Mensen stemmen in met "bezuinigingen" omdat ze de collectieve situatie vergelijken met hun persoonlijke situatie. Als ze zelf teveel uitgeven en daardoor rood staan, moeten ze minder geld uitgeven. Dat betekent dat ze minder geld aan anderen moeten gaan betalen in ruil voor producten/diensten. Oftewel minder moeten kopen. Dat is herkenbaar voor mensen.
Maar collectief werkt het niet zo. Bij iedere transactie, betaalt het collectief zichzelf. Iedere uitgave in het collectief, is ook een inkomst ergens in dat collectief.
Een collectief is een verzameling mensen die iets gemeen hebben. Een munteenheid bijvoorbeeld.
Geld uit dat collectief houden aan de uitgavenkant (wat de definitie van bezuinigen is), resulteert dus in minder geld aan de inkomstenkant in dat collectief. En dus minder capaciteit aan de uitgavenkant, en dus minder aan de inkomstenkant etc. Een vicieuze cirkel waarvan de gevolgen nu zo duidelijk zichtbaar worden.
Bezuinigen leidt dus tot afname van het totale aantal transacties. Een ander woord voor het totaal aan transacties dat plaatsvindt in een collectief, is "economie". Bezuinigen leidt dus onherroepelijk tot krimp van de economie.
Dit betekent dat "leiders" (zoals Dijsselbloem en consorten) die beweren dat bezuinigingen leiden tot herstel van de economie, OF zo dom zijn dat ze dit eenvoudige principe niet begrijpen, OF dat ze liegen.
Op dit moment roepen vrijwel alle toonaangevende economen (waaronder Nobelprijswinnaars) dat bezuinigen leidt tot het vernietigen van de economie. Deze informatie is ook voor die "leiders" toegankelijk. 'We hebben het niet geweten' gaat dus niet meer op.
Dit betekent dat er geen andere mogelijkheid resteert dan dat de Dijsselbloemen van deze wereld liegen. Dat ze liegen als ze zeggen dat ze de bedoeling hebben de economie te herstellen, en vervolgens toch bezuinigen. Het betekent dat ze een andere bedoeling hebben. Dat ze de bedoeling hebben om de economie te vernietigen, in plaats van te herstellen. Het betekent dat ze malafide zijn.
De wereld kent een ellenlange historie van malafide "leiders", dus op zich is dit niks nieuws. Wat wel nieuw zou zijn, is het besef onder de bevolking dat het geen goed idee is om zich te laten leiden door dit soort malafide figuren. Volgens mij hebben we daarvoor als mensheid nu toch wel voldoende ervaring opgedaan.
zondag 19 juli 2015
donderdag 29 januari 2015
Winst: overproductie, werkloosheid en slavernij
De meeste mensen menen te weten dat winst* goed is. Dat de economie winst nodig heeft en dat iedereen daar uiteindelijk van profiteert. Maar is dat wel zo?
Wat is winst
eigenlijk?
Iets krijgt pas (handels)waarde als er arbeid aan toegevoegd
wordt. Grondstoffen zijn immers door de natuur gegeven en dus gratis. Pas als
er arbeid aan toegevoegd wordt (door ze bijvoorbeeld op te graven) krijgen ze
geldwaarde. Als er vervolgens opnieuw arbeid aan toegevoegd wordt (als er iets
van gemaakt wordt), dan stijgt de
waarde. Arbeid is dus het enige dat waarde genereert. Anders gezegd: arbeid =
waarde.
Maar de
waarde van iets , is iets anders dan de prijs ervan. Dat komt
omdat in de prijs het element winst is toegevoegd. Winst is geld dat
overblijft nadat alle arbeid/waarde betaald is. Winst is het aandeel in de prijs waar
geen waarde/arbeid tegenover staat.
Prijs = waarde/arbeid
+ winst.
Dit geldt voor de gehele productieketen, want ook de prijs van alle
productiemiddelen zoals gebouwen, energie, machines, halffabricaten, vreemd
kapitaal etc. is opgebouwd uit arbeid + winst.
De
eindprijs van ieder product/iedere dienst bestaat
uiteindelijk dus uitsluitend uit een optelsom van de elementen arbeid en winst.
Winst is dus het deel van de prijs waarvoor geen arbeid (=waarde) geleverd is. Omdat
arbeid het enige is dat waarde toevoegt, is de prijs van een
product/dienst (incl. winst) altijd hoger dan de waarde ervan. De prijs is
immers: waarde PLUS winst.
Maar om het product te kunnen kopen, moet wel die prijs (inclusief
de winst dus) betaald worden. En om het benodigde geld daarvoor te verdienen,
moet wel arbeid geleverd worden. Dat betekent dat er altijd meer arbeid
geleverd moet worden om een product te kunnen kopen, dan nodig is om hetzelfde
product te maken. Het verschil is de winst.
Alle werkende mensen bij elkaar maken (met hun arbeid) alle
producten en diensten die beschikbaar zijn. Dat werken wordt beloond met geld.
Al die mensen bij elkaar krijgen echter voor het maken van die producten,
minder geld dan ze moeten betalen voor het kopen ervan. Om genoeg te verdienen
om de producten toch te kunnen kopen,
moeten de mensen altijd meer werken dan nodig is om diezelfde producten te maken. Vanwege de winst.
Overproductie
Dat benodigde extra werk, leidt natuurlijk ook tot extra
productie. Als mensen meer moeten werken dan feitelijk nodig is, produceren ze
ook meer dan feitelijk nodig is.
Anders gezegd: vanwege winst moet er altijd meer gewerkt, en
dus meer geproduceerd worden dan er gekocht kan worden. Dat is overproductie.
Werkloosheid
Overproductie bestaat uit onverkochte producten. Eigenaren
van bedrijven zullen het niet prettig vinden als ze met hun producten blijven
zitten, en zullen de productie daarom omlaag willen brengen. Dat betekent dat
er minder gewerkt zal kunnen worden. Dat resulteert dus in minder
werkgelegenheid. En dus minder verdiengelegenheid. En dus minder
koopgelegenheid.
Winst genereert een kloof tussen productiecapaciteit (teveel) en
koopcapaciteit (te weinig).
Winst leidt dus onherroepelijk tot overproductie en
overproductie leidt onherroepelijk tot werkloosheid.
Dit is precies wat er nu gebeurt. Mensen hebben behoefte aan
producten, maar verdienen met het maken van die producten onvoldoende om ze allemaal
te kunnen kopen (vanwege de winst). Daarvoor moeten ze extra werken en dat betekent overproductie. Overproductie leidt tot
terugschroeven van productie en dus tot afname van werkgelegenheid. En dus tot afname van verdiengelegenheid. En dat betekent steeds
minder gelegenheid om producten te kunnen kopen. Dit mechanisme leidt tot
armoede.
Armoede is niet gebrek aan geld, maar gebrek aan toegang tot
benodigde producten zoals onderdak, voedsel, energie, kleding etc. Allemaal
producten van menselijke arbeid. Die toegang wordt beperkt door winst. Winst
leidt tot beperkte toegang tot de producten die alle mensen bij elkaar, zelf
maken.
Rijkdom
Verreweg de meeste mensen verdienen hun geld met werken. Met
het leveren van arbeid dus. Oftewel, met het leveren van waarde.
Voor verreweg de meeste mensen is dat de enige manier om aan
het benodigde geld te komen om producten/diensten te kunnen kopen. Soms geven mensen
het met hun arbeid verdiende tegoed (geld) niet meteen uit. Dat heet sparen.
Sparen leidt tot het bezit van
waarde.
Dit geldt voor vrijwel iedereen. Behalve voor de
winstmakers. Winst is immers geld waarvoor geen
arbeid geleverd is. Degene die de winst opstrijkt, is dus degene die geld
krijgt zonder er zelf arbeid voor te leveren. Zonder er waarde voor te leveren.
Winst maken is profiteren van
de arbeid die door anderen geleverd is.
Dit betekent dus: tegoed (geld) ontvangen zonder waarde te
leveren. Wanneer dat geld cumuleert (oppot), leidt dat tot rijkdom van de winstmaker. Er
is dus een verschil tussen bezit (nog niet uitgegeven tegoed uit arbeid) en
rijkdom (gecumuleerd tegoed, zonder geleverde arbeid).
Alle rijken op de wereld, hebben hun rijkdom vergaard door
winst. Niet door werken. Een handjevol allerrijksten, heeft momenteel meer geld
dan de 3,5 miljard armste mensen bij elkaar. Dat hebben ze niet voor elkaar
gekregen door miljoenen malen zoveel arbeid te leveren als die armen. Dat
hebben ze gegenereerd met winst.
Rijkdom bestaat dus uit winst. Winst is geld waarvoor
anderen gewerkt hebben, maar dat opgestreken wordt door mensen die daarvoor
geen arbeid (=waarde) geleverd hebben.
Rijkdom bestaat uit niet-uitgegeven geld. Als je al het geld
dat binnenkomt uitgeeft, word je immers niet rijk. Je wordt rijk als je meer
geld binnenkrijgt dan je uitgeeft. Als dat geld oppot. Rijkdom is dus geld dat
uit de roulatie gehaald is. Geld dat geparkeerd is bij de winstmakers/rijken. Geld
waarvoor (door leden van
de samenleving ) gewerkt is, maar dat niet beschikbaar is in de
samenleving.
Rijkdom is dus uit de samenleving weggeparasiteerde,
gecumuleerde waarde. Waarde die ten goede komt aan degenen die zelf geen waarde
leveren. Aan de winstmakers.
Slavernij
Winst is dus het profiteren/toe-eigenen van de opbrengst van
de arbeid van
anderen. En dat is precies de definitie van slavernij.
Winst = slavernij.
Als op het totaal van alle producten winst gemaakt wordt,
zijn alle mensen die al die producten maken gedeeltelijk slaaf. Een deel van de opbrengst van
de door hen geleverde waarde (arbeid) komt dan immers ten goede aan de
winstmakers, en dus niet aan henzelf (terwijl zij de werkelijke waarde/arbeid
leveren).
Het bestaan van het verschijnsel rijkdom, bewijst dat die
winst ook daadwerkelijk gemaakt wordt. De rijkdom van de rijken bestaat
immers uit winst.
Sterker nog: de rijken worden steeds rijker en de armen
steeds armer. Dat betekent dat het totaal aan winst toeneemt. En dat betekent
dat er sprake is van toenemende overproductie, toenemende werkloosheid en
toenemende armoede. En toenemende slavernij.
Is winst nodig?
Als iedere werknemer, inclusief de directeur/eigenaar,
betaald is voor zijn arbeid, waarom zou er dan nog winst gemaakt moeten worden?
Een vaak gehoord argument is: om reserve op te bouwen voor
moeilijkere tijden. Maar reserve is geen winst. Het blijft in het bedrijf en
komt niet ten goede aan de winstmakers (eigenaren/aandeelhouders).
Een ander argument is: om investeerders en financiers te
interesseren. Waarom zou iemand investeren in het bouwen van bijvoorbeeld een
fabriek, als er geen winst in het vooruitschiet ligt?
Feitelijk zijn er twee type investeerders:
mensen/instellingen die veel geld beschikbaar hebben, en banken.
Mensen/instellingen die veel geld ter beschikking hebben,
zijn rijken. Hun geld bestaat dus al uit voorheen gecumuleerde winst. Doordat
zij parasiteren op de werkenden en daarom rijk zijn, worden de mensen die de
werkelijke waarde (arbeid) leveren, armer. Daardoor kunnen die werkenden niet
zelf gezamenlijk investeren. Investeerders zijn dus nodig als gevolg van winst. En niet omgekeerd.
Het product van banken is geld. De prijs van dat
product is rente, en ook die prijs bestaat uit de combinatie arbeid + winst.
Banken creëren geld uit niets. Dat betekent voor banken: arbeid (vrijwel 0%) + winst
(vrijwel 100%) = prijs (rente).
Zonder die winst zou de prijs van het
beschikbaar stellen van een voorschot (krediet) vrijwel nul zijn. En dus geen
invloed hebben op de
eindprijs van het product. Dat is nu (in hoge mate) wel het
geval.
Winst is slavernij. Alleen als we vinden dat slavernij
noodzakelijk is in de samenleving, zou er een rechtvaardiging bestaan voor
winst.
Wat dan?
Ons huidige monetair/economische systeem maakt het mogelijk
om waardedrager (geld) te bemachtigen zonder er waarde (arbeid) voor in ruil te
geven. Winst te maken dus.
Hoe meer winst iemand maakt, hoe meer rijkdom hij vergaart en
hoe gemakkelijker het wordt om nog meer winst te maken. Dat gaat in toenemende
mate ten koste van degenen die wel echte waarde/arbeid leveren. Winst van
enkelen, betekent verlies voor velen.
Als we dat niet meer willen, is dat zeer eenvoudig op te
lossen: maak een systeem waarin waardedrager (geld) uitsluitend te verkrijgen is door waarde (arbeid) te leveren. En op
geen enkele andere manier.
Dan kan er alleen nog bezit bestaan (nog niet uitgeven geld
uit geleverde arbeid/waarde), en geen rijkdom (gecumuleerde winst, zonder
geleverde arbeid/waarde).
En omdat armoede het gevolg is van rijkdom/winst kan er dan
dus ook geen armoede meer bestaan. En geen overproductie (met alle gevolgen van
dien voor de planeet). En geen werkloosheid. Dan zou iedereen precies evenveel
waarde kunnen kopen als hij levert. En dan zou niemand meer moeten werken dan werkelijk
nodig is. Of minder verdienen dan hij verdient te krijgen.
* Voor de duidelijkheid: met winst bedoel ik niet de verdiensten van een kleine zelfstandige. Dat is gewoon vergoeding voor de door hemzelf geleverde arbeid. Bij alle andere bedrijven (BV's, NV's etc.) wordt de winst berekend na aftrek van alle loonkosten, dus ook die van de directeur/eigenaar. Deze winst komt ten goede aan de eigenaren/aandeelhouders die zelf niets bijdragen aan het tot stand komen van de producten die de bedrijven waarvan ze aandeelhouder zijn, produceren.
maandag 3 november 2014
Waartoe zijn we op aarde?
Wat zijn we?
De
klassiek vraag “Waartoe zijn wij op aarde” is welbeschouwd een vreemde vraag.
Waartoe is een plant op aarde? Of een dier? Of bergen? Waartoe bestaat de
aarde? Waartoe bestaat wat-dan-ook in
het Universum?
Daarom
is er maar één Universum (letterlijk: één versie). Er is dus maar één ding dat
het Universum definieert, en dat is dat Universum zelf. Er is verder niets om het mee te vergelijken of aan te
relateren. Dat betekent dat het Universum volmaakt beantwoordt aan de definitie van het
Universum.
Anders
gezegd: het Universum is per definitie
volmaakt. Het is per definitie en altijd “in orde”. Alles in het Universum is
daarom altijd precies zoals het moet zijn. Alles in het Universum IS er, omdat
het er IS. Al die dingen samen, vormen het volmaakte Universum.
Ook
wij mensen maken deel uit van dat Universum. Ook wij ZIJN er omdat we er ZIJN.
Omdat in het Universum alles per definitie volmaakt is (er IS niks anders),
zijn wij dat ook. In het Universum heeft alles een volmaakte functie in de
volmaakte werking van het geheel, en dus hebben wij ook zo’n functie.
De
vraag zou dus kunnen zijn: “Wat is onze functie?”. Het feit dat wij zijn
uitgerust met een mate van bewustzijn (bewustzijn dat ons in staat stelt deze
vraag te stellen) hoort dus volmaakt bij mensen. Dat bewustzijn is onderdeel
van ons en wij zijn onderdeel van het volmaakte Universum. Dat wil zeggen dat
onze functie tot de
volmaaktheid van het Universum behoort.
Blijkbaar
is het voor de
volmaaktheid van het Universum nodig dat iets of iemand zich bewust wordt van de volmaaktheid van
dat Universum. Ons bewustzijn biedt die mogelijkheid.
Wij
zijn daarmee het onderdeel van het Universum dat (hier op aarde) de functie en
het vermogen heeft om dat Universum zelf,
in zijn eigen volmaaktheid bewust te beleven.
Om
het begrip volmaaktheid te kunnen beleven en daarvan bewust te worden,
is het echter wel noodzakelijk dat we ook het begrip onvolmaaktheid kennen.
Wanneer
er uitsluitend volmaaktheid zou bestaan, zouden we het niet als zodanig kunnen
beleven en waarderen. Net zomin als we het begrip gezondheid zouden kunnen
beleven en waarderen als er nooit ziekte zou (hebben) bestaan. Gezondheid zou
dan volkomen vanzelfsprekend zijn; we zouden er niet eens een woord voor kunnen hebben.
Het
Universum kan zijn eigen volmaaktheid uitsluitend beleven in relatie tot
onvolmaaktheid.
Wij
kunnen volmaaktheid uitsluitend beleven in relatie tot onvolmaaktheid.
Toch
bestaat er in het Universum uitsluitend volmaaktheid. Dat zou dus betekenen dat
die volmaaktheid nooit beleefd zou kunnen worden. Op de vraag: “Hoe kan die
volmaaktheid dan toch beleefd worden?” heeft het Universum een volmaakte
oplossing gevonden:
Creëer
een soort die het vermogen voor bewuste beleving heeft, en daarnaast in staat
en vrij is om zelf te creëren. Zodanig vrij, dat die soort ook vrij en in staat
is om onvolmaaktheid te creëren. Onvolmaaktheid die door die soort zelf
gecreëerd wordt en als zodanig beleefd wordt. En die diezelfde soort in staat
stelt om vervolgens de
volmaaktheid van het Universum te beleven in relatie tot de (door die soort zelf gecreëerde)
onvolmaaktheid.
Dat betekent dus dat die (door mensen gecreëerde) onvolmaaktheid, volmaakt deel uitmaaktvan de volmaaktheid van
het Universum. Het Universum waarvan wij (hier op aarde) het onderdeel zijn dat
zichzelf bewust beleeft. Wij maken deel uit van het (zelf)bewustzijn van het
Universum.
Dat betekent dus dat die (door mensen gecreëerde) onvolmaaktheid, volmaakt deel uitmaakt
Als
relatief jonge soort, hebben we dus eerst kennis moeten maken met
onvolmaaktheid (die we zelf gecreëerd hebben), voordat we bewuste waardering
voor de
volmaaktheid van het Universum (met alles daarin, inclusief
onszelf) konden krijgen.
Persoonlijk
denk ik dat we nu voldoende onvolmaaktheid beleefd hebben om de volgende stap
te maken naar onze functie binnen de volmaaktheid van het
Universum: het Universum (met alles daarin) bewust te gaan beleven en waarderen
voor wat het IS: volmaakt. En die volmaaktheid voortaan te gaan gebruiken als
voorbeeld om onze eigen creaties daarmee in overeenstemming te laten zijn.
Hoe dan?
Hoe
creëren we dan een realiteit die wel
aansluit bij de
volmaaktheid van het Universum?
Om
een gewenste realiteit te creëren (een realiteit die we als “in orde” beleven,
een realiteit die de
volmaaktheid van het Universum weerspiegelt), zijn er 3 stappen
noodzakelijk:
1-
Besef DAT we onze realiteit zelf creëren.
2-
Besef van HOE we die realiteit creëren. Zie: http://achterdesamenleving.nl/5-stappen-van-de-cyclus-van-creatie/
3-
Besef van WAT we in het mechanisme moeten stoppen om een gewenste realiteit te
creëren.
Mensen
creëren dus hun eigen realiteit. Zowel op individueel als op collectief niveau.
Iedere manifestatie daarvan begint met een gedachte. Die gedachte leidt tot een
emotie, en op basis van die emotie gaan we handelen (dingen doen), en daarmee
richten we onze wereld en onze samenleving (onze realiteit) in.
Mensen
kunnen gedachten hebben die overeenstemmen met de volmaaktheid van het
Universum (overeenstemmen met waarheid), of gedachten hebben die dissoneren met
die volmaaktheid (onware gedachten). Een gedachte die overeenstemt met
waarheid, levert daarom (via emotie en handelen) een met het Universum
harmoniërende realiteit op.
Iedere
ongewenste, als onvolmaakt beleefde realiteit is daarom gebaseerd op een onware
gedachte. In het universum bestaat onvolmaaktheid niet. Iedere onvolmaaktheid
die we beleven is daarom het gevolg van ons eigen handelen, en dat handelen is
gebaseerd op ons denken. Dus, als we een onvolmaaktheid beleven, dan moeten we
kijken naar onze achterliggende, onware gedachte.
Mensen
gaan meestal handelen als ze denken dat iets niet-in-orde is (als ze oordelen). Wanneer ze dat denken terwijl het in werkelijkheid
wel in orde was, dan zullen ze iets
dat al volmaakt was, proberen aan te passen. En daarmee dus onvolmaakt maken.
Iedere
gedachte over de
onvolmaaktheid van iets , levert daarom uiteindelijk (via
emotie en handelen) een onvolmaakte realiteit op. Een realiteit die niet meer
harmonieert met de werkelijke aard (de waarheid) van het Universum.
Dat
Universum wordt gekenmerkt door volmaaktheid. Hierin is dus altijd het perfecte
voorbeeld te vinden. Wanneer we onze realiteit als negatief beleven, ligt daar
een negatieve gedachte aan ten grondslag. Een gedachte over de imperfectie van iets.
Dat is dus per definitie een onware gedachte.
Omdat
in alles (ook in de door onszelf gecreëerde onvolmaakte realiteit) volmaaktheid
te vinden is, kun je daarop je aandacht richten. Dat gebeurt meestal niet omdat
mensen de neiging hebben om hun aandacht juist te richten op hetgeen ze als een
“probleem” zien. Op de ONvolmaaktheid van dingen dus. En dat leidt dan
weer tot een nieuwe gedachte over onvolmaaktheid, en daarmee (via emotie en
handelen) weer tot nieuwe onvolmaakte realiteit. Zo blijven “problemen” in
stand.
De
oplossing is dus je gedachten te baseren op de volmaaktheid die in alles ook
aanwezig is. Dat betekent dat het nodig is om je aandacht om te buigen van
aandacht voor ONvolmaaktheid (problemen) naar aandacht voor volmaaktheid. Zoek
bewust naar de volmaaktheid in alles, en je gedachten zullen daarop gebaseerd
zijn. En dat zal uiteindelijk een realiteit opleveren die daarbij aansluit.
Dat
betekent niet dat we de door onszelf gecreëerde onvolmaaktheid moeten negeren.
Het betekent dat me moeten beseffen dat wij ZELF die onvolmaakte realiteit
creëren volgens hetzelfde volmaakte
mechanisme waarmee we ook een realiteit kunnen creëren die we WEL als “in
orde” beleven.
Als
we beseffen dat we zelfs in staat
zijn om een realiteit te creëren die afwijkt van de aard van het Universum (dat
we zelfs daarvoor het volmaakte
vermogen bezitten), dan zullen we beseffen dat we dat vermogen veel gemakkelijker kunnen inzetten om
een realiteit de creëren die juist wel
overeenstemt met de aard
van dat Universum.
Als
we beseffen dat we het perfecte gereedschap daarvoor in handen hebben, en we
leren hoe we het kunnen gebruiken, dan kunnen we letterlijk maken wat we
willen. Dan kunnen onze creaties dus ook de volmaaktheid van het
Universum weerspiegelen. Het volmaakte voorbeeld daarvoor ligt altijd recht
voor onze neus.
zondag 14 september 2014
Hoe we realiteit creëren
Op de website mensenrechten.org las ik een boeiend artikel over stressvolle gedachten.
Ik vind het altijd fascinerend om te kijken naar wat dingen
nou eigenlijk ZIJN. Dus ook naar wat stressvolle gedachten nou eigenlijk zijn.
Alle stressvolle gedachten, zijn gedachten over de onvolmaaktheid van iets.
Een gedachte over iets dat "niet in orde" zou zijn. Alleen als we
denken dat iets niet in orde is, hebben we een stressvolle gedachte. En dat
leidt tot gedachten dat de wereld anders zou moeten zijn dan deze is. En tot
pogingen die wereld te veranderen. Zodat die wereld wel wordt zoals we denken
of wensen dat hij zou moeten zijn.
Die stressvolle gedachten zijn dus allemaal gericht op onze
beleving van de realiteit. Op het
afwijzen/veroordelen van die realiteit en het verlangen naar een betere
realiteit. Het lijkt alsof die onprettige realiteit ons
"overkomt".
Maar die realiteit is door onszelf gecreëerd. Die
onvolmaakte realiteit, is een rechtstreeks gevolg van onze gedachten. Op basis
daarvan, hebben we hem gebouwd.
Wanneer die gedachten, gedachten waren over onvolmaaktheid (gedachten dat dingen
"niet in orde" zijn), dan zal daar een realiteit uit ontstaan die
deze onvolmaaktheid in zich heeft. Een realiteit die we zelf gebouwd hebben,
gedreven door onze gedachten.
Die onvolmaaktheid merken we vervolgens op, en dan zeggen we:
"Zie je wel! Het is WERKELIJK onvolmaakt/niet in orde!" En zo is het
kringetje rond.
Een voorbeeld van een realiteit die de meeste mensen als
onvolmaakt/niet in orde beleven, is oorlog. Door naar het verschijnsel oorlog
te kijken, zie je dat het een volmaakt
gevolg is van een gedachte over onvolmaaktheid. De gedachte achter oorlog, is
een gedachte over de onvolmaaktheid van mensen.
Die gedachte is: mensen zijn in potentie kwaadaardig (een
onvolmaaktheid dus)
De daaruit volgende emotie is: angst voor mensen.
Het daaruit volgende handelen is: ons ertegen bewapenen,
over en weer.
De daaruit volgende realiteit is: oorlog.
De daaruit volgende bevestiging is: Zie je wel! Mensen zijn
kwaadaardig want ze schieten elkaar dood!
De onvolmaakte realiteit die oorlog heet, is een volmaakt gevolg
Nog een voorbeeld*:
Gedachte: we kunnen niet leven zonder geld (gedachte over onvolmaaktheid/ontoereikendheid)
Emotie: angst voor tekort, of hebzucht (wat hetzelfde is)
Handelen: voor alles geld vragen
Realiteit: voor alles geld moeten betalen
Bevestiging: zie je wel! we kunnen niet leven zonder geld
Stressvolle gedachten (gedachten over onvolmaaktheid)
leveren zo een stressvolle realiteit op die de stressvolle gedachten bevestigt.
Dit mechanisme houdt zichzelf dus in stand. Dit is de enige reden waarom
verandering zo moeizaam is.
De enige manier om uit dit kringetje te stappen, is de
aandacht niet te langer te richten op de door onszelf gemaakte onvolmaakte
realiteit, maar op het mechanisme dat tussen
ons denken en het resultaat ligt. Het mechanisme dat altijd een gevolg oplevert
dat volmaakt beantwoordt aan de gedachte die we erin gestopt hebben.
Dat mechanisme is dus WEL volmaakt. Het besef hiervan, betekent dat
we de vrijheid hebben om erin te stoppen wat we maar willen, en dat we daarmee
een realiteit kunnen creëren die we maar willen.
Door onze aandacht niet langer te richten op de onvolmaakte
realiteit (oorlog bijv.), maar op het volmaakte mechanisme (de natuurwet) dat
tussen onze gedachte en die realiteit ligt, zien we dat we een volmaakt
gereedschap ter beschikking hebben waarmee we kunnen doen wat we maar willen en
waarmee we een realiteit kunnen creëren die we maar willen.
We hebben onze aandacht dan veel minder op WAT we gecreëerd
hebben (het product van onze gedachte: de realiteit die ons leek te "overkomen") en veel meer op HOE we
creëren. En dus ook HOE we iets anders kunnen creëren.
Anders gezegd: als we inzien dat wij een realiteit kunnen
creëren die we als niet-in-orde beleven en hoe we dat doen, dan kunnen we, gebruik makend van
hetzelfde tussenliggende (volmaakte) mechanisme, ook
een realiteit creëren die we wel in
orde vinden. Het betekent dat we in staat
worden om verantwoordelijkheid te nemen voor het hetgeen we creëren. En dat is
vrijheid.
Inzicht over de volmaaktheid van dat
mechanisme, is een gedachte over volmaaktheid. Het zien, waarderen en gebruiken
van deze volmaaktheid, zal dan ook leiden tot een realiteit die deze gedachte
in zich heeft. En zo kunnen we ons creërende vermogen aanwenden om een
realiteit te maken die wel naar onze
zin is. Die we wel als "in orde" beleven. Waarvan we ook zullen zeggen:
"Zie je wel! onze gedachte klopte!" En zo is ook dat kringetje rond.
*Dit zijn voorbeelden van een collectieve gedachte en een
daaruit voortvloeiende collectieve realiteit (oorlog/afhankelijkheid van geld). Individueel werkt het mechanisme ook
zo. Op precies dezelfde manier. Ook individueel leidt een gedachte, via emotie
en handelen, tot (beleefde) realiteit en die realiteit bevestigt de initiële
gedachte waaruit hij is voortgekomen.
Het is de cyclus van creatie (en behoud) van realiteit, zoals
aangegeven is in het plaatje hierboven. Ik geef een paar heel verschillende voorbeelden, maar je
kunt het met iedere denkbare gedachte doen:
Gedachte: mensen vinden mij niet aardig
Emotie: angst voor
afwijzing
Handelen: mensen vermijden
Realiteit: weinig contacten
Bevestiging: Zie je wel! Mensen vinden mij niet aardig!
Gedachte: ik ben niet in staat om zelf (goede) beslissingen
te nemen en daar verantwoordelijkheid voor te dragen
Emotie: angst voor het nemen van beslissingen en het dragen
van verantwoordelijkheid
Handelen: afdragen van die verantwoordelijkheid aan een
externe autoriteit
Realiteit: afhankelijk zijn van die externe autoriteit die
beslissingen neemt (onvrijheid)
Bevestiging: Zie je wel! Ik ben niet in staat zelf beslissingen
te nemen, want ik moet gehoorzamen een de externe autoriteit die daarvoor
verantwoordelijk is
Maar ook in positieve zin:
Gedachte: ik kan goed koken
Emotie: liefde voor koken
Handelen: koken (en dus erin bekwamen)
Realiteit: lekker eten serveren
Bevestiging: Zie je wel! Ik kan goed koken!
Vul zelf een willekeurige gedachte in, en zie hoe het werkt.
donderdag 11 september 2014
Waarheid, geloof en politiek
Veel mensen geloven dat waarheid in hun gedachten zit. In de
mentale afbeelding die mensen vormen
over de dingen. Maar dat is niet waar waarheid ligt.
Waarheid ligt in de dingen zelf en niet in onze gedachten (onze mentale afbeelding) daarover. Precies zoals een schilderij van de Eiffeltoren een meer of
minder gelijkende afbeelding ervan kan zijn, maar nooit de Eiffeltoren IS.
De enige waarheid van gedachten, is dat het gedachten ZIJN.
Het zegt alleen iets over die gedachten zelf en niets over de waarheid van het
onderwerp van die gedachten. Iets blijft, onafhankelijk van hoe of wat we erover denken, gewoon precies wat het IS. Of onze gedachte erover - onze afbeelding ervan - nou gelijkt of niet.
Wij bepalen zelf in hoeverre die gedachten een meer of minder
gelijkende afbeelding van het onderwerp zijn. We kunnen die gelijkenis alleen vergroten, meer afstemmen op
het onderwerp en wat dat IS, door naar het onderwerp zelf te kijken in plaats van naar onze afbeelding ervan.
Naar onze gedachten over een onderwerp kijken, in plaats van
naar het onderwerp zelf, heet geloven.
Naar het onderwerp zelf kijken, heet waarnemen.
Om een mentale afbeelding (een gedachte) zoveel mogelijk overeen te stemmen met wat iets IS, moet je kijken naar dat iets. Dan moet je
het waarnemen. Zo maak je kennis met de waarheid van dat
iets. Zo geef je jezelf de gelegenheid je afbeelding meer gelijkend te maken
met de waarheid van dat
iets. Een correcter beeld ervan te vormen.
Een niet-gelijkende mentale afbeelding van iets, heet een
onwaarheid. In tegenstelling tot waarheid, bestaat onwaarheid uitsluitend in
onze gedachten. Het is een afbeelding van iets dat in werkelijkheid niet (zo) bestaat.
Een onwaarheid is een gedachte over iets, die niet aansluit bij iets dat als
zodanig bestaat. Het bestaat alleen zo in onze gedachten en niet daarbuiten.
Iets dat alleen in onze gedachten bestaat, maar daarbuiten
(in werkelijkheid) niet, heet een illusie. Onwaarheid is dus hetzelfde als een
illusie. Het bestaat als zodanig alleen in onze gedachten.
Onwaarheid vertellen is het overbrengen van een illusie. Het
is het laten zien van een gedachte over iets dat niet bestaat. Een incorrecte
mentale afbeelding.
Liegen is het opzettelijk
overbrengen van een incorrecte mentale afbeelding. Iemand die liegt, doet dat in
de hoop dat de ander die afbeelding zal overnemen en deze zal beschouwen als ware
het het onderwerp ervan. Als ware het waarheid.
Wanneer iemand de leugen gelooft, dan neemt hij een (opzettelijk foutieve) mentale
afbeelding van de
leugenaar over, in de veronderstelling dat het hij naar het
onderwerp zelf kijkt. In de veronderstelling dat hij naar waarheid kijkt. Terwijl
hij in werkelijkheid uitsluitend naar een mentaal plaatje kijkt.
Dit laatste doen we voortdurend. Wanneer we op het journaal
kijken naar een reportage over een oorlog, dan denken we dat we naar
oorlog kijken. Maar dat is niet waarnaar we kijken. We kijken naar een afbeelding van oorlog. Een afbeelding
die door iemand gemaakt is. Iemand die gedacht heeft dit te moeten of te willen
doen. In de hoop dat wij die afbeelding overnemen en tot onze eigen mentale afbeelding
maken. En vervolgens denken dat we naar het onderwerp (oorlog) kijken, in
plaats van naar onze afbeelding. Geloven
dus.
Er is dan geen enkele connectie tussen onze afbeelding en
die oorlog zelf. Pas wanneer we zelf
naar het gebied afreizen en die oorlog zelf waarnemen, ontstaat die connectie. Een
connectie tussen onze afbeelding en de waarheid van die
oorlog, die in die oorlog zelf besloten ligt.
Voor die tijd bestaat er geen enkel verband tussen onze
mentale afbeelding (onze gedachten over die oorlog) en de waarheid van die
oorlog. Het is slechts een losstaande afbeelding waarvan we niet kunnen weten
of die gelijkt. Als we desondanks denken waarheid te zien, dan is het een
geloof. Meer niet.
Alles wat mensen doen, doen ze op basis van hetgeen ze
denken dat waar is. Zo zullen mensen bijvoorbeeld gerust zijn als ze denken dat
de situatie veilig is (ook al is die dat in werkelijkheid niet) en angstig zijn
als ze denken dat er gevaar is (ook al is dat er in werkelijkheid niet).
In dat laatste geval, zullen de meeste mensen iets gaan doen. Iets gaan doen om het gevaar te
bezweren. En met dat doen, brengen ze iets tot stand. Daarmee creëren ze iets. En met dat creëren,
wordt hetgeen ze creëren realiteit. Dat
kan een beschermend bouwwerk zijn, of een wapen. Maar ook de vraag om beschermd
te worden door anderen.
Wanneer het lukt om mensen bang te maken voor een gevaar dat
niet werkelijk bestaat, een gevaar dat niet door die mensen zelf is waargenomen, dan is het gelukt om bij
hen een (incorrecte) mentale afbeelding te laten ontstaan. Dan geloven die mensen dat er gevaar is. Dan
kijken die mensen naar hun mentale afbeelding (hun gedachte) en geloven ze dat ze naar waarheid kijken. Dan
geloven ze een leugen.
Wanneer die mensen vervolgens om bescherming vragen tegen
dat gevaar, dan kan de leugenaar dat aanbieden. En(!) er iets voor in ruil
vragen...
Bijvoorbeeld geld, vrijheid, of de bereidheid te vechten. En
daarom was het de leugenaar te doen. Het was de leugenaar erom te doen, andere mensen een realiteit te laten
creëren die naar het profijt van de leugenaar is.
Dit mechanisme heet politiek.
Dit mechanisme werkt uiteraard alleen als die mensen bereid
zijn om, zonder eigen waarneming, een mentale afbeelding over te nemen; zich
een aangeboden gedachte eigen te
maken. En bereid zijn om die afbeelding/gedachte niet te beschouwen als een afbeelding (wat het is), maar als
waarheid (wat het niet is). Als ze daartoe bereid zijn zonder het onderwerp van
die afbeelding, zelf waargenomen te
hebben. Als ze kijken naar hun gedachten, in plaats van het onderwerp van hun
gedachten. Als ze bereid zijn te geloven
dus.
Politiek kan daarom uitsluitend (voort)bestaan zolang mensen
bereid zijn dit te doen.
maandag 1 september 2014
De klusjesman
'De klusjesman!' roept de man in het blauwe pak, 'Dat is dan
15.000 euro!'
'Hoezo?' vraagt u.
'Hoezo, hoezo...!? Omdat ik het zeg ja! Dat is
hoezo!', roept de blauwe man.
'Maar, waarom moet ik u betalen?' vraagt u netjes.
'Voor allerlei klussen die ik voor u ga doen. Dienstverlening,
zeg maar'.
'Maar.... welke
klussen dan?' vraagt u.
'Ja, dat maak ik
wel uit! In ieder geval allemaal nuttige dingen!' blaft de man.
'Hmm, in dat geval bedank ik voor uw aanbod' zegt u.
'Nee nee, u begrijpt het niet! U betaalt mij gewoon, anders stop ik u in een kooi!' dreigt de man.
De man legt u uit dat hij mensen met vuurwapens in dienst
heeft en dat hij u, bij uw weigering, onder bedreiging van die wapens zal
opsluiten.
U geeft u gewonnen en betaalt.
U hoort van uw buurtgenoten dat dezelfde man ook bij hen aan
de deur is geweest. Ook zij betaalden de man. U besluit bij elkaar te komen in
het buurthuis.
Er wordt overlegd en er wordt gediscussieerd. De één wil
graag een rode klusjesman in plaats van de blauwe , de ander wil een gele. De
verschillende meningen buitelen over elkaar. Maar niemand lijkt zich af te
vragen of zo'n klusjesman überhaupt wel een goed idee is. Onafhankelijk van de eventuele kwaliteit van
zijn werk...
Uiteindelijk wordt er gestemd en na telling van de stemmen , wordt het
de rode klusjesman.
Na korte tijd staat de nieuwe klusjesman op de stoep.
'Dat is dan 15.000 euro!' roept de rode man, 'En het kan in
de loop der tijd meer worden! Of minder, maar dat maak ik wel uit!'
'Maar' zegt u, 'ik dacht....'
'Ja, denken denken!' zegt de man, 'Laat dat maar aan ons
over. JULLIE hebben voor mij gekozen!'
'Maar, ik ben het hier niet mee eens' zegt u.
'Dat mag' zegt de rode man, 'Maar u gaat mij gewoon betalen,
anders sluit ik u op!'.
U buigt het hoofd en betaalt.
Gek verhaaltje hè. Toch is dit precies wat er iedere dag met
u gebeurt. Uw overheid bepaalt DAT u moet betalen en WAT u moet betalen.
Daarnaast bepaalt diezelfde overheid ook welke diensten u ervoor in ruil krijgt
(en of u er diensten voor in ruil
krijgt). Over al deze zaken hebt u niets te vertellen. U kunt alleen kiezen
voor een ander gezicht, een andere kleur.
Voor u blijven de voorwaarden hetzelfde: u moet
gehoorzamen, anders belandt u, onder bedreiging van geweld, in een kooi.
vrijdag 1 augustus 2014
Vrijheid: input - output
Alle mechanismen in het universum (en dus ook op aarde) verlopen
volmaakt. Alles gaat via de onveranderbare wetmatigheden der natuur. Al die
mechanismen hebben betrekking op oorzaak en gevolg: als je er aan de ene kant
iets instopt, komt er aan de andere kant iets uit. Wat eruit komt, wordt dus
bepaald door wat je erin stopt.
Het tussenliggende mechanisme ligt vast. Als er iets uitkomt
dat niet naar onze zin is, dan ligt dat dus altijd aan hetgeen we erin gestopt
hebben.
We kunnen dan klagen over het tegenvallende resultaat, we
kunnen ertegen protesteren, of we kunnen dozijnen petities tekenen. Maar dat
verandert er helemaal niets aan. Het enige dat erop zit, is er voortaan iets
anders instoppen.
Wat hebben we erin gestopt dat het teleurstellende resultaat
opleverde? We dachten, verwachtten, hoopten dat er een positief resultaat zou
komen (we deden het met de beste intenties) maar het viel tegen. We vergisten ons. Wat was de vergissing?
Alleen door ernaar te kijken, kan er begrip ontstaan over het verband
tussen input en output. Begrip over het tussenliggende mechanisme. En dan kun je
er de volgende keer iets instoppen dat wel een bevredigend resultaat oplevert. Dat kan alleen als je beseft dat je eigen input het onbevredigende resultaat voortbracht. Dit
besef heet verantwoordelijkheid nemen.
Verantwoordelijkheid nemen brengt dus de mogelijkheid om
resultaten in overeenstemming te krijgen met intenties. Als mij het resultaat
niet bevalt, kan ik voortaan iets op een andere manier doen. Met een ander
resultaat.
Ik zou natuurlijk ook kunnen proberen dat over te laten aan
anderen. Daarmee zou ik zeggen: het
resultaat bevalt me niet, maar desondanks wil ik hetzelfde blijven doen; JULLIE
moeten dingen anders doen om het door mij gewenste resultaat te genereren.
Ik geef daarmee de verantwoordelijkheid voor het resultaat aan die anderen.
Maar of die anderen dat ook werkelijk zullen doen, daarover
heb ik niks te vertellen. Ik heb alleen iets over mijn eigen gedrag te
vertellen. Wanneer ik wil dat anderen het door mij gewenste resultaat
genereren, dan word ik afhankelijk van de medewerking
van anderen. Wat zij doen wordt dan bepalend voor het
resultaat. Zij bepalen dan immers hoe de resultaten eruit zien, en ik moet nog
maar zien of dat naar mijn zin zal zijn of niet. Ik geef daarmee die anderen
macht over mij.
Als de resultaten dan niet naar mijn zin zijn, kan ik die
anderen smeken (of proberen te dwingen) om het anders te doen zodat het wel naar mijn zin wordt. Maar ik
blijf afhankelijk van hun wil (of gehoorzaamheid). En afhankelijk betekent onvrij.
Met het weggeven van verantwoordelijkheid, geef ik anderen
macht over mij en maak ik mijzelf onvrij. En ik doe dat helemaal zelf. Daarvoor
ben ik dus verantwoordelijk. Het is dus niet gelukt om mijn verantwoordelijkheid weg
te geven.
Ook dit is dus weer een eenvoudig mechanisme. Een
wetmatigheid. Klagen over de uitkomst (onvrijheid) is dus zinloos. Je hebt iets
in het mechanisme gestopt (poging tot afdragen van verantwoordelijkheid), en
wat er vervolgens uitkomt, is onvermijdelijk (onvrijheid).
Als dat niet bevalt, dan kun je dat aanvaarden, of er iets
anders instoppen. In dit geval betekent dit dus: verantwoordelijkheid nemen
voor wat je zelf doet. En daarmee voor het resultaat daarvan: vrijheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)






