan de controle te houden over een groot aantal verschillende nationale centrale banken (zoals De Nederlandse Bank in de tijd van de gulden, de Deutsche Bank in de tijd van de Mark etc.).


Zie het zo:

Jij (de centrale bank) nodigt op een avond (bijv. op 23 dec.1913) 5 mensen (alle mensen van de wereld) uit om te komen pokeren. Er wordt gespeeld om fiches die jij gemaakt hebt. Je speelt zelf niet mee.

Je LEENT iedere speler 10 fiches, in totaal dus 50, die je aan het eind van het spel terug moet hebben. En je vraagt 10% rente. Je moet aan het eind van het spel dus 55 fiches terugkrijgen……

Het spel begint. De één wint wat, de ander verliest wat. Degene die wint, mag zijn winst behouden, zolang hij zijn schuld (11 fiches) maar terugbetaalt aan het eind van het spel. Dat houdt dus in dat een ander (die verloren heeft) zijn schuld niet kan aflossen. Als je één hele goeie speler hebt, die alles wint, dan is hij de enige die aan het eind van het spel de fiches kan terugbetalen.

Jij blijft de eigenaar van de 50 fiches + de rente. In totaal dus 55 fiches. Meer dus dan er überhaupt bestaan.

Vier van de vijf spelers kunnen dus niet betalen. Maar jij laat ze niet gaan voordat ze hun schuld ingelost hebben.

Je kunt 2 dingen doen:

Je maakt meer fiches die je uitleent (ook weer met rente) aan de verliezers, waarmee ze de kans krijgen om verder te spelen en hun verlies terug te winnen. Zo komen er meer fiches in het spel, en ontstaat er dus ook meer schuld. Schuld waarvan jij weet dat die nooit kan worden terugbetaald. Je kunt het spel net zolang laten duren als jij wil. Hoe langer het spel duurt, hoe groter de schuld en hoe feller de spelers zullen proberen de fiches van elkaar terug te winnen om daarmee het hoofd boven water houden. Vals spel ontstaat dan vanzelf.

En dan komt mogelijkheid 2: je maakt geen nieuwe fiches (krediet) meer en eist je fiches en de rente terug. Je weet dat dit onmogelijk is. Er ontstaat dus een crisis (kredietcrisis). Dus je zegt tegen de spelers dat ze het op een andere manier moeten betalen. Je laat ze je huis poetsen, je muren schilderen, de afwas doen etc. Je hebt nu slaven in plaats van spelers.

Zo zie je ook meteen waarom men wil dat de rijkdom bij een zo klein mogelijke groep terecht komt. Als alle spelers quitte zouden spelen, dan zou iedere spelen aan het eind van het spel nog steeds 10 fiches hebben en dan bestaat de schuld van iedere speler slechts uit de rente (1 fiche) en dan zouden ze met een klein karweitje klaar zijn. Maar als één speler alles wint, is hij de enige die niet hoeft te werken. De andere 4 spelers hebben dan een grote schuld en daarover heb je dus een grote macht om ze te laten doen wat jij wil.

Je geeft één van de spelers de taak om te controleren of iedereen voldoende werkt en zijn schuld aflost. Je geeft hem daarvoor 1 fiche. Je hebt dan politie.

Je geeft een ander een fiche om hem tegen de spelers te laten zeggen dat fiches waarde hebben. Je hebt dan media.

Je geeft de speler die zich opwerpt als woordvoerder van de andere spelers een fiche om hem te laten doen wat jij wil. Je hebt dan politiek.

donderdag 26 november 2009

De grootste vergissing


Mijn zoektocht naar de waarheid heeft me inzicht gegeven in de manier waarop de wereld is ingericht. En de manier waarop we door een kleine elite gemanipuleerd worden. Een elite die steeds meer macht zoekt. Ik probeer de inzichten die ik door deze zoektocht verkregen heb met iedereen die interesse heeft te delen op dit weblog.

Maar behalve inzicht in de manier waarop de wereld is ingericht, heb ik gaandeweg ook meer inzicht gekregen in onszelf (de mensheid) en het leven op zich. Eerst beschouwde ik dat inzicht als een soort ‘bijproduct’, maar ik ben steeds meer gaan inzien dat het juist de essentie is.

Als eerste merkte ik dat er geen losstaande problemen op de wereld zijn. Letterlijk ALLES houdt verband met elkaar. ELK probleem is gerelateerd aan ALLE andere problemen. En gaandeweg leerde ik dat al het kwaad op de wereld dezelfde oorsprong heeft:

Macht.

Macht is werkelijk de bron van alle kwaad. Kijk de geschiedenis van de laatste honderd jaar (of duizend jaar) er maar eens op na, en je zult zien dat alle oorlogen, hongersnoden, vervolging, genocide, crises, onderdrukking, onvrijheid etc. allemaal het gevolg zijn van de honger naar macht. Er is geen enkele uitzondering (ik heb er in ieder geval geen kunnen vinden).

Dat houdt dus in, dat we maar voor één ding bang moeten zijn: Macht.

Voor de rest dus nergens voor.

En dat is belangrijk, omdat degenen die de macht van ons willen hebben in ruil voor onze vrijheid, altijd angst gebruiken om ons te verleiden die macht aan hen te geven. Angst voor ziekten (pharma-industrie, rookverbod), angst voor klimaatverandering (CO2-tax), angst voor terroristen (camera’s, biometrisch bevolkingsdossier, bewaren surf- en e-mailverkeer, identificatieplicht etc.) , en zo zijn er nog veel meer voorbeelden.

Degenen die op macht uitzijn, gebruiken altijd angst om die macht te verkrijgen, terwijl er niets is om bang voor te zijn. Behalve voor die machthebber zelf! Dat maakt iedere poging om ons ergens bang voor te maken tot een leugen.

Of eigenlijk: een vergissing.

De hele machtstructuur op deze aarde is eigenlijk niets meer dan een vergissing. Het is gebaseerd op de veronderstelling dat je de ervaring die het leven is, beter kunt maken door de ervaring van anderen slechter te maken.

Dat je jouw ervaring beter kunt maken ten koste van een ander.

Het leven op aarde is een tijdelijk ding. Het is een ervaring. Vergelijk het met een rit in een trein. Je kijkt door het raam van je bewustzijn, en het landschap van het leven trekt aan je voorbij. Soms lijkt het een achtbaan, of een stilstaande bus, maar het blijft niets meer of minder dan een (tijdelijke) ervaring. En er is voor iedereen een plaats aan het raam.

Maar ergens in de geschiedenis heeft iemand de vergissing gemaakt om te denken dat hij een betere plek aan het raam zou kunnen krijgen, ten koste van iemand anders. Een hele coupé voor zichzelf! Ten koste van alle andere passagiers in die coupé wiens ervaring nu onmogelijk, of in ieder geval onaangenaam gemaakt was.

Uiteraard lieten de verliezers dit niet op zich zitten, en begonnen nu ook een plekje te bevechten, nu ten koste van weer andere reizigers. En binnen de kortste keren was niemand meer zeker van zijn plaats, en werd de hele trein een hel van vechtende passagiers.

De man die de hele coupé voor zichzelf opeiste, had een leger van bewaking nodig, omdat hij voordurend in de angst zat zijn verworven positie te verliezen. Hierdoor kwam hij helemaal niet meer toe aan het kijken uit het raam. En daar was het toch allemaal om begonnen.

Alle mensen die voorheen het landschap van het leven aan zich voorbij zagen trekken, richtten zich nu op elkaar, en zagen van het landschap niets meer. Ze dachten er zelfs niet meer aan. Ze dachten alleen nog maar aan hun ‘belang’.

Maar het enige belang dat er bestaat, is het leven te kunnen leven. De ervaring te ervaren. Daar ging het allemaal om.

Dat is voor iedereen hetzelfde. En zo blijkt dan dat niet alleen alle problemen één geheel vormen, maar dat ook alle mensen één geheel vormen.

We hebben allemaal precies hetzelfde belang:
Te kunnen leven en voor onze kinderen, familie en vrienden te kunnen zorgen. Voor elkaar zorgen. En voor onszelf. Dat geldt voor iedereen.

En in principe is iedereen onze vriend, behalve diegenen van wie we denken dat ze een ander ‘belang’ hebben. En omdat we geleerd hebben dat we moeten vechten voor onze plek aan het raampje, verwachten we dus ook dat anderen ons zullen bevechten. En dan is (buiten je directe kring) niemand meer je vriend, en iedereen een potentiële vijand.

En dat allemaal omdat die eerste reiziger dacht dat hij zijn eigen ervaring kon verbeteren. Ten koste van de andere reizigers. Een vergissing.

Een vergissing met verstrekkende gevolgen. Het leven gaat nu aan ons voorbij in een permanente onderlinge concurrentiestrijd. Een strijd voor ons plekje. Voor ons vermeende ‘belang’. En de hele ervaring die leven heet, wordt door die strijd overheerst. Maar de trein van het leven rijdt door, en het landschap trekt voorbij, maar we kunnen niet meer naar buiten kijken, omdat we steeds elkaar in de gaten moeten houden. En we zien het landschap niet meer. We ‘beleven’ het niet meer. En dat was toch waarom het eigenlijk ging: leven!

En degenen die uiteindelijk de beste plaatsen veroverd hebben, zijn zeker niet het beste af; ze moeten hun ‘verworvenheid’ voortduren bewaken, en beschermen. Een fulltime job, gebaseerd op de angst om te verliezen. Een levenlang angst. Een levenslang gevecht. Een leven zonder leven. Maar ook al zouden ze willen: het door hen opgestarte mechanisme is bijna niet meer te stoppen. Zodra ze zelf inzien dat ze een kapitale vergissing gemaakt hebben, en weer gewoon een normaal plekje aan het raam willen, en begrijpen dat ze gevangen zijn geworden van hun ‘verworvenheid’, en daarom de verdediging van die verworvenheid opgeven, zullen ze onder de voet gelopen worden door de vechtende massa en slachtoffer worden van het door henzelf geïnitieerde gevecht.

Een vergissing.

We zijn allemaal anders, maar we zijn ook allemaal één. Net zoals de cellen in ons lichaam allemaal anders zijn, maar toch samen één lichaam vormen. Wat zou er gebeuren als de cellen van je rechterhand, die van je linkerhand zouden aanvallen, in de veronderstelling daar beter van te worden? Je linkerhand zou zich moeten verdedigen, en binnen de kortste keren zouden alle cellen van je lichaam met elkaar in gevecht zijn, en niemand zou nog weten wie waarom aanviel. In het beste geval zou het leiden tot een hele dikke rechterhand, en een uitgemergelde linkerhand. Of zoiets. In ieder geval tot uitsluitend verliezers.

We zijn allemaal één. Zodra we dat inzien, en we garanderen degenen die nu de beste plaatsen opgeëist hebben, dat we ze zullen vergeven als ze tot inkeer komen, dat we ze zullen prijzen voor hun moed om hun vergissing toe te geven, in plaats van de vrijgekomen positie direct zelf in te pikken, waarom zouden we dan niet terug kunnen naar de situatie zoals die voor de vergissing was? Voor iedereen een plek aan het raam. Het raam van bewustzijn dat iedereen heeft. Zodat we het leven kunnen leven zoals het bedoeld was. Als een ervaring. Een rit in een trein of bus of achtbaan. Zodat we het kunnen ervaren zoals het voorbij komt. Zoals het is.

woensdag 25 november 2009

De stoelendans van de schuld


Banken creëren geld uit niets. En toch moet al dit gecreëerde geld aan de banken worden terugbetaald. Al het geld dat de centrale banken in omloop brengen, wordt in omloop gebracht in de vorm van leningen. Dat houdt dus in dat al het geld dat er op de wereld is, bestaat uit schuld. En dat houdt weer in dat, als morgen alle schulden op de hele wereld worden afgelost, er geen geld meer bestaat.

Maar er is nog iets anders aan de hand: zelfs al worden morgen alle schulden op de hele wereld afgelost, bestaat er nog steeds schuld: de verschuldigde rente over de leningen.

De totale schuld van alle mensen op de wereld bij elkaar geteld, aan de banken is dus groter dan de totale hoeveelheid geld die er überhaupt bestaat. Véél groter. Hoe meer geld, hoe meer schuld, hoe meer rente. En omdat rente nou eenmaal per jaar berekend word, wordt ieder jaar het aandeel van de rente in de totale schuld groter.

En nu is er crisis. Er wordt voortdurend geroepen dat we op te grote voet geleefd hebben. Dat we te veel geleend en uitgegeven hebben. Dat wij zelf de schuld hebben aan deze crisis. Niets is minder waar. Het zijn de banken die bepalen hoe groot onze collectieve schuld is.

Omdat al het geld bestaat uit schuld, moet over al het geld rente worden betaald. En die rente moet worden betaald met geld dat dus niet bestaat. Dat is natuurlijk onmogelijk. Om die rente te kunnen betalen moet er steeds meer geld in omloop komen, ook weer in de vorm van leningen, waarover ook weer rente betaald moet worden. Om dat te kunnen doen, moet er dus steeds harder gewerkt worden, en moet er dus steeds meer geproduceerd worden. Moet er dus eindeloze ‘economische groei’ zijn.

Vanaf de tweede wereldoorlog hebben we zowat ieder jaar een paar procent ‘economische groei’ meegemaakt. Dit jaar hebben we te maken met een economische krimp van zo’n 3%. Je zou dan zeggen dat we daarmee de klok simpelweg één of twee jaar terugzetten. Hoe kan het dan dat de situatie nu veel beroerder is dan twee jaar geleden? Toen hadden we geen sterk groeiend aantal werklozen, geen daling van de huizenprijzen, geen crisis.

Het komt omdat continue economische groei noodzakelijk is om de continu groeiende rentelast te kunnen betalen.

Nu zijn er mensen die zeggen: Ja, dan moet je ook maar geen schuld aangaan. Eigen schuld!

Maar of jij als individu schuld hebt of niet, maakt niet uit. Omdat AL het geld uit schuld bestaat, is er altijd iemand die het moet terugbetalen. Ben jij het niet, dan is het iemand anders.

Het werkt als een stoelendans. Er zijn altijd minder stoelen dan deelnemers aan het spel. Er is altijd een verliezer. Je zou kunnen zeggen dat het eigen schuld is van de verliezer omdat hij niet snel genoeg reageerde toen de muziek stopte. Maar zelfs al oefenen alle spelers zich eindeloos in het spel, al worden ze er nog zo goed in, en nog zo snel; er blijft altijd iemand verliezen. En hoeveel verliezers er zijn, wordt bepaald door het aantal stoelen ten opzichte van het aantal deelnemers. Stel dat jij nu kunt bepalen hoeveel stoelen er zijn…….

En dat is precies de macht die de bankiers hebben. Zij zijn het die de regels van het spel bepalen, en die bepalen wanneer de muziek stopt. Zolang ze maar nieuw krediet de wereld inpompen, blijft het spel lopen. Maar zodra de kredietkraan wordt dichtgedraaid, stopt het spel, en moeten de spelers elkaar gaan bevechten om niet tot de verliezers te behoren.

En omdat geld het levenssap is van de wereld, zullen de spelers elkaar naar het leven gaan staan. De machtigste spelers zoals grote bedrijven en overheden zullen de grootste kans hebben op overleving. De kleine spelers, zoals jij en ik zullen met lege handen staan.

Dit hele spel geeft de banken de feitelijke macht over de wereld. Omdat iedereen simpelweg afhankelijk is van geld, en dus van krediet, hebben zij de kaarten in handen. Het zijn de banken die bepalen wie er krediet (dus geld) krijgt en wie niet.

Daarom zijn overheden en regeringen ook totaal afhankelijk van de banken. Iedere overheid of regering moet éérst aan eisen van de banken voldoen, voordat ze zich met de wensen van het volk kan gaan bezighouden. Politiek gaat over belastinggeld en de verdeling daarvan. Maar de eisen van de banken komen eerst. En wat er dan nog aan wisselgeld overblijft (als er iets overblijft) mag ten goede komen aan de bevolking in de vorm van dienstverlening.

Dat verklaart dus waarom we steeds meer belasting moeten betalen en waarom we voor die betaalde belasting steeds minder diensten terugkrijgen.

Maar dit geleidelijke proces gaat de bankiers nog niet snel genoeg. De enorme machtshonger van de banken is nooit te stillen. Ze willen meer macht. En sneller.

Vandaar de crisis. Omdat iedereen afhankelijk gemaakt is van de banken, bepalen die banken of het goed met ons gaat of niet. Als ze veel krediet verlenen, is er veel geld, en zijn we velvarend. Zodra de kredietkraan wordt dichtgedraaid, gaat het slecht met ons en hebben we een crisis.

Maar waarom zouden de banken een crisis willen? Antwoord: omdat de eigenaren van de banken meer macht willen.

Voor de crisis van 1929 bestonder er in VS meer dan 16 duizend verschillende banken. Na de crisis was daarvan nog maar één tiende dus zo’n 1600 banken over. Diegenen die het nu te vertellen hadden over de bancaire wereld, hadden dus hun macht vertienvoudigd.

Het lijkt alsof er wereldwijd vele banken zijn die elkaar beconcurreren, hetgeen een evenwicht in de machtverhoudingen garandeert. Precies volgens de leer van de vrije marktwerking. Maar dat is maar ten dele waar.

Banken zijn eigendom van aandeelhouders. Als je een bank (of elk anders bedrijf met aandeelhouders) beschouwd als een taart, dan zijn de aandeelhouders eigenaar van partjes van die taart, en alle aandeelhouders bij elkaar, bezitten de hele taart. Als je een klein partje bezit, heb je dus niks te vertellen. Je hebt vrijwel geen macht. Maar als je een groot stuk bezit, heb je wel macht. En als je met een klein aantal grote aandeelhouders, bijvoorbeeld een stuk of vijf, meer dan de helft van de aandelen bezit, heb je een meerderheidsbelang en dus alle zeggenschap en dus alle macht.

Als de meerderheidsbelangen van alle banken, in handen van steeds dezelfden zijn, vormen alle banken samen feitelijk één bank. Dan is de bancaire macht gecentraliseerd. En dat proces van centralisatie is wat de machtigste figuren in de bancaire wereld nastreven.

Stel dat je met je clubje van vijf grote aandeelhouders nou een meerderheidsbelang hebt in zowel bank A als bank B. Op een dag kom je bij elkaar om te bespreken hoe je meer macht kunt verkrijgen. Dan zou je het zo kunnen doen:

Stel dat bank A en bank B evenveel waard zijn, laten we zeggen ieder 100 miljard. Je laat bank A concurreren met bank B. Je zorgt ervoor dat bank A, bank B zodanig uitkleedt dat bank B failliet dreigt te gaan. Dat kun je makkelijk doen, want jij bent de baas over beide banken.

Je draait ondertussen de kredietkraan van bank A dicht. Bank A verleent nu geen krediet meer, en bank B kan geen krediet meer verlenen. Er ontstaat een crisis. Een kredietcrisis. Je geeft de schuld aan bank B.

Bank A heeft nu 200 miljard en bank B niks. De spaarders van bank B en de aandeelhouders raken in paniek. Je stapt naar de overheid (die nou eenmaal moet doen wat jij zegt omdat diezelfde overheid totaal afhankelijk is van jouw krediet, zeker in deze crisistijd) en je zegt tegen de minister (laten we hem Wouter noemen): ‘koop bank B voor 50 miljard’!

Wouter verkoopt het idee aan de bevolking door de mensen bang te maken voor de gevolgen van het faillissement van bank B, en zegt dat bank B ‘gered’ moet worden om de crisis te bezweren.

Die 50 miljard wordt opgebracht met belastinggeld. Geld van de burgers dus. In feite worden alle burgers nu kleine aandeelhouders van bank B. Maar zo klein dat ze niets te vertellen hebben. Jij wel. Jij hebt nu 200 miljard in bank A en 50 miljard in B. Samen dus 250 miljard. Officieel is bank B van de overheid, maar die moet toch precies doen wat jij zegt.

Bank B, die nu dus eigendom is van de overheid, is nu kleiner en zwakker dan voorheen en bank A groter en sterker. Je zorgt ervoor dat de sterke bank A zodanig met de zwakkere B concurreert dat B opnieuw op omvallen staat. Je neemt bank B dan over van de overheid voor heel weinig geld, en zeg dat je dit doet uit goedheid. Om de bank te ‘redden’.

Je hebt nu 50 miljard gestolen van de bevolking en de aandeelhouders van bank B (die geen aandelen hadden van bank A) buitenspel gezet waardoor jouw macht sterk gegroeid is. Je macht is verder gecentraliseerd.

En met die grotere macht, beschik je over meer middelen om aandelen van andere banken te kopen en daarmee je macht te vergroten over die andere banken. Je herhaalt de truc nog een paar keer totdat je uiteindelijk de totale zeggenschap hebt over alle banken, en daarmee over alle regeringen en daarmee over de wereld.

Door jouw zeggenschap en dus macht heb je de mogelijkheid om krediet precies zo te doseren, dat overheden alleen nog maar toekomen aan het voldoen aan jouw eisen, en dat daarmee vrijwel alle belastinginkomsten ten goede van jou komen. En dus vrijwel niets meer ten goede van de bevolking. Die bevolking wordt daarmee jouw eigendom, omdat ze alleen maar moet werken om jou te betalen. Precies zo hard als jij bepaalt.

Je bent nu eigenaar van de wereld, en alle mensen zijn jouw slaven.


-Zie de film (47 min.) Money as debt, voor een verhelderend inzicht in het bancaire systeem.

donderdag 12 november 2009

De zwendel van de centrale banken




Misschien is het zinvol om de zwendel van de centrale banken nog eens uiteen te zetten. Ik merk in mijn omgeving dat zelfs (of juist…) financieel experts moeite hebben met het begrijpen van het concept. Terwijl het toch zo eenvoudig is.

De centrale banken (de Europese Centrale Bank en de ‘Fed’: de Amerikaanse centrale bank) hebben het monopolie op het in omloop brengen van geld. Zomaar. Vanuit het niets…

In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken zijn deze centrale banken geen overheidsinstellingen maar privéondernemingen met winstoogmerk. Deze ondernemingen zijn het bezit van aandeelhouders (wie dat zijn wordt geheim gehouden, maar het is wel bekend dat er een klein aantal dominante spelers is. De Rothschild familie is één van de beruchtste, maar er zijn er nog een paar). De grootste aandeelhouders en dus degenen die het voor het zeggen hebben, zijn dezelfden in Europa als die in Amerika en in vele andere landen.

Deze centrale banken brengen het geld vanuit het niets in omloop. Maar niet zomaar. Elke dollar of euro die in omloop komt, wordt verstrekt in de vorm van een LENING aan overheden en andere banken.

Elke dollar of euro die in omloop gebracht wordt - elke dollar of euro die bestaat - moet dus worden terugbetaald. Misschien niet door jou of door mij, maar in ieder geval door iemand. Tegenover elke dollar of euro in jouw of mijn bezit, staat een dollar of euro schuld van iemand anders.

Elke dollar of euro die de centrale bank in omloop brengt, vormt dus een dollar of euro tegoed van die bank. Tenzij men rente vraagt………

En dat is nou juist het probleem. Voor elke dollar of euro die in omloop gebracht wordt, hetzij als papiergeld of als elektronisch geld, wordt rente gevraagd. Een simpele rekensom leert dat als die rente gemiddeld 3% is (wat het de afgelopen jaren was), de hoeveelheid schuld in minder dan 25 jaar verdubbelt. Brengt de Europese Centrale Bank dus bijv. 100 miljard in omloop, dan staat hier na 25 jaar een schuld van 200 miljard euro tegenover. Dubbel zoveel als er in omloop is. Een bedrag dat natuurlijk nooit kan worden terugbetaald.

Hierdoor is er een continue stroom van nieuw krediet nodig. Al was het alleen maar om de rente te kunnen betalen. Door het verlenen van dat nieuwe krediet, komt er steeds meer geld in omloop, waardoor de waarde hiervan afneemt (inflatie). Krediet waarover ook nu weer rente betaald moet worden. En waardoor de totale hoeveelheid schuld weer verder oploopt.

Met deze kredieten financieren overheden hun uitgaven. Deze overheden houden hun hoofd boven water door hun schuld te verschuiven naar de bevolking d.m.v. steeds hogere belastingen (komt bekend voor?).

Op deze manier loopt de totale hoeveelheid schuld steeds verder op en wordt iedereen steeds afhankelijker van nieuw krediet. Ook als jij 10.000 euro op de bank hebt staan en geen schulden hebt, blijft het tegoed van de centrale banken hetzelfde. In principe moet iemand anders er dan voor opdraaien, maar uiteindelijk draaien we er allemaal voor op. Dat wordt nu met de crisis wel duidelijk.

Het doel van het creëren van steeds meer schuld, is het creëren van steeds meer afhankelijkheid. Afhankelijkheid van overheden aan de centrale bankiers. En dus afhankelijkheid van burgers. Want overheden halen hun inkomsten uit belastingen die burgers betalen.

Een eenvoudig maar uiterst kwaadaardig mechanisme dat uiteindelijk leidt tot totale controle en overheersing van de hele wereld, zolang iedereen blijft geloven in het geld. Het is het mechanisme dat alle financiële en economische problemen in de wereld veroorzaakt.

En toch is er geen enkele serieuze regering of politicus die dit ook maar durft te benoemen. Sommigen zullen er niet eens van afweten, maar over meneer Bos en meneer Obama kun je van alles denken, maar dom zijn ze niet. Ze weten hoe het werkt. Ze kunnen er niet over praten omdat het taboe is. Ze zijn simpelweg verstrikt in het web van de macht van de centrale banken. Ze moeten verantwoording afleggen aan deze banken om een blijvende kredietstroom veilig te stellen. Deze banken tegen de schenen schoppen is politieke zelfmoord.

Dat maakt deze ‘geheime’ topbankiers tot de werkelijke machthebbers in de wereld. Machthebbers die alle overheden en regeringen in hun zak hebben. Omdat ze schuld, en dus afhankelijkheid gecreëerd hebben. Machthebbers die op elk door hen gewenst moment de kredietkraan kunnen dichtdraaien (kredietcrisis dus - komt ook bekend voor?). Waardoor uiteindelijk vrijwel niemand meer aan de (kunstmatig opgevoerde) verplichtingen kan voldoen. En waardoor deze bankiers zich alles van echte waarde in deze wereld kunnen en zullen toe-eigenen.


“Geef mij de controle over de valuta van een land, en ik geef er niets om wie de wetten maakt”.

Mayer Amchiel Rothschild
Grondlegger van de Rothschild bankiersdynastie

dinsdag 3 november 2009

Corporate Elite




Ik krijg regelmatig de beschuldiging een ‘samenzweringstheoreticus’ te zijn. Dat hetgeen ik wil zeggen een ‘samenzweringstheorie’ is. Dat ik een beeld neerzet van een paar machtige mannen die in een kamer zitten en daar hun sinistere plannen voor de wereld uitbroeden.

Ten eerste: waar moeten ze anders gaan zitten? In een boomhut? Op de hei? Natuurlijk zitten ze in een kamer. Een hele mooie en luxe kamer meestal, dat wel, maar het blijft een kamer.





Ten tweede: natuurlijk maken ze plannen! Plannen om hun belangen veilig te stellen. Dat doen jij en ik ook. Als jij samen met je partner plannen maakt over jullie belangen, ben jij dan aan het samenzweren? Als David Rockefeller en Sir Evelyn de Rothchild plannen maken over hun belangen, verwacht je dan dat ze zullen denken: ‘nee, laat ik dat maar niet doen, want dan ben ik aan het samenzweren?’ Natuurlijk niet!

Het verschil tussen jouw plannen en de plannen van de Rockefellers en de Rothschilds is, dat hun plannen jouw leven bepalen en andersom niet. Maar ze doen niets anders dan plannen maken over hun belangen.

Dus laten we die denigrerende kwalificatie ‘samenzweringstheorie’ nou maar eens gewoon vergeten. Het is complete onzin.

Het gaat dus gewoon over belangen. En de belangen van de Corporate Elite, de top van het internationale bedrijfsleven, aangevoerd door de Rothschilds en Rockefellers, botsen gigantisch met de belangen van de rest van de mensheid.

Ik zag vandaag een organogram van de Rothschild ondernemingen. Vrijwel elk internationaal bedrijf komt erin voor, en wordt dus in enige mate door deze familie beheerst. Of het nou gaat over textiel, olie (ze zijn eigenaar van Shell), media (ze zijn eigenaar van Reuters en AP, en een heleboel andere mediabedrijven), voeding (Monsanto), de wapenindustrie en elke andere industrie, of natuurlijk de bancaire sector, ze zitten erin.

Niet meer dan 1% van de wereldbevolking bezit 90% van de rijkdom. Die 1% wordt inderdaad gevormd door de hierboven genoemde families en hun consorten. Hun belang en hun doel is: maak daar 100% van. Het is het enige waarmee ze zich bezighouden.

Dat houdt dus in dat de andere 99% van de bevolking als loonslaaf of in extreme armoede leeft. Meer dan anderhalf miljard mensen leven van minder dan 2 dollar per dag. In Indonesië werken mensen voor 20 dollarcent per uur in de fabrieken die de kledingmerken van hun dure producten voorzien.


Als je hier aan iemand vraagt: zou je voor 20 dollarcent per uur gaan werken? Dan is het antwoord: natuurlijk niet!

Er is maar één reden waarom de mensen in Indonesië (zoals in zoveel andere landen) dat wel doen. Ze moeten! Anders hebben ze niets en dan gaan ze dood. Ze zijn tot in hun laatste vezel ONVRIJ.

En dat is meteen ook de enige reden waarom wij het hier niet voor 20 dollarcent per uur hoeven te doen. Vanwege onze vrijheid. Wij worden niet beter betaald omdat de Corporate Elite dat nou zo graag wil, maar omdat wij macht hebben. Dat voelt vaak niet zo, maar vergeleken met de arbeiders in de 3e wereld hebben wij een zekere macht. Macht over ons zelf. Vrijheid is niets meer dan individuele macht. Net zoals individuele onvrijheid centrale macht betekent. Zodra de elite de kans krijgt, en die kans zijn ze aan het creëren met bijvoorbeeld de door hen opgezette crisis, zullen ze ons ook niets meer betalen dan 20 cent. Of zo min mogelijk. Dat is hun belang.

Mensen in Indonesië moeten voor 20 cent per uur werken omdat ze arm zijn. Het is dus in het belang van de elite om iedereen zo arm mogelijk te maken en te houden. Zodat iedereen voor ze gaat werken zonder dat ze er een noemenswaardige beloning tegenover hoeven te stellen.

Onvrijheid en armoede is in het belang van de elite. En ze zullen alle plannen verzinnen en ten uitvoer brengen die nodig zijn om dat te bereiken. Maar ze zullen dat niet openlijk doen. Ze willen niet dat wij dat weten. En daarin zijn ze behoorlijk succesvol.

Maar, dat WIJ niet weten wat ze doen, wil niet zeggen dat ZIJ niet weten wat ze doen.

De meeste mensen denken bijvoorbeeld nog steeds dat het ‘Amerika’ is dat voor de olie oorlog voert in het midden oosten. Maar waarom zou het armste land ter wereld een dure oorlog gaan voeren? Amerika is het armste land ter wereld omdat het niets heeft. Sterker nog, het heeft veel minder dan niets. Het is het land dat, per hoofd van de bevolking, de grootste schuld heeft ter wereld. Als Amerika ten oorlog zou trekken om rijker te worden, dan zou het helemaal geen schuld hebben.






Natuurlijk speelt olie een rol in de oorlog die in Irak gevoerd wordt. Maar blijkbaar wordt Amerika daar niet rijker van. Alleen armer. Het is de Corporate Elite die er rijker van wordt. Het kan dus niet anders dan dat deze elite de Amerikaanse regering BEZIT, en dat die regering alleen en uitsluitend voor hun belangen handelt. Of het gezicht nou Bush is, of Obama of wie dan ook.

Het is dus niet het land Amerika dat oorlog voert. Het land Amerika wordt gebruikt door de Corporate Elite om hun oorlogen te voeren. Om hun belangen te bevechten. De Amerikaanse regering behartigt geen enkel ander belang. En de elite is de ENIGE die ervan profiteert. Betaald met de belastinggelden bijeengebracht door de burgers. Die daardoor armer worden, en die daardoor goedkopere ‘human resource’ worden voor diezelfde elite.

Jaha, plannen maken kunnen ze. En samen in een kamer zitten ook. Neem bijvoorbeeld de World Trade Organisation (WTO). Een groep grootindustriëlen (onderdeel van de VN) die niet gekozen is, waarvan niemand weet wie er nou eigenlijk bijhoren, maar die enorme macht hebben. Het officiële doel is de wereldhandel te bevorderen. Dat doen ze onder meer door de importbeperkingen van de individuele landen te bestrijden. Importbeperking die vooral lastig zijn voor diegenen die de wereldhandel overheersen. Voor de Corporate Elite dus. Voor de anderen betekenen ze een bescherming. Natuurlijk heeft de WTO geen wetgevende macht in de landen die lid zijn, maar in de praktijk hebben ze een vetorecht over iedere wet. Als een land ook maar een beetje dwarsligt, dreigen ze dat land uit de organisatie te zetten, en leggen ze andere leden een embargoverplichting op. Ook op straffe van excommunicatie. Dat houdt dus in dat ze allesbepalend zijn. Zonder controle of welk democratisch proces dan ook.


Ze beschermen hun eigen leden, bestaand uit de top van het bedrijfsleven, bancaire sector, en industrie. Die daarmee dus feitelijk de wereld beheersen. En dat is de bedoeling.

Om een voorbeeldje te geven: een paar jaar geleden heeft de firma Monsanto (google die naam maar eens, je valt van je stoel) een patent verkregen op de genetische code van Basmati-rijst. Sindsdien is het product hun eigendom. Alle boeren die waar dan ook ter wereld Basmati-rijst verbouwen, moeten daarvoor aan Monsanto commissie betalen. Ook al verbouwden ze dat gewas al eeuwen. Uiteraard is die commissie precies zo hoog dat de boeren nog net in leven kunnen blijven en daarvoor dubbel zo hard moeten werken. De boeren in Thailand kwamen in opstand, en de Thaise regering kwam in opstand. Ze zeiden niet mee te zullen werken aan deze criminele activiteiten. De WTO dreigde met uitzetting en embargo’s en prompt ging de Thaise regering akkoord.

Dus voor diegenen die zich afvragen waar ik me druk over maak, en die mijn boodschap schamper afdoen met het label ‘samenzweringtheorie’, die blijven zeggen dat we ‘nou eenmaal niks te vertellen hebben’, dat ik overdrijf, heb ik een simpele vraag: wil jij voor 20 cent per uur werken om niet dood te gaan?

Het voorbeeld ligt recht voor je neus. Het enige dat je voor ditzelfde lot behoedt is je vrijheid. Laat je jezelf die vrijheid afpakken? Of is het de moeite waard om die vrijheid te beschermen?
Denk eens na en doe eens een paar uurtjes onderzoek. Hoe vermoeiend kan het zijn? Je moet het niet voor mij doen. Het gaat over jou. Het gaat over jouw leven. Word wakker en neem de verantwoordelijkheid.

woensdag 14 oktober 2009

gevangene


















‘Gevangene, vertel me, wie was het die je opsloot?’


‘Het was mijn meester,’ zei de gevangene.

‘Ik dacht dat ik iedereen kon verslaan in de wereld van rijkdom en macht,

en ik verzamelde in mijn eigen schatkamer het geld voor mijn koning.

Toen de slaap me overkwam lag ik op het bed dat bedoeld was voor mijn heer,

en toen ik wakker werd, was ik een gevangene in mijn eigen schatkamer.’


‘Gevangene, vertel me, wie was het die deze onbreekbare ketting sloeg?’


‘Ik was het,’ zei de gevangene, ‘die de ketting aandachtig smeedde.

‘Ik dacht dat mijn onoverwinnelijke macht de wereld gevangen zou houden

en mij in onverstoorde vrijheid zou laten.

Dus werkte ik dag en nacht aan de ketting

met groot vuur en harde slagen.

Toen het werk eindelijk was gedaan

en de schakels compleet en onverbreekbaar waren

merkte ik dat de ketting mij in zijn greep hield.’


RABINDRANATH TAGORE

dinsdag 15 september 2009

De architectuur van de macht volgens het systeem van Adam Weishaupt










De huidige werkelijke machtsstructuur in de wereld is voor een belangrijk deel gebaseerd op de ideeën van Adam Weishaupt. Hij was een professor (rechten) aan de universiteit van Ingolstadt, Beieren. Weishaupt deed rond 1775 onderzoek naar het mechanisme van macht. Hij kwam tot de conclusie dat de traditionele machtsstructuren uiteindelijk altijd omvielen, en dus tijdelijk waren. Dit vanwege twee ‘zwakten’: ethiek en ijdelheid.

Waar ging het (volgens Weishaupt) mis?

-IJdelheid.
In de loop van de geschiedenis wilden machthebbers hun macht aan iedereen kenbaar maken door zichzelf te laten zien aan het volk dat ze onderdrukten. Met zoveel mogelijk pracht en praal, paleizen, standbeelden, monumenten, etc. Daarnaast met glimmend opgepoetste legers in de familiekleuren van de heersende koning of keizer als vertoon van hun macht.
Volgens Weishaupt maakte dit de machthebber kwetsbaar, aangezien het volk altijd op een bepaald moment zodanig ontevreden werd dat het in opstand kwam. Door de grote zichtbaarheid van de machthebber, werd deze altijd het object van de opstand en als zodanig aangevallen en uiteindelijk van zijn positie verstoten.


-Ethiek.
Iedere wet, in iedere cultuur en in iedere tijd, is gebaseerd op twee universele ethische waarden:
‘Gij zult niet stelen’ en ‘Gij zult niet doden’.
Toch is iedere machtsstructuur gebaseerd op stelen en doden. Om het doel (macht) te kunnen bereiken, moest er dus een rechtvaardiging gevonden worden om te kunnen stelen en doden. Die rechtvaardiging werd gevonden in een ‘ideaal’. Om dat hogere ideaal te kunnen bereiken, moesten er offers gebracht worden: ‘Het doel heiligt de middelen’.
Die rechtvaardiging gold voor de buitenwereld (bevolking), voor de medewerkers van de heerser (leger, ambtenaren, etc.), maar vooral ook voor de machthebber zelf, die, door zelf in het ideaal te geloven, kon leven met zijn geweten. Want ook hij wist dat stelen en doden verkeerd is.
Het zwakke punt hierbij is (volgens Weishaupt) dat de ideologie aan slijtage onderhevig is en dus in de loop der tijd haar waarde verliest. Daarmee verliest ze haar kracht, en op een moment zal de bevolking er niet meer intrappen en genoeg krijgen van het moorden en stelen, en zal het de koning of keizer van de troon stoten. Ook kan het gebeuren dat de machthebber zelf de rechtvaardiging van zijn daden niet meer gelooft, en zich geleidelijk meer gaat gedragen naar zijn geweten (of zich juist openlijk gewetenloos opstelt), waarbij hij in de zelfde mate van geleidelijkheid zijn macht verliest.


Weishaupt bewoog zich in kringen van de meest invloedrijke figuren uit zijn tijd. In de hoogste regionen van de Vrijmetselarij, waarvan hijzelf ook lid was, kwam hij in aanraking met topmensen uit de politiek, de handel en de bancaire wereld. Zo verzamelde hij een elitaire groep om zich heen. Samen met hen ontwikkelde Weishaupt (op basis van zijn ideeën) een systeem dat puur gebaseerd was op rationaliteit, en niets anders nastreefde dan pure, ongefilterde macht, zonder de hierboven genoemde valkuilen. Macht die systematisch zou groeien en logischerwijs uiteindelijk zou resulteren in totale macht over de totale wereld. Deze macht zou in handen zijn van een kleine super-elite. De machtstructuur zou (als het plan consequent ten uitvoer gebracht zou worden) ook oneindig zijn in tijd, en zou dus altijd blijven bestaan.
Het systeem van Weishaupt en zijn club vond wereldwijd al snel gehoor bij de top-elite die hierin kansen zag om haar eigen positie te versterken. Het zou de architectuur van macht voorgoed veranderen.

De gedachte was dat, om het doel te bereiken (oneindige macht, zowel in omvang als in tijd) , de machthebbers of degenen die de macht nastreefden moesten afzien van ijdelheid en ethiek.

-IJdelheid.
Om het behoud van de macht te waarborgen, moeten de werkelijke machthebbers onzichtbaar zijn. Ze mogen nooit pronken met hun macht, niemand mag weten dat zij de machthebbers zijn, beter nog: niemand mag weten dat ze bestaan. Op die manier kunnen ze nooit het doelwit worden van opstanden, en dus ook nooit van hun positie verstoten worden.
Omdat het volk in haar perceptie, macht altijd associeert met één of enkele personen, moet de macht een gezicht krijgen voor de buitenwereld. Een gezicht dat inwisselbaar is en van wie de bevolking denkt dat het van de werkelijke machthebber is. Een steeds wisselend gezicht waarin de bevolking na verloop van tijd haar vertrouwen zou verliezen, en dat dan vervangen zou worden door een ander gezicht.
Hiermee werd de basis gelegd voor de moderne ‘democratieën’. Door het volk zelf te laten kiezen (in een vastgestelde frequentie) voor de nieuwe ‘machthebber’, zou het volk een gevoel van vrijheid ervaren en dat zou gunstig zijn om opstanden te voorkomen. Wanneer het volk ontevreden zou worden, wat na verloop van tijd altijd zou gebeuren, dan koos het gewoon een ander gezicht, en dan had het weer even hoop op verbetering, waarna de teleurstelling zou leiden tot het kiezen van weer een ander gezicht enzovoort. Op deze manier zou de werkelijke en onzichtbare machthebber zijn handen vrij hebben en onaantastbaar zijn. Zolang hij zich niet zou laten verleiden tot de ijdelheid om zijn macht te etaleren.

-Ethiek
Om pure, onverdunde macht te verkrijgen en te behouden, mag het geweten van de machthebber geen enkele rol spelen. Er mag geen enkel ander ideaal aan ten grondslag liggen dan de macht zelf. De mate waarin gedood en gestolen moet worden, wordt uitsluitend bepaald door het effect dat deze zaken hebben op het uitbreiden en voortduren van die macht. Of het nou gaat om het doden van enkele mensen, of miljoenen, het enige criterium is het effect op de mate van macht.
Omdat Weishaupt en zijn kring ook mensen waren (dat wisten ze zelf ook), en dus een geweten hadden, moesten ze zichzelf conditioneren zodat ze zich konden losmaken van de beperkingen die dat geweten opwierp. Hiervoor gebruikten ze het systeem van tegengestelde krachten.
Om het geweten onschadelijk te maken, moesten er tegenpolen komen voor de universele ethische waarden: ‘Gij zult niet stelen’ en ‘Gij zult niet doden’.
Voor de eerste waarde (stelen) bedacht men: de verering van kapitaal. Kapitaal boven eigendom. Het kapitalistische systeem gaat ervan uit dat de meest succesvolle het recht heeft om zich eigendom toe te eigenen dat eerst een ander toebehoorde. Dat is diefstal, maar men noemt het ‘verdienen’. Aangezien zij, de machthebbers, het meest succesvol zouden zijn, konden zij zichzelf, in elke mate die het doel (pure macht) zou bevorderen, kapitaal toe-eigenen (stelen/verdienen) zonder zich ethisch bezwaard te voelen (later ondermeer verwoord in ‘Survival of te fittest’- Charles Darwin)’.
Voor de tweede waarde (doden) moest men zichzelf op een andere manier conditioneren. Weishaupt en consorten besloten dat zijzelf de top van de machtspiramide zouden vormen en dat alleen zijzelf zouden beslissen over leven en dood, in welke mate en hoeveelheid dan ook, en dat het enige doel daarvan de onverdunde macht was. Om het geweten uit te schakelen, begonnen ze een cultus van doodsverering. Door de dood een hogere waarde te geven dan het leven, compenseerden ze hun eigen menselijke neiging om te aarzelen bij het doden van grote hoeveelheden mensen. Deze cultus van doodsverering is nu terug te vinden in genootschappen als bijvoorbeeld Skull & Bones, en Bohemian Grove: ‘geheime’ en besloten genootschappen waarin uitsluitend mensen in hoge machtsposities en uitsluitend op uitnodiging kunnen toetreden. Men vindt er alle kopstukken uit het bedrijfsleven, militaire wereld, politiek, en de bancaire wereld.

Weishaupt noemde zijn club (de voorloper op de moderne ‘denktanks’) de Illuminati. Oftewel de Verlichten. Verlicht zoals ‘verlicht’ in tegenstelling tot ‘bezwaard’. Dus niet bezwaard om te doden en te stelen om pure macht te vergaren. Deze orde der Illuminatie werd opgericht op 1 mei 1776, en een paar jaar later verboden. Het streven van het genootschap ging echter onverminderd door, nu zonder naam, en dat was in het kader van de theorie alleen maar een voordeel aangezien een genootschap zonder naam en zonder gezicht niet bestreden kon worden. Wel bediende het genootschap zich van occulte symboliek. Occult wil zeggen ‘verborgen’ en dus alleen te begrijpen door ingewijden. Als symbool werd gekozen voor de afbeelding van een piramide waarvan de punt enigszins boven de rest van de piramide zweeft, en voorzien is van een alziend oog.

Het symbool van de piramide werd niet zomaar gekozen. Deze piramide gaf de machtstructuur aan, die Weishaupt en zijn club voor ogen hadden. De gehele maatschappij zou moeten worden ingericht naar de vorm van een piramide, waarbij de absolute machthebbers (zijzelf) zich zouden bevinden in de punt, en alziend en alwetend zouden zijn. Direct daaronder zou er een compartiment zijn dat iets breder is en zou bestaan uit mensen die door de top zouden worden toegelaten in hoge machtposities, en die een groot deel van de agenda zouden kennen, maar niet alles. Deze groep moest hoofdzakelijk gewetenloos zijn, maar niet helemaal, en moest dus enigszins geloven in een ideologie. Met iedere stap naar een lager en dus breder compartiment van de piramide, neemt het aantal personen toe en de macht daarvan af. Daarmee neemt ook de kennis van de werkelijke agenda af, met daaraan gekoppeld een toenemend geloof in de aangeboden ideologie (bijv. democratie). In de laagste compartimenten bevindt zich het volk dat geen enkele kennis heeft van de agenda, dat volledig gelooft in de ideologie en dat denkt voor zichzelf te werken of voor een ‘goede zaak’, maar dat in werkelijkheid werkt voor de voltooiing van de agenda, zonder dat het volk dat zelf weet.

Deze piramidestructuur vinden we tegenwoordig in elke grote organisatie. Een bank bijvoorbeeld. Een baliemedewerker van een bank heeft geen enkel idee van de agenda van employees die in aanmerking komen voor de beruchte bonussen, en deze groep heeft op haar beurt weer geen enkel idee van de werkelijke agenda van de directie, die op haar beurt weer weinig idee heeft van de werkelijke agenda van de top van de centrale banken. In het Engels heet dat: compartmentalisation, wat een samentrekking is van de woorden ‘compartment’, en ‘mentalisation’.
Ieder bedrijf vormt dus een piramide, en alle bedrijven en instanties ter wereld bij elkaar, vormen samen weer een piramide, met in de top de absolute wereldmacht, die, geheel volgens het systeem van Weishaupt, voor het publiek onzichtbaar is. Presidenten en ministers-presidenten (van wie het volk denkt dat ze de macht hebben), staan hier ruim onder en zijn inwisselbaar. De werkelijke machthebbers (precies volgens Weishaupts plan), zijn niet inwisselbaar en blijven zo in de top van de piramide.

De afbeelding van deze piramide (het symbool van de Illuminati) is onder meer te vinden op het huidige biljet van 1 dollar. In de voet van de piramide staat het oprichtingsjaar van de Illuminati -1776- in Romeinse cijfers. Verder zijn er de Latijnse teksten:
Annuit Coeptis, wat zoiets wil zeggen als: ‘onze missie is geslaagd’, en Novus Ordo Seclorum, wat betekent: ‘Nieuwe Wereldlijke Orde’, tegenwoordig meestal vertaald in ‘New World Order’.




Het plan van Weishaupt en zijn club was uitermate doordacht, en de praktijk heeft bewezen dat het precies zo werkt als het bedacht was. Het plan gaat ervan uit dat het nooit ontmaskerd kan worden, aangezien de enkeling die het doorziet, onmiddellijk zal worden teruggefloten door zijn omgevingsgenoten die zich in hetzelfde compartiment van de piramide bevinden. Hij zal worden teruggefloten omdat hij een bedreiging zal vormen voor het geloofsysteem dat gangbaar is in dat compartiment: de norm.

Mensen die zich hoger in de piramide bevinden zijn meer op de hoogte van de agenda, en zouden dus een gevaar kunnen vormen, maar doen dat niet vanwege het proces van natuurlijke selectie. Slechts diegenen met een beperkt geweten, kunnen zich opwerken in de piramide, en bovendien zijn de beloningen voor een hogere positie in de piramide zodanig groot, dat het belang om zichzelf te handhaven groter is dan de roep van het geweten (zie de bonusstructuur bij banken).

De enige achilleshiel van het piramidesysteem bevindt zich (net als bij Achilles zelf) aan de onderkant. Daarin leeft het overgrote deel van de bevolking, en alleen al door haar aantal vertegenwoordigt deze groep een enorme macht. Deze massa moet dus voortdurend onder controle gehouden worden om de voorkomen dat ze ‘wakker wordt’.
Door deze groep onderling te verdelen, fragmenteert haar kracht en neemt daarmee in gevaar af. Deze verdeling wordt bereikt door onder de bevolking min of meer fictieve groeperingen te creëren, en de perceptie hiervan zodanig te sturen dat deze groepen elkaar als vijand beschouwen en zich door elkaar bedreigd voelen. De bevolking zal dan vanzelf om bescherming vragen en daarvoor aan de machthebber meer zeggenschap geven in de veronderstelling door die machthebber beschermd te worden. Dat gaat ten koste gaat van de vrijheid van de bevolking, en is daarmee ten bate van de macht.
Om dit doel te bereiken moet de informatiestroom beheerst worden om daarmee de perceptie van de bevolking te kunnen bepalen.
Daarnaast moet de bevolking zo arm mogelijk gehouden worden waardoor de aandacht totaal wordt opgeslokt door werk, geld(problemen) en het gevecht voor overleving. De vruchten van de arbeid van de bevolking, mogen in geen geval bij die bevolking zelf terecht komen, aangezien dat tot financiële, materiële en mentale vrijheid zou leiden. En die vrijheid zou de percipieerde noodzaak voor leiderschap verminderen en daarmee dus het bestaansrecht van de leiders ondermijnen. De bevolking zal dus voortdurend veel harder moeten werken dan feitelijk nodig is. Hierdoor wordt natuurlijk ook veel meer geproduceerd dan bruikbaar is. Deze productie moet dus worden vernietigd. Hiervoor bestaan twee instrumenten: oorlog en belasting.

-Belasting
De arbeid van de bevolking wordt gewaardeerd in geld. Geld maakt de talenten en inspanningen van mensen uitwisselbaar. Wanneer iemand voor 100 geldeenheden (euro, dollar) arbeid verricht, zou hij daarvoor in principe ook weer voor 100 eenheden (euro, dollar) aan arbeid van een ander moeten kunnen terugkopen. Door van die 100 er 50 aan belasting te vorderen, verdampt dus de helft van zijn arbeid.
Belasting wordt geheven op basis van angst, bijvoorbeeld: ‘als jullie niet betalen, dan kunnen we de orde niet handhaven en dan vallen jullie ten prooi aan criminelen’ of ‘als jullie niet betalen, warmt de aarde op en dan zal jullie land overstromen’ of ‘als jullie niet betalen zijn jullie asociaal, en stoppen we je in de gevangenis’ etc. Dit systeem ontneemt de bevolking dus gedeeltelijk (in dezelfde verhouding als het percentage aan belasting) de toegang tot de producten die ze zelf geproduceerd heeft. Wel blijft de materiële overproductie op deze manier bestaan. De oplossing hiervoor is oorlog.

-Oorlog
Oorlog dient twee doelen: één daarvan is angst zaaien, waardoor de bevolking om bescherming vraagt en bereid is te betalen voor een leger of om zelf deel uit te maken van dat leger.
Maar een ander belangrijk doel is: het vernietigen van (de resultaten van) arbeid (producten). Zo wordt voorkomen dat die producten bij de bevolking terechtkomen en dat dit zal leiden tot (meer) financiële vrijheid van die bevolking.
Dit vernietigen gebeurt zowel voor de oorlog, als tijdens de oorlog, als na de oorlog. Voor de oorlog vindt die vernietiging plaats door het produceren van wapens. Deze grote industrie vraagt veel arbeid, en dat is zinloze arbeid, in die zin dat het niet leidt tot het produceren van producten waar de bevolking iets aan zou kunnen hebben. Diegenen die werken aan een vliegdekschip of een tank, kunnen zich gedurende hun inspanning niet inzetten voor zaken die de bevolking ten goede komen, zoals het bouwen van huizen, het maken van voedsel of kleding. Het is dus een efficiënte manier om de resultaten van arbeid te vernietigen.
Tijdens de oorlog vindt de vernietiging plaats door de destructie van arbeid uit het verleden, zoals gebouwen, fabrieken, wegen en infrastructuren, etc. die dan na de oorlog allemaal opnieuw moeten worden opgebouwd.
Verder beperkt het toekomstige productie door het doden van een deel van de beroepsbevolking. Soldaten zijn jonge mensen in de kracht van hun leven, en vormen, buiten oorlogstijd, de kern van de beroepsbevolking. Door deze groep uit te dunnen (laten sneuvelen) in de oorlog, neemt de naoorlogse werkkracht af, en zal de overgebleven bevolking harder moeten werken om het hoofd boven water te houden.
Een bijkomend voordeel van oorlog is dat het veel geld kost en dus leidt tot schuld van alle betrokken partijen. Het geld voor de te voeren oorlog wordt uitgeleend door de machthebbers, en daarmee wordt de afhankelijkheid van alle oorlogvoerende partijen aan die machthebbers groter, hetgeen weer tot meer macht leidt.
Het is dus noodzakelijk om voortdurend oorlogen uit te lokken, te stimuleren en te financieren. Het mooiste zou natuurlijk zijn, een oorlog tegen een fictieve tegenstander. Een oorlog die nooit gewonnen kan worden en dus altijd kan blijven voortduren (‘War on Terror’).
Het is daarbij absoluut noodzakelijk dat de machthebbers in de top van de piramide, de totale zeggenschap hebben over al het geld.

Weishaupt wist dat en betrok vanaf het begin, bankiers bij zijn club. Deze bankiers waren bijzonder geïnteresseerd in de theorieën van Weishaupt, aangezien ze voor zichzelf een toonaangevende rol voorzagen in de nieuwe structuur. In de tijd van Weishaupt was de monetaire macht versnipperd over een groot aantal, veelal kleine banken. Dat maakte het systeem onbestuurbaar voor de machthebbers. Door de oprichting van de centrale banken waarbinnen zich het totale monopolie over het totale monetaire systeem bevindt, is deze macht gecentraliseerd en is dat probleem oplost.
De implementatie hiervan vond haar rechtvaardiging in een serie economische crises die hiervoor speciaal door de top van de piramide waren opgezet. De bevolking leed grote armoede en riep om een oplossing. Die werd geboden in de centralisatie van de bancaire en financiële macht onder het motto: ‘Dit mag nooit meer gebeuren’. Precies zoals het nu gebeurt met de huidige crisis, die de bancaire macht verder zal centraliseren door het laten ‘omvallen’ van banken, waardoor er in aantal minder overblijven ( =centraliseren van macht) en waardoor extra toezicht (= macht) wordt gerechtvaardigd.

Met bovenstaande instrumenten wordt het de bevolking zo moeilijk mogelijk (zo niet onmogelijk) gemaakt om haar krachten te bundelen en een gevaar te vormen voor de top van de piramide.

Dit alles heeft de uitvoering van Weishaupts plan mogelijk gemaakt. Het plan dat inderdaad heeft geleid tot een steeds groeiende, verborgen macht. Macht waarvan de omvang op dit moment het einddoel (de totale macht) benadert. Pas als dit doel bereikt is, zal de ware aard van het spel en haar bedoelingen niet meer verborgen zijn, en zal de bevolking kennis maken met het desastreuze gevolg: de totalitaire wereldstaat waarin de bevolking in totale slavernij zal moeten leven.
Of Weishaupts voorspelling, dat deze macht eeuwig zou duren, zal uitkomen, moet nog blijken.
Zoals George Orwell zei: de enige kans voor het doorbreken van de macht ligt bij de proles (het ‘gewone volk’). Maar daarvoor moet het volk zich eerst bewust worden van het spel. Pas dan kunnen de mensen een keuze maken om het spel niet meer mee te spelen waardoor het brede fundament (de onderste laag) van de piramide zal afbrokkelen. En daarmee zal de gehele piramide instorten.




Pieter Stuurman