zondag 16 december 2018

Hoe werkt ons moderne slavernijsysteem?






Laten we eerst vaststellen wat slavernij IS. Slavernij is een situatie waarin de één bezitter wordt van de arbeidsopbrengst van de ander. 

Er is sprake van een slavernijsysteem, wanneer zeer weinigen systematisch bezitter worden van de arbeidsopbrengst van zeer velen. Wanneer veel slaven het resultaat van hun werk dus moeten afstaan aan één of enkele bazen.





Eigendom en bezit

Eigendom is: “dat wat iemand eigen is”. Wat ons eigen is, is onze tijd van leven en onze levensenergie. In een rechtmatige situatie kunnen we kiezen wanneer en hoe we die tijd en energie inzetten. De opbrengst van die inzet is dan ons eigendom. Zowel onze tijd van leven, als onze levensenergie, als het resultaat van de inzet daarvan, is ons eigendom.

Bezit is: “dat wat bezet is”. Bezit is dus bezet eigendom. Wanneer dit eigendom van een ander betreft, dan is dat bezit onrechtmatig.

De opbrengst van slavernij bestaat dus uit onrechtmatig verkregen bezit, bestaand uit eigendom van anderen.

Ieder slavernijsysteem bestaat uit bazen en slaven. Degenen die exploiteren, en degenen die geëxploiteerd worden dus. Slavernij is een exploitatievorm die eigendom van velen, overhevelt naar bezit van enkelen.

Vroeger en nu

In de tijd van de slavenplantages was slavernij openlijk en uiterst zichtbaar. De bazen lieten de slaven al het werk doen, en dwongen ze de opbrengst van dat werk af te staan. Een klein deel van de opbrengst van de plantage werd gereserveerd voor voedsel en onderdak voor de slaven. Zodat ze konden blijven werken.

Sindsdien is er veel veranderd, maar in essentie werkt het nog vrijwel hetzelfde. Ook nu laten de bazen de slaven al het werk doen. Maar in plaats van voedsel en onderdak te verstrekken, geven de bazen de slaven geld (loon). Daarmee moeten die slaven zelf hun voedsel en onderdak kopen. Zodat ze kunnen blijven werken.

In plaats van de geplukte katoen direct bij de plantage op te eisen, moeten de moderne bazen nu dus een andere manier gebruiken om de opbrengst van het werk (het eigendom van de werkenden dus) in bezit te krijgen.  

Winst en belasting

In ons systeem gebeurt dat via winst en belasting. Dit zijn de enige instrumenten die het moderne slavernijsysteem ter beschikking heeft om eigendom van de werkenden af te nemen en dat toe te voegen aan het bezit van de bazen.

Winst:

Winst is het verschil tussen de kostprijs van iets, en de verkoopprijs ervan. Alle producten en diensten (hierna “producten” genoemd) worden voortgebracht door de werkenden. Het zijn de resultaten van hun inspanningen. En dus hun eigendom.

Vanwege automatisering is die productie steeds efficiënter geworden. Er zijn daardoor steeds minder menselijke inspanningen nodig voor een gegeven productiecapaciteit. Maar ook die machines worden gemaakt door werkenden. Daarom zijn uiteindelijk alle producten nog steeds het resultaat van de inspanningen van werkenden.

In het huidige slavernijsysteem moeten de werkenden die producten afstaan aan de bazen in ruil voor loon. Die bazen verkopen diezelfde producten vervolgens terug aan de werkenden, tegen meer geld dan ze gekregen hebben voor het maken ervan. Het verschil heet winst. Die winst komt in het bezit van de bazen.

Willen (of moeten; ook moderne slaven hebben voedsel en onderdak nodig) de slaven dus toegang verkrijgen tot de producten die ze zelf gemaakt hebben, dan moeten ze hun loon weer afstaan aan de bazen.

Omdat de prijzen van producten, vanwege de winst, altijd hoger zijn dan het loon dat de werkenden ontvingen voor het maken van die producten, kunnen ze niet beschikken over het grootste deel van hun eigen productie (hun eigendom). Dat deel wordt toegevoegd aan het bezit van de bazen.

De bazen worden zo bezitter van het eigendom (het resultaat van inspanning) van de slaven.

Winst bestaat dus uit eigendom van werkenden, dat in bezit genomen is door bazen. Winst is opbrengst van slavernij.

Belasting:

Naast het deel van hun eigendom dat slaven moeten afstaan aan winst, moeten ze ook een groot deel afstaan aan belasting. Belasting bestaat dus ook uit afgenomen eigendom.

Het heffen van belasting wordt gerechtvaardigd door de bewering dat daarmee voorzieningen worden betaald. Die voorzieningen, zoals wegen, infrastructuren diensten etc. bestaan ook uit producten. Producten die voortgebracht worden door werkenden. Ook zij krijgen daarvoor loon, maar ook zij moeten het grootste deel daarvan direct weer afstaan, omdat ook zij belasting moeten betalen.

Geld en rente

De werkenden worden beloond met geld. Dat geld wordt door de bazen geproduceerd. Die bazen hebben in de loop der tijd daarvoor een instrument ontwikkeld. Wij kennen dat instrument als “banken”. De bazen bezitten de banken. Banken maken dat geld uit het niets. Zonder noemenswaardige inspanning dus.

Zij stellen dat geld beschikbaar aan de slavenpopulatie door het aan te bieden als krediet. Als lening dus. Geen enkele euro (of dollar) wordt beschikbaar gesteld zonder dat daar een schuldeis tegenover staat. Hoe meer geld er dus beschikbaar is, hoe meer schuld er bestaat.

Over die schuld wordt rente (rente is winst op geld) geheven. Er moet dus altijd meer geld worden terugbetaald dan er beschikbaar gesteld is. Daarom is er altijd meer schuld dan er geld bestaat.

De rente moet worden betaald uit het loon dat de slaven verkregen hebben in ruil voor hun arbeid. Omdat de schuld systematisch hoger wordt vanwege de rente, kunnen de slaven zich nooit bevrijden van deze vorm van slavernij.

Omdat de banken (als instrument van de bazen) dat geld - met de toegevoegde rente - produceren zonder noemenswaardige inspanning, en de slaven ervoor moeten werken, worden de bazen zo eigenaar van het eigendom (resultaten van inspanning) van de slaven.

Wat is de omvang van de huidige slavernij? 

In Nederland is dat ongeveer 90%. Het totaal van alle opbrengsten van inspanning (arbeid) in Nederland heet het BBP (bruto binnenlands product). De werkenden die alles voortbrengen met hun inspanningen, ontvangen daarvan ongeveer 30% als bruto beloning. Van dat brutoloon moeten ze gemiddeld nog ongeveer 70% afstaan aan allerlei belastingen. Dan blijft er voor de slaven dus een kleine 10% over om zich van voedsel en onderdak (en andere levensbehoeften) te voorzien. De rest (ongeveer 90% dus) gaat naar de bazen.

De bewering dat belastingen worden gebruikt voor voorzieningen is maar voor een heel klein deel waar. Als belastinggeld werkelijk werd uitgegeven aan loon voor degenen die de voorzieningen (wegen etc.) maken, dan zou dat geld dus van de ene werkende naar de andere gaan. En dan zou dat geld dus bij het totaal aan betaalde lonen komen.

De omvang van de huidige slavernij is daarmee groter dan ooit.  In tegenstelling tot vroeger is nu niet een selecte groep slaaf, maar vrijwel iedereen. Van iedereen (behalve de bazen) wordt verreweg het grootste deel van zijn eigendom afgenomen en toegevoegd aan het bezit dan de bazen.

Dit betekent dat de opbrengst voor de bazen zo enorm is, dat het bestaansniveau van de slaven hoger kan zijn dan vroeger. Er zijn nu veel meer slaven die geëxploiteerd worden dan voorheen. Daarom kan er voor de slaven iets meer overblijven dan bij het ouderwetse systeem. Het voordeel daarvan is dat die slaven dan minder ontevreden zijn.

Nog nooit in de geschiedenis was de scheve verhouding tussen eigendom en bezit zo groot. Letterlijk een handvol bazen bezit nu meer dan de helft van alle rijkdom op de wereld. Het is het resultaat van het moderne slavernijsysteem dat het overgrote deel van al het eigendom van mensen, in bezit van enkele bazen heeft gebracht.

Geloof

Een cruciaal element van dit slavernijmodel, is het feit dat deze vorm van slavernij niet openlijk is. De bazen hebben in het verleden beseft dat mensen gemakkelijker slaaf zijn en slaaf blijven, als ze geloven GEEN slaaf te zijn.

Vaak zeggen mensen tegen mij: “Ja maar, ik voel me helemaal geen slaaf!”. En dat is precies de bedoeling van het systeem. Het maakt gebruik van een eenvoudig psychologisch mechanisme: als mensen geloven ‘vrij’ (geen slaaf) te zijn, dan voelen ze zich geen slaaf. Vandaar dat ons (via de media die ook eigendom zijn van de bazen) voortdurend verteld wordt dat we “vrij” zijn. Kennelijk hebben we het massaal geloofd.

Slavernij is geen gevoel. Slavernij is een feitelijke situatie. Het is de situatie waarin enkelen velen exploiteren. Of die velen dat al dan niet beseffen (en dat dus al dan niet voelen), doet daar niets aan af.

Maar omdat het geloof van de slaven van doorslaggevend belang is voor het (voort)bestaan van dit slavernijsysteem, ligt hierin ook de achilleshiel ervan. Zodra de slaven gaan beseffen wat de feitelijke situatie is (slavernij), dan vervalt dat geloof. En daarmee dus ook het belangrijkste fundament eronder. 





woensdag 5 december 2018

Klimaatslavernij



Er is veel discussie over het al dan niet bestaan van klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteit. Sommigen beweren dat het een leugen is, maar de meerderheid lijkt het te geloven, en de discussie verhardt. 

Veel minder discussie is er over de voorgespiegelde “oplossing” van dat klimaatprobleem. Die voorgehouden oplossing is eenvoudig als altijd: méér betalen en minder keuzevrijheid!

Voor politiek en media (en voor iedereen die ze gelooft) lijkt het vanzelfsprekend dat méér betalen (inleveren van loon, oftewel opbrengst van arbeid) en minder vrijheid (inleveren van keuzemogelijkheid) de oplossing voor ieder denkbaar probleem is.

Toch kennen we voor het inleveren van loon (opbrengst van arbeid) en inleveren van vrijheid (keuzemogelijkheid) een simpel maar erg doeltreffend woord: slavernij. Slaven zijn mensen die de opbrengst van hun werk, en hun vrijheid moeten afgeven. Niet alles natuurlijk, want dan overleven ze niet, maar wel zoveel als mogelijk is.

De gangbare bewering is dus: meer slavernij is de oplossing voor ieder probleem, en dus ook voor het “klimaatprobleem”.

Politiek en media beweren daarmee dat de aarde niet duurzaam kan functioneren zonder slavernij. Hoe groter en bedreigender het voorgespiegelde “probleem”, hoe meer slavernij daardoor gerechtvaardigd wordt. De essentie van de bewering is dus: slavernij is een vereiste voor een duurzaam functionerende wereld.

Nou zijn er twee mogelijkheden:
Of het klimaatprobleem is werkelijk, of dat is het niet.

-         - Als het niet werkelijk is, dan wordt het voorgewend met de bedoeling een valse rechtvaardiging te genereren voor meer slavernij. Dat zou begrijpelijk zijn. Slavernij is nou eenmaal erg lucratief voor degenen die de slaven exploiteren. En omdat slavernij een nogal negatieve bijklank heeft voor de meeste mensen, is het handig om het anders te noemen en er een (geloofde) rechtvaardiging voor aan te dragen. In dat geval is de aanleiding (“klimaatprobleem”) simpelweg een leugen. En de oplossing (“meer slavernij lost het klimaatprobleem op”) dus ook.

-          - Als het wel werkelijk is, en als de planeet dus werkelijk aan de vooravond staat van een grote klimaatramp, dan moet daarvoor natuurlijk een oplossing gevonden worden. Politiek en media kennen echter maar één oplossing: meer slavernij. De bewering is dan dus: “meer slavernij lost het klimaatprobleem op”. Hier is dan niet de vraag: “is het klimaatprobleem werkelijk?” (want dat is het dan), maar “is deze oplossing juist?”

In beide gevallen leidt het dus tot meer slavernij. In beide gevallen wordt ervan uitgegaan dat meer slavernij de oplossing is voor een (al dan niet werkelijk bestaand) probleem.

De logische vraag is dan: is het überhaupt mogelijk dat een probleem kan worden opgelost door middel van slavernij? Is de bewering: “méér slavernij is de oplossing voor problemen” waar? Los van de vraag of het probleem werkelijk bestaat of niet.

Eén ding is zeker: slavernij is erg lucratief voor degenen die de slaven exploiteren. Degenen die van de slavernij profiteren dus. Traditiegetrouw zijn dat degenen die aan de top van de hiërarchische ladder staat. Zij zijn degenen met de meeste financiële middelen, maar ook degenen met de meeste macht. De rijken en machtigen dus. Anders gezegd: het zijn altijd de bazen die van de slaven profiteren. 

Met hun rijkdom en macht hebben zij ook de meeste invloed op politiek en media. Voor hen is het dus zowel erg lucratief, als mogelijk om mensen, via die politiek en media, te laten geloven dat meer slavernij noodzakelijk is voor het behoud van de wereld. Zodat die mensen zich erin schikken.

Maar wat als slavernij nooit een werkelijke oplossing is voor welk probleem dan ook (buiten de ongebreidelde geld- en machtshonger van een bovenklasse)? In dat geval maakt het niet meer uit of het “klimaatprobleem” werkelijk is of niet.

Als het een leugen is, dan is meer slavernij de bedoeling. Als het werkelijk is, dan wordt het probleem aangegrepen als gelegenheid om meer slavernij te realiseren. Dan is meer slavernij (en dus niet het oplossen van het probleem) ook de bedoeling.

In het eerste geval is er geen werkelijk probleem en is een “oplossing” dus überhaupt overbodig. In het tweede geval is er wel een werkelijk probleem, maar dan wordt dat niet opgelost met de opgelegde “oplossing”.

Er komt dan slechts een probleem bij: meer slavernij.

Misschien (nou ja, misschien…) is het voor ons handiger om te beseffen dat geen enkel werkelijk probleem kan worden opgelost door middel van slavernij. Zodra er een probleem wordt voorgespiegeld dat vereist dat we loon (opbrengst van onze arbeid) en/of vrijheid inleveren, hebben we te maken met een leugen.

Dan is OF het probleem niet werkelijk bestaand en dus een leugen, OF de oplegde oplossing een leugen. In dat laatste geval zijn we dubbel de pineut. Want dan vergaat de wereld alsnog, maar nu zullen we dat beleven vanuit een slavenpositie.



woensdag 18 april 2018

Pietje, Marietje en de muntenman

 
 
 

 
 
Stel je voor, je hebt een gezin met 2 kinderen: Marietje en Pietje
Beiden doen dagelijks een klus. Marietje stofzuigt, en Pietje doet de afwas. Als ze klaar zijn, krijgen ze een muntje. In ruil voor dat muntje kunnen ze de volgende dag eten krijgen.

Op een dag komt er een afwasmachine. Pietje kan zijn klus niet meer doen, want de afwasgelegenheid is vervallen. Hij kan geen muntje verdienen, en krijgt dus ook geen eten.

Pietje krijgt al snel honger, en probeert de stofzuigtaak van Marietje af te pakken, om toch te kunnen eten. Marietje, die eigenlijk helemaal niet van stofzuigen hield, blijkt er nu toch wel erg gehecht aan te zijn, en verdedigt zich met hand en tand.

Maar het wordt nog veel gekker: de muntjes worden geleverd door de muntenman. Hij stelt ze beschikbaar, maar hoeveel klussen er ook gedaan worden, het gezin moet ze altijd aan de muntenman teruggeven, vermeerderd met periodieke rente. Hoe langer het gezin gebruik maakt van de munten, hoe hoger het aantal munten is dat de muntenman opeist.

Uiteindelijk wordt de schuld zo groot dat alle met de klussen verkregen munten, aan de muntenman gegeven moeten worden. Hij eet aan tafel van het gezin zijn buik kogelrond in ruil voor munten die het gezin meteen weer af moet staan, want ja.... schuld. Terwijl degenen die alle klussen doen en het voedsel bereiden (de gezinsleden), niets meer te eten hebben, want.... geen munten.

Wat nu?

De oplossing is eenvoudig: stop met het idiote muntensysteem. Kijk wat er in het gezin nodig is aan klussen, en doe daar allemaal een deel van. Klussen als schoonmaken, eten koken etc.

Het resultaat is dan beschikbaar voor de leden van het gezin, zonder er muntjes voor te hoeven betalen. Het is beschikbaar als gevolg van de gezamenlijke inspanningen. En niet als gevolg van muntjes. Zoals het in de meeste gezinnen gebeurt eigenlijk.

Vreemd verhaal niewaar?

Toch is dit precies de manier waarop geld werkt in de grotere samenlevingsvorm dan een gezin. In de samenleving dus.

Ook daar is de oplossing even eenvoudig: niet langer werken met als doel muntjes te verkrijgen, maar werken om de benodigde zaken beschikbaar te maken. Zodat ze beschikbaar ZIJN voor de leden van die samenleving.