zondag 16 december 2018

Hoe werkt ons moderne slavernijsysteem?






Laten we eerst vaststellen wat slavernij IS. Slavernij is een situatie waarin de één bezitter wordt van de opbrengst van arbeid van de ander. 

Er is sprake van een slavernijsysteem, wanneer zeer weinigen eigenaar worden van de opbrengst van arbeid van zeer velen. Wanneer veel slaven hun opbrengst van arbeid dus moeten afstaan aan één of enkele bazen.





Eigendom en bezit

Eigendom is: “dat wat iemand eigen is”. Wat ons eigen is, is onze tijd van leven en onze levensenergie. In een rechtmatige situatie kunnen we kiezen wanneer en hoe we die tijd en energie inzetten. De opbrengst van die inzet is dan ons eigendom. Zowel onze tijd van leven, als onze levensenergie, als het resultaat van de inzet daarvan, is ons eigendom.

Bezit is: “dat wat bezet is”. Bezit is dus bezet eigendom. Wanneer dit eigendom van een ander betreft, dan is dat bezit onrechtmatig.

De opbrengst van slavernij bestaat dus uit onrechtmatig verkregen bezit, bestaand uit eigendom van anderen.

Ieder slavernijsysteem bestaat uit bazen en slaven. Degenen die exploiteren, en degenen die geëxploiteerd worden dus. Slavernij is een exploitatievorm die eigendom van velen, overhevelt naar bezit van enkelen.

Vroeger en nu

In de tijd van de slavenplantages was slavernij openlijk en uiterst zichtbaar. De bazen lieten de slaven al het werk doen, en dwongen ze de opbrengst van dat werk af te staan. Een klein deel van de opbrengst van de plantage werd gereserveerd voor voedsel en onderdak voor de slaven. Zodat ze konden blijven werken.

Sindsdien is er veel veranderd, maar in essentie werkt het nog vrijwel hetzelfde. Ook nu laten de bazen de slaven al het werk doen. Maar in plaats van voedsel en onderdak te verstrekken, geven de bazen de slaven geld (loon). Daarmee moeten die slaven zelf hun voedsel en onderdak kopen. Zodat ze kunnen blijven werken.

In plaats van de geplukte katoen direct bij de plantage op te eisen, moeten de moderne bazen nu dus een andere manier gebruiken om de opbrengst van het werk (het eigendom van de werkenden dus) in bezit te krijgen.  

Winst en belasting

In ons systeem gebeurt dat via winst en belasting. Dit zijn de enige instrumenten die het moderne slavernijsysteem ter beschikking heeft om eigendom van de werkenden af te nemen en dat toe te voegen aan het bezit van de bazen.

Winst:

Winst is het verschil tussen de kostprijs van iets, en de verkoopprijs ervan. Alle producten en diensten (hierna “producten” genoemd) worden voortgebracht door de werkenden. Het zijn de resultaten van hun inspanningen. En dus hun eigendom.

Vanwege automatisering is die productie steeds efficiënter geworden. Er zijn daardoor steeds minder menselijke inspanningen nodig voor een gegeven productiecapaciteit. Maar ook die machines worden gemaakt door werkenden. Daarom zijn uiteindelijk alle producten nog steeds het resultaat van de inspanningen van werkenden.

In het huidige slavernijsysteem moeten de werkenden die producten afstaan aan de bazen in ruil voor loon. Die bazen verkopen diezelfde producten vervolgens terug aan de werkenden, tegen meer geld dan ze gekregen hebben voor het maken ervan. Het verschil heet winst. Die winst komt in het bezit van de bazen.

Willen (of moeten; ook moderne slaven hebben voedsel en onderdak nodig) de slaven dus toegang verkrijgen tot de producten die ze zelf gemaakt hebben, dan moeten ze hun loon weer afstaan aan de bazen.

Omdat de prijzen van producten, vanwege de winst, altijd hoger zijn dan het loon dat de werkenden ontvingen voor het maken van die producten, kunnen ze niet beschikken over het grootste deel van hun eigen productie (hun eigendom). Dat deel wordt toegevoegd aan het bezit van de bazen.

De bazen worden zo bezitter van het eigendom (het resultaat van inspanning) van de slaven.

Winst bestaat dus uit eigendom van werkenden, dat in bezit genomen is door bazen. Winst is opbrengst van slavernij.

Belasting:

Naast het deel van hun eigendom dat slaven moeten afstaan aan winst, moeten ze ook een groot deel afstaan aan belasting. Belasting bestaat dus ook uit afgenomen eigendom.

Het heffen van belasting wordt gerechtvaardigd door de bewering dat daarmee voorzieningen worden betaald. Die voorzieningen, zoals wegen, infrastructuren diensten etc. bestaan ook uit producten. Producten die voortgebracht worden door werkenden. Ook zij krijgen daarvoor loon, maar ook zij moeten het grootste deel daarvan direct weer afstaan, omdat ook zij belasting moeten betalen.

Geld en rente

De werkenden worden beloond met geld. Dat geld wordt door de bazen geproduceerd. Die bazen hebben in de loop der tijd daarvoor een instrument ontwikkeld. Wij kennen dat instrument als “banken”. De bazen bezitten de banken. Banken maken dat geld uit het niets. Zonder noemenswaardige inspanning dus.

Zij stellen dat geld beschikbaar aan de slavenpopulatie door het aan te bieden als krediet. Als lening dus. Geen enkele euro (of dollar) wordt beschikbaar gesteld zonder dat daar een schuldeis tegenover staat. Hoe meer geld er dus beschikbaar is, hoe meer schuld er bestaat.

Over die schuld wordt rente (rente is winst op geld) geheven. Er moet dus altijd meer geld worden terugbetaald dan er beschikbaar gesteld is. Daarom is er altijd meer schuld dan er geld bestaat.

De rente moet worden betaald uit het loon dat de slaven verkregen hebben in ruil voor hun arbeid. Omdat de schuld systematisch hoger wordt vanwege de rente, kunnen de slaven zich nooit bevrijden van deze vorm van slavernij.

Omdat de banken (als instrument van de bazen) dat geld - met de toegevoegde rente - produceren zonder noemenswaardige inspanning, en de slaven ervoor moeten werken, worden de bazen zo eigenaar van het eigendom (resultaten van inspanning) van de slaven.

Wat is de omvang van de huidige slavernij? 

In Nederland is dat ongeveer 90%. Het totaal van alle opbrengsten van inspanning (arbeid) in Nederland heet het BBP (bruto binnenlands product). De werkenden die alles voortbrengen met hun inspanningen, ontvangen daarvan ongeveer 30% als bruto beloning. Van dat brutoloon moeten ze gemiddeld nog ongeveer 70% afstaan aan allerlei belastingen. Dan blijft er voor de slaven dus een kleine 10% over om zich van voedsel en onderdak (en andere levensbehoeften) te voorzien. De rest (ongeveer 90% dus) gaat naar de bazen.

De bewering dat belastingen worden gebruikt voor voorzieningen is maar voor een heel klein deel waar. Als belastinggeld werkelijk werd uitgegeven aan loon voor degenen die de voorzieningen (wegen etc.) maken, dan zou dat geld dus van de ene werkende naar de andere gaan. En dan zou dat geld dus bij het totaal aan betaalde lonen komen.

De omvang van de huidige slavernij is daarmee groter dan ooit.  In tegenstelling tot vroeger is nu niet een selecte groep slaaf, maar vrijwel iedereen. Van iedereen (behalve de bazen) wordt verreweg het grootste deel van zijn eigendom afgenomen en toegevoegd aan het bezit dan de bazen.

Dit betekent dat de opbrengst voor de bazen zo enorm is, dat het bestaansniveau van de slaven hoger kan zijn dan vroeger. Er zijn nu veel meer slaven die geëxploiteerd worden dan voorheen. Daarom kan er voor de slaven iets meer overblijven dan bij het ouderwetse systeem. Het voordeel daarvan is dat die slaven dan minder ontevreden zijn.

Nog nooit in de geschiedenis was de scheve verhouding tussen eigendom en bezit zo groot. Letterlijk een handvol bazen bezit nu meer dan de helft van alle rijkdom op de wereld. Het is het resultaat van het moderne slavernijsysteem dat het overgrote deel van al het eigendom van mensen, in bezit van enkele bazen heeft gebracht.

Geloof

Een cruciaal element van dit slavernijmodel, is het feit dat deze vorm van slavernij niet openlijk is. De bazen hebben in het verleden beseft dat mensen gemakkelijker slaaf zijn en slaaf blijven, als ze geloven GEEN slaaf te zijn.

Vaak zeggen mensen tegen mij: “Ja maar, ik voel me helemaal geen slaaf!”. En dat is precies de bedoeling van het systeem. Het maakt gebruik van een eenvoudig psychologisch mechanisme: als mensen geloven ‘vrij’ (geen slaaf) te zijn, dan voelen ze zich geen slaaf. Vandaar dat ons (via de media die ook eigendom zijn van de bazen) voortdurend verteld wordt dat we “vrij” zijn. Kennelijk hebben we het massaal geloofd.

Slavernij is geen gevoel. Slavernij is een feitelijke situatie. Het is de situatie waarin enkelen velen exploiteren. Of die velen dat al dan niet beseffen (en dat dus al dan niet voelen), doet daar niets aan af.

Maar omdat het geloof van de slaven van doorslaggevend belang is voor het (voort)bestaan van dit slavernijsysteem, ligt hierin ook de achilleshiel ervan. Zodra de slaven gaan beseffen wat de feitelijke situatie is (slavernij), dan vervalt dat geloof. En daarmee dus ook het belangrijkste fundament eronder. 





woensdag 5 december 2018

Klimaatslavernij



Er is veel discussie over het al dan niet bestaan van klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteit. Sommigen beweren dat het een leugen is, maar het geloof erin wint terrein. Ontkennen ervan wordt steeds meer zoiets als vloeken in de kerk. En de ontkenners worden dan ook weggezet als ketters.

Veel minder discussie is er over de voorgespiegelde “oplossing” van dat klimaatprobleem. Die voorgehouden oplossing is eenvoudig als altijd: méér betalen en minder keuzevrijheid!

Voor politiek en media (en voor iedereen die ze gelooft) lijkt het vanzelfsprekend dat méér betalen (inleveren van loon, oftewel opbrengst van arbeid) en minder vrijheid (inleveren van keuzemogelijkheid) de oplossing voor ieder denkbaar probleem is.

Toch kennen we voor het inleveren van loon (opbrengst van arbeid) en inleveren van vrijheid (keuzemogelijkheid) een simpel maar erg doeltreffend woord: slavernij. Slaven zijn mensen die de opbrengst van hun werk, en hun vrijheid moeten afgeven. Niet alles natuurlijk, want dan overleven ze niet, maar wel zoveel als mogelijk is.

De gangbare bewering is dus: meer slavernij is de oplossing voor ieder probleem, en dus ook voor het “klimaatprobleem”.

Politiek en media beweren daarmee dat de aarde niet duurzaam kan functioneren zonder slavernij. Hoe groter en bedreigender het voorgespiegelde “probleem”, hoe meer slavernij daardoor gerechtvaardigd wordt. De essentie van de bewering is dus: slavernij is een vereiste voor een duurzaam functionerende wereld.

Nou zijn er twee mogelijkheden:
Of het klimaatprobleem is werkelijk, of dat is het niet.

-         - Als het niet werkelijk is, dan wordt het voorgewend met de bedoeling een valse rechtvaardiging te genereren voor meer slavernij. Dat zou begrijpelijk zijn. Slavernij is nou eenmaal erg lucratief voor degenen die de slaven exploiteren. En omdat slavernij een nogal negatieve bijklank heeft voor de meeste mensen, is het handig om het anders te noemen en er een (geloofde) rechtvaardiging voor aan te dragen. In dat geval is de aanleiding (“klimaatprobleem”) simpelweg een leugen. En de oplossing (“meer slavernij lost het klimaatprobleem op”) dus ook.

-          - Als het wel werkelijk is, en als de planeet dus werkelijk aan de vooravond staat van een grote klimaatramp, dan moet daarvoor natuurlijk een oplossing gevonden worden. Politiek en media kennen echter maar één oplossing: meer slavernij. De bewering is dan dus: “meer slavernij lost het klimaatprobleem op”. Hier is dan niet de vraag: “is het klimaatprobleem werkelijk?” (want dat is het dan), maar “is deze oplossing juist?”

In beide gevallen leidt het dus tot meer slavernij. In beide gevallen wordt ervan uitgegaan dat meer slavernij de oplossing is voor een (al dan niet werkelijk bestaand) probleem.

De logische vraag is dan: is het überhaupt mogelijk dat een probleem kan worden opgelost door middel van slavernij? Is de bewering: “méér slavernij is de oplossing voor problemen” waar? Los van de vraag of het probleem werkelijk bestaat of niet.

Eén ding is zeker: slavernij is erg lucratief voor degenen die de slaven exploiteren. Degenen die van de slavernij profiteren dus. Traditiegetrouw zijn dat degenen die aan de top van de hiërarchische ladder staat. Zij zijn degenen met de meeste financiële middelen, maar ook degenen met de meeste macht. De rijken en machtigen dus. Anders gezegd: het zijn altijd de bazen die van de slaven profiteren. 

Met hun rijkdom en macht hebben zij ook de meeste invloed op politiek en media. Voor hen is het dus zowel erg lucratief, als mogelijk om mensen, via die politiek en media, te laten geloven dat meer slavernij noodzakelijk is voor het behoud van de wereld. Zodat die mensen zich erin schikken.

Maar wat als slavernij nooit een werkelijke oplossing is voor welk probleem dan ook (buiten de ongebreidelde geld- en machtshonger van een bovenklasse)? In dat geval maakt het niet meer uit of het “klimaatprobleem” werkelijk is of niet.

Als het een leugen is, dan is meer slavernij de bedoeling. Als het werkelijk is, dan wordt het probleem aangegrepen als gelegenheid om meer slavernij te realiseren. Dan is meer slavernij (en dus niet het oplossen van het probleem) ook de bedoeling.

In het eerste geval is er geen werkelijk probleem en is een “oplossing” dus überhaupt overbodig. In het tweede geval is er wel een werkelijk probleem, maar dan wordt dat niet opgelost met de opgelegde “oplossing”.

Er komt dan slechts een probleem bij: meer slavernij.

Misschien (nou ja, misschien…) is het voor ons handiger om te beseffen dat geen enkel werkelijk probleem kan worden opgelost door middel van slavernij. Zodra er een probleem wordt voorgespiegeld dat vereist dat we loon (opbrengst van onze arbeid) en/of vrijheid inleveren, hebben we te maken met een leugen.

Dan is OF het probleem niet werkelijk bestaand en dus een leugen, OF de oplegde oplossing een leugen. In dat laatste geval zijn we dubbel de pineut. Want dan vergaat de wereld alsnog, maar nu zullen we dat beleven vanuit een slavenpositie.



woensdag 18 april 2018

Pietje, Marietje en de muntenman

 
 
 

 
 
Stel je voor, je hebt een gezin met 2 kinderen: Marietje en Pietje
Beiden doen dagelijks een klus. Marietje stofzuigt, en Pietje doet de afwas. Als ze klaar zijn, krijgen ze een muntje. In ruil voor dat muntje kunnen ze de volgende dag eten krijgen.

Op een dag komt er een afwasmachine. Pietje kan zijn klus niet meer doen, want de afwasgelegenheid is vervallen. Hij kan geen muntje verdienen, en krijgt dus ook geen eten.

Pietje krijgt al snel honger, en probeert de stofzuigtaak van Marietje af te pakken, om toch te kunnen eten. Marietje, die eigenlijk helemaal niet van stofzuigen hield, blijkt er nu toch wel erg gehecht aan te zijn, en verdedigt zich met hand en tand.

Maar het wordt nog veel gekker: de muntjes worden geleverd door de muntenman. Hij stelt ze beschikbaar, maar hoeveel klussen er ook gedaan worden, het gezin moet ze altijd aan de muntenman teruggeven, vermeerderd met periodieke rente. Hoe langer het gezin gebruik maakt van de munten, hoe hoger het aantal munten is dat de muntenman opeist.

Uiteindelijk wordt de schuld zo groot dat alle met de klussen verkregen munten, aan de muntenman gegeven moeten worden. Hij eet aan tafel van het gezin zijn buik kogelrond in ruil voor munten die het gezin meteen weer af moet staan, want ja.... schuld. Terwijl degenen die alle klussen doen en het voedsel bereiden (de gezinsleden), niets meer te eten hebben, want.... geen munten.

Wat nu?

De oplossing is eenvoudig: stop met het idiote muntensysteem. Kijk wat er in het gezin nodig is aan klussen, en doe daar allemaal een deel van. Klussen als schoonmaken, eten koken etc.

Het resultaat is dan beschikbaar voor de leden van het gezin, zonder er muntjes voor te hoeven betalen. Het is beschikbaar als gevolg van de gezamenlijke inspanningen. En niet als gevolg van muntjes. Zoals het in de meeste gezinnen gebeurt eigenlijk.

Vreemd verhaal niewaar?

Toch is dit precies de manier waarop geld werkt in de grotere samenlevingsvorm dan een gezin. In de samenleving dus.

Ook daar is de oplossing even eenvoudig: niet langer werken met als doel muntjes te verkrijgen, maar werken om de benodigde zaken beschikbaar te maken. Zodat ze beschikbaar ZIJN voor de leden van die samenleving.
 

donderdag 10 maart 2016

Morele crisis



Hartzeer 

Wanneer ik naar de huidige inrichting van de wereld kijk, dan doet mijn hart pijn. Dat komt omdat de oorlog, het geweld, de hang naar macht en rijkdom en de daaruit voortvloeiende onvrijheid en armoede, totaal afwijken van mijn eigen morele waarden.

Nou wordt de wereld natuurlijk ingericht door alle mensen bij elkaar. Het kan dus zijn dat mijn persoonlijke morele waarden nogal afwijken van de morele waarden van de meeste andere mensen. Dat mijn intenties een uitzondering zijn. In dat geval zal de inrichting van de wereld uiteraard niet aansluiten bij mijn voorkeuren. En daar zal ik het dan mee moeten doen. Ik ben nou eenmaal niet alleen op de wereld. 

Maar vrijwel alle mensen die ik tegenkom en spreek, geven aan dat de wereld momenteel ook niet naar hun zin is. Dat die wereld ook bij hun morele waarden niet aansluit. Als ik ernaar vraag, zegt vrijwel iedereen liever geen oorlog, geen armoede, geen geweld en geen onvrijheid te willen. Blijkbaar ben ik dus niet de enige met hartzeer.






Waarom?

Hoe is het dan mogelijk dat we de wereld desondanks inrichten op een manier die deze dingen juist voortbrengt? Waarom richten we onze wereld in op een manier die niet naar onze zin is? Waarom sluiten onze resultaten niet aan bij de intenties van de meeste mensen? Mensen die veel liever in vrede, voorspoed en vrijheid zouden willen leven? Wat doen we verkeerd?

De wereld wordt immers ingericht door alle mensen bij elkaar. Die inrichting komt tot stand door wat we doen. Met dat doen, bouwen we die wereld en wordt hij zoals hij is. 

Als mensen zich bij hun doen en laten, zouden laten leiden door hun morele waarden en hun werkelijke intenties, dan zou die wereld dat toch moeten weerspiegelen. Maar die wereld weerspiegelt in veel gevallen precies het tegenovergestelde. 

Het kan dus eigenlijk niet anders dan dat mensen zich laten leiden door andere dingen dan hun eigen morele waarden en werkelijke intenties. Dat mensen hun doen en laten dus niet baseren op wat ze zelf okay vinden, maar op iets anders.

Welke morele waarden volgen we?

Zou het kunnen zijn dat mensen hun doen en laten baseren op de morele waarden van iemand anders dan zijzelf? Zou het kunnen zijn dat mensen hun eigen waarden ondergeschikt gemaakt hebben aan de waarden van een ander? Een ander, die andere waarden heeft dan zijzelf hebben? 

Zou het kunnen zijn dat mensen hun doen en laten baseren op morele waarden die niet de hunne zijn? Morele waarden van andere mensen? Mensen met morele waarden die volledig afwijken van hun eigen morele waarden?

Zou het kunnen zijn dat de meeste mensen zich laten leiden door een handvol andere mensen? Andere mensen die er totaal andere morele waarden op nahouden dan zijzelf?

Zou het kunnen zijn dat degenen die als "leiders" aanvaard worden, en daarom door de meeste mensen gevolgd worden, niet dezelfde waarden hebben als de meeste mensen? En dat de dingen die de mensen onder aanvoering van die "leiders" doen, niet hun eigen morele waarden weerspiegelen, maar die van de "leiders"?

Zou het zo kunnen zijn dat we onder de leiding van mensen met andere normen en waarden, een wereld gebouwd hebben die afwijkt van onze eigen normen en waarden? Een wereld die niet naar de zin is van de meeste mensen, maar alleen naar de zin (of in het voordeel) is van enkele "leiders"? 

Enkele leiders waarvan we gedacht hebben dat het een goed idee was om ze te volgen, in de veronderstelling dat hun normen en waarden vergelijkbaar zouden zijn met de onze? Dat we geloofd hebben dat onze gehoorzaamheid aan hun leiding, een wereld zou voortbrengen die bij onze voorkeuren past? 

Zou het kunnen zijn dat we ons vergist hebben?  

Zou het zo kunnen zijn dat er maar één manier bestaat om een wereld te bouwen die naar onze zin is? Zou het zo kunnen zijn dat dit alleen mogelijk is als we onze eigen normen en waarden als leidend beschouwen, en niet die van een handvol "leiders". 

Zou het zo kunnen zijn dat degenen die de ambitie hebben "leider" te zijn, er per definitie andere morele waarden op nahouden dan de meeste mensen? Dat deze "leiders" vooral gedreven worden door eigenbelang en egoïsme? Door het verlangen de wereld naar hun hand te zetten, en zichzelf te bevoordelen ten koste van de meeste andere mensen?  

Zou het zo kunnen zijn dat de huidige misstanden in de wereld en alle problemen die daaruit voortkomen, ons hierop wijzen? Uit het feit dat de meeste mensen deze situaties als probleem ervaren, blijkt immers dat de situatie niet naar de voorkeur is van die meeste mensen. 

Zou het zo kunnen zijn dat we hieruit kunnen leren dat het geen goed idee is om onze eigen morele waarden onderschikt te maken aan die van enkele "leiders"?  

Zou het zo kunnen zijn dat we nu leren dat het niet mogelijk is om de verantwoordelijkheid voor ons eigen doen en laten, te delegeren aan anderen en tegelijkertijd een resultaat te verwachten dat aansluit bij onze intenties?

Besef

Zou het zo kunnen zijn dat we daarom nu gaan beseffen dat we onze eigen morele waarden als leidend moeten gaan beschouwen? Dat dit de enige manier is om een wereld in te richten die aansluit bij die morele waarden?  

Zou het zo kunnen zijn dat het tijd wordt dat wij gaan beseffen dat we zelf verantwoordelijkheid moeten gaan nemen voor ons doen en laten, als we een leefbare wereld willen voor de mensheid? En niet een wereld die slechts enkelen bevoordeelt, en velen benadeelt?

Zou het wellicht tijd worden om onze resultaten in overeenstemming te brengen met onze intenties? Zou het wellicht tijd worden dat we gaan beseffen dat we ons daarvoor moeten laten leiden door onze eigen morele waarden? In plaats van door een kleine groep die heel andere intenties en morele waarden heeft dan de meeste van ons?

Zou het zo kunnen zijn dat we ons momenteel in een morele crisis bevinden? Een crisis die ons dwingt om ons te herbezinnen op hetgeen we werkelijk van belang vinden? 

Verantwoordelijkheid

Zou het wellicht tijd worden om te beseffen dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons doen en laten? En daarmee voor ons aandeel in de inrichting van de wereld? En dat we vervolgens de mogelijkheid en de vrijheid gaan gebruiken om een wereld in te richten die wel naar onze zin is? Een wereld die aansluit bij de morele waarden van onszelf, en (getuige hetgeen mensen zeggen) de meeste mensen?

Een wereld van vrede, vrijheid en voorspoed dus. Precies zoals de meeste mensen zeggen te willen. Een wereld waarin we kunnen leven zonder (of met veel minder) lijden dan nu het geval is, en waarnaar we kunnen kijken zonder hartzeer. Een wereld die de bestaande morele waarden van de meeste mensen weerspiegelt, in plaats van de afwijkende waarden van enkelen. 

Daarvoor is het nodig dat we stoppen ons doen en laten te laten bepalen door "leiders". Dat we stoppen "leiders" aan te wijzen (en vervolgens aan ze te gehoorzamen). Om de doodsimpele reden dat die "leiders" andere dingen van belang vinden dan wij: de meeste mensen.  

dinsdag 5 januari 2016

Contant geld en vrijheid



Gemak en veiligheid

Het is mij opgevallen dat de meeste mensen de wereld beschouwen vanuit hun eigen perspectief. Vanuit hun eigen zorgen, hun strijd om de eindjes aan elkaar geknoopt te houden, het betalen van de hypotheek of huur, de zorgen over hun baan of hun werkloosheid, de schoolprestaties van de kinderen en alle onzekerheden over hun toekomst.

Het is een belastend en vermoeiend bestaan. De eigen situatie slorpt vrijwel de volledige beschikbare aandacht op. Iedere vorm van aangeboden gemak is dus welkom. Alles dat het leven gemakkelijker maakt, vindt daarom gretig aftrek.

Toch bestaat ook de menselijke behoefte om geïnformeerd te zijn over de toestand in de wereld. Het journaal en de krant bieden een gemakkelijke en hapklare inkijk in die wereld. In een kwartiertje per dag is men weer "op de hoogte". Het beeld dat die media voorspiegelen, is een wereld die steeds gevaarlijker en bedreigender lijkt te worden. De boodschap is: wees bang, wees vooral erg bang.

Naast gemak, is daarom ook veiligheid erg gewild. Alles dat het voorgespiegelde gevaar kan bezweren, wordt in de praktijk met graagte omarmd.

De wereld vanuit een ander perspectief


Maar laten we de wereld nu ook eens vanuit een ander perspectief bezien. Deze keer niet vanuit het gebruikelijke perspectief (dat van de meeste mensen) maar vanuit het perspectief van enkelen.

Laten we de wereld nu eens niet bekijken door de ogen van de gewone man of vrouw, maar door de ogen van de meest machtige en rijke mensen op aarde. Zodat we die wereld niet vanuit slechts één kant zien, maar vanuit twee totaal verschillende perspectieven kunnen waarnemen. En daarmee een completer beeld krijgen van de werkelijke inrichting van die wereld.

Macht
 

Iedereen weet dat er machtige mensen bestaan op de wereld. Mensen met enorme invloed. Mensen die hun macht gebruikt hebben om onmetelijk rijk te worden, en hun rijkdom vervolgens gebruiken om nog machtiger te worden. Geld is immers macht.  

Macht is het vermogen om het gedrag van andere mensen te bepalen. Te bepalen wat andere mensen doen dus. Macht is de controle over het doen en laten van andere mensen. 

Dat betekent dat die andere mensen dat zelf niet meer kunnen bepalen. Wanneer mensen niet zelf kunnen bepalen wat ze doen of laten, zijn ze onvrij. Macht van de één, staat dus gelijk aan de onvrijheid van de anderen. Hoe machtiger iemand is, hoe onvrijer degenen zijn over wie hij macht heeft.

De meest machtige mensen op de wereld zijn degenen die het meeste invloed hebben. Het zijn de mensen die bepalend zijn voor de inrichting van onze wereld en logischerwijze zullen ze die wereld naar hun voordeel willen (laten) inrichten. Deze mensen zijn gebaat bij hun macht en dus gebaat bij onze onvrijheid.

Machtsinstrumenten

Maar macht heb je niet zomaar. Om macht te hebben moet je beschikken over machtsinstrumenten. De meest effectieve machtsinstrumenten zijn: controle over de regeringen, controle over de media, maar vooral controle over geld.
Met hun invloed en rijkdom hebben de machtigen der aarde zich daarom ingekocht in deze branches. Zo zijn ze er eigenaar van geworden. Met name hun controle over het bancaire systeem heeft hun macht enorm doen toenemen.
Zoals we recentelijk hebben kunnen zien in Griekenland, hebben ze het vermogen om hele landen tot de afgrond te drijven als deze ongehoorzaam dreigen te zijn. En daarmee kunnen ze dus ook hun macht uitoefenen over regeringen, die gedwongen worden naar de pijpen te dansen van deze machtselite. Anders gaat de geldkraan dicht. En dan eindigt ook de carrière van de betreffende politici.

Technologie
Geen enkel middel wordt onbenut gelaten om de macht te bestendigen of verder uit te breiden. En daarmee komen we bij een machtsinstrument dat de laatste decennia een steeds belangrijkere rol is gaan spelen: technologie.
Iedere beschikbare nieuwe technologie zal worden aangewend om de controle over de mensheid te vergroten. Met de rijkdom van de machtselite kan deze zich ook hierin eenvoudig inkopen. Het is de revolutie in de beschikbaarheid van digitale technologie die de elite nu wil gebruiken om de totale macht te vestigen over ieder individu. Omdat het kan.
En macht van de één, betekent nu eenmaal de onvrijheid van de anderen.
Met hun zeggenschap over regeringen hebben ze een totale, digitale surveillancestructuur laten opzetten. Volledig geautomatiseerd wordt er een uitgebreid persoons- en gedragsprofiel samengesteld van ieder individu. Ieder door hen gewenst en ongewenst gedrag wordt in kaart gebracht. Dit onder het mom van de (door de bevolking) zo gewenste veiligheid, zodat die bevolking daarmee instemt. Om het gevoel van onveiligheid aan te wakkeren, worden er desnoods werkelijke bedreigingen in het leven geroepen.

Verdwijnen privacy en verdwijnen contant geld
Vervolgens kan de macht van de elite over het monetaire systeem worden aangewend om ieder individu, bij ongewenst gedrag, uit te sluiten van toegang tot de levensbehoeften. Om daarmee het door de machtselite opgelegde gedrag af te dwingen. Wie niet gehoorzaamt, zal niet eten. Het is daarbij echter noodzakelijk dat er voor de bevolking geen ontsnappingsmogelijkheid meer bestaat, en gehoorzamen de enig overgebleven optie wordt.  
Van elementair belang voor het plan, is het daarom dat contant geld verdwijnt. Zolang mensen nog hun geld van de bank kunnen halen en er anoniem mee kunnen betalen, kun je mensen niet van specifieke zaken uitsluiten.  
Essentieel voor het voltooien van dit plan, is daarom het verdwijnen van contact geld, en het invoeren van volledig digitaal geld. Gecontroleerd door de banken, die weer gecontroleerd worden door de macht. Met het implementeren van dit plan is al decennia geleden gestart, door ons gewend te maken aan pinnen en digitaal bankieren. Het nadert nu de eindfase.
Het verdwijnen van privacy is op zich niet zo'n gevaar. Het verdwijnen van contant geld is op zich ook niet zo'n gevaar. Maar de combinatie, gecontroleerd door dezelfde machtselite, is levensgevaarlijk voor onze vrijheid. Het opent de weg voor totale individuele controle over al ons doen en laten. Over ons leven en ons bestaan. De macht van de machtselite, bestaat nou eenmaal uit onze onvrijheid.

Achilleshiel
Maar dit is tevens de achilleshiel van het plan. Wanneer wij het niet toestaan dat contant geld verdwijnt (omdat we het gevaar hiervan inzien) dan kan dit plan niet worden uitgevoerd. Dan kan de totalitaire technocratische wereldhegemonie niet worden ingevoerd. Dan valt het plan in duigen.
Dat is dus het werkelijk belang achter het behoud van de mogelijkheid om anoniem en contant te kunnen blijven betalen voor ons eten en andere levensbehoeften.

Wij hebben de zeggenschap EN de verantwoordelijkheid
Wij hebben hierover de werkelijke zeggenschap. Bij onze weigering te stoppen met contant geld, steken we een dikke stok voor het plan en daarmee voorkomen we het bijbehorende, volledige verlies van onze vrijheid, en de totale wereldmacht van enkelen. Het is daarom essentieel dat we er niet in meegaan.
Natuurlijk zal het "nieuwe geld" worden aangeboden onder de argumenten veiligheid en gemak. De machtselite heeft het voor elkaar gekregen dat we het zodanig moeilijk en druk hebben gekregen, dat we daarvoor gevoelig zijn geworden. Maar laten we voor één keer niet kiezen voor de weg van de minste weerstand. Laten we voor één keer kiezen voor het nemen van onze verantwoordelijkheid voor onszelf en onze kinderen. Laten we deze laatste en beslissende stap in het proces van steeds verder verdwijnende vrijheid, deze keer niet toestaan.

Graag promoot ik daarom onderstaand evenement:






Voor geïnteresseerden organiseert Handjecontantje.org de Bewust Wakker dag: over het behoud van contant geld, privacy en vrijheid.
Waar mensen samen komen om elkaar te inspireren, informeren en in de actie te komen.
We hebben de intentie om (op) deze dag te creëren vanuit het bewustzijn en de houding dat we het SAMEN te DOEN hebben, met als belangrijke voorwaarde INTEGRITEIT in de communicatie, dus zeggen wat je doet en doen wat je zegt.

Doel van deze dag is een community realiseren waarin we gezamenlijk- activiteiten gaan ontwikkelen, plannen en uitvoeren.
We brengen in kaart wat er nodig is, welke expertise er is en wat we vervolgens samen kunnen doen om de verandering die dringend nodig is, te bewerkstelligen.
Daarvoor hebben we wakkere mensen nodig die willen doen. Samen Doen. "Vrijwillig, maar niet vrijblijvend."


Praktische gegevens:
- Locatie is de Wilhelminakapel, Wilhelminaweg 7 - 3603 CR in Maarssen.
- Aanmelden kan via info@handjecontantje.org.
- Datum: zaterdag 30 januari 2016. Tijd: van 12.00 -17.00 en
daarna gelegenheid voor naborrelen (voor eigen rekening)
- We vragen een bijdrage van € 5,- voor de huur van de locatie
en de koffie/thee.
- Er is GEEN lunch bij de prijs inbegrepen.
- Voor mensen die met de trein komen: station Maarssen is goed
te bereiken vanuit Utrecht en Amsterdam, vervoer vanaf het
station en weer terug kan worden geregeld. Graag aangeven
als je je aanmeldt.
- Op de facebookpagina van het event kun je oproepen
plaatsten voor carpoolen etc.
- Graag aanmelden via info@handjecontantje.org zodat we weten hoeveel mensen er komen.
 

maandag 7 december 2015

Gevoel



Ik ben geen emotioneel mens. Spijt, verdriet, verlangen, angst: emoties gaan allemaal over dingen die er niet meer zijn, of er nog niet zijn. Kortom, over de afwezigheid van zaken.  

Maar ik ben wel een gevoelig mens. Mijn gevoel heeft mij altijd geduldig gediend. Ik heb er soms niet naar geluisterd - ik verzette me er soms tegen - maar achteraf bleek dat altijd een vergissing te zijn.

Mijn gevoel had steeds gelijk, zonder dat ook maar ééns op te eisen. Mijn gevoel wees mij altijd op de waarheid over de dingen die wel aanwezig waren, zonder me daartoe te dwingen.   

Vanavond huilde ik. Ik schrok, ik ben dat niet gewend. De tranen bleven komen en stroomden over de deplorabele staat waarin de mensheid zich bevindt.  

Deze geweldige schepselen, die tot zoveel grootsheid is staat zijn, die de vrijheid en de mogelijkheid hebben om als goden op aarde een paradijs te scheppen, die het cadeau van vrijwel oneindig potentieel zomaar ontvingen.  

Deze fascinerende, fabelachtige creaturen elkaar te zien vernietigen, vermoorden, naar het leven te staan, doet soms pijn aan mijn hart. Maar het ergste van alles: hun eigen grootsheid te zien ontkennen en zichzelf daarom te verkwanselen aan de minsten onder hen. De minsten die daarom de machtigsten geworden zijn. Letterlijk ten hemel schreiend.  

Daarop wees mij mijn gevoel. Dat gevoel dat me nooit in de steek liet. Deze gids die ieder van ons gewoon heeft mogen ontvangen en gebruiken. Onderdeel van het fantastische cadeau dat het leven is. Maar waarvan zo vaak en zo veel wordt geloofd dat het zonder waarde en zonder glans is, en daarom in zoveel gevallen niet eens wordt uitgepakt.

Het is de werkelijke definitie van het woord "zonde".

Maar tegelijkertijd zei datzelfde gevoel ook dat het cadeau er nog steeds is, dat het nog steeds kan worden uitgepakt en gebruikt. Het is niet te laat. Zolang we leven is het nooit te laat. Dit onnoemelijke menselijke potentieel is geduldig. Net zo geduldig als mijn gevoel.  

Het is er altijd en het zal altijd tot onze beschikking staan, zonder het ons kwalijk te nemen dat we het zo lang genegeerd hebben. 

Altijd dienstbaar, zonder voorwaarden. Altijd aanwezig, zonder op te dringen. Altijd liefdevol, zonder verwachtingen. Altijd indrukwekkend, zonder trots. Altijd krachtig, zonder geweld. Altijd en voor eeuwig onkwetsbaar, zonder verweer.

Dit besef kent geen verwachting, geen doel en geen plan. Het is niets meer dan een mogelijkheid. Want wij mensen hebben zelfs de vrijheid om onze grootste schatten niet te gebruiken. De mogelijkheid ze in een hoek te gooien en er niet naar om te kijken.  

Het is werkelijk, letterlijk en altijd aan ons. 

 

zondag 16 augustus 2015

Is winst goed voor de economie?


De meeste mensen geloven dat winst goed is voor de economie. Maar is dat wel zo? Of is het alleen in het belang van de winstmakers dat de meeste mensen dit geloven? Omdat die mensen dan, vanwege dit geloof, geen bezwaar maken tegen het winstmodel? 

Economie 

Economie is, collectief gezien, eigenlijk een simpel mechanisme:  

Alle producten en diensten worden gemaakt door alle mensen die ze maken. Voor hun inspanning (hun arbeid), krijgen die mensen geld. Met dat geld kopen ze vervolgens diezelfde producten en diensten.  

Dat geld komt zo terug bij de bedrijven die de producten en diensten (verder aangeduid als producten) leveren, en met dat geld kunnen die bedrijven weer de lonen betalen aan de mensen die de producten en diensten maken. Die daarmee vervolgens de producten weer kopen. Etc.  

Dit is dus een keurig, zichzelf in stand houdend mechanisme. Een mechanisme dat nooit schaarste kan opleveren, en ook nooit werkloosheid. De makers zijn de afnemers, en de afnemers zijn de makers. Het is, collectief gezien, dezelfde groep.  

Toch werkt het in de praktijk niet zo. En daar is maar één reden voor: het is voor enkelen mogelijk om systematisch geld uit het mechanisme te halen en dit voor zichzelf te houden. Zonder er zelf producten voor te maken en zonder (het grootste deel van) dat geld uit te geven aan producten.

Dit geld is vervolgens niet beschikbaar voor de makers van de producten (in de vorm van beloning voor hun arbeid) en zo kunnen die makers diezelfde producten niet allemaal meer kopen.  

Winst 

Dit verschijnsel heet winst. Winst is het verschil tussen wat mensen betaald krijgen voor het maken van producten (loon), en wat ze moeten betalen voor het kopen van die producten (prijs). Die winst komt ten goede aan de winstmaker(s). Daarvan zijn er verhoudingsgewijs maar heel weinig. Veruit de meeste mensen verkrijgen hun geld uit loon, in ruil voor hun arbeid.

Winst leidt tot rijkdom van enkelen. Miljardairs hebben hun rijkdom niet vergaard door miljoenen malen zoveel te werken als andere mensen. Ze hebben hun rijkdom niet vergaard door miljoenen malen zoveel producten te maken met hun inspanningen. Ze hebben hun rijkdom vergaard via winstmodellen. Hun rijkdom bestaat uit gemaakte winst.  

Deze winst is bijeengebracht door producten die door de werkenden gemaakt zijn, te (laten) verkopen en daar winst op te maken. Oftewel, door meer voor de producten te krijgen, dan het kost om ze te laten maken. Alle rijkdom van de rijken is zo tot stand gekomen. Geen enkele rijke, maakt zelf de producten waarop hij zijn winst maakt.

De positie van winstmaker is maar voor enkelen toegankelijk. Het is vrijwel alleen weggelegd voor mensen die al rijk zijn. Met hun vermogen kopen ze eigenaarschap (aandelen) van bedrijven en daarmee verkrijgen zij de positie van winstmaker. Deze positie wordt dus gekocht met rijkdom, en die rijkdom bestond al uit winst.  

Winst leidt tot rijkdom van de winstmaker, en die rijkdom leidt vervolgens tot nog meer winst en dus tot nog meer rijkdom. Dit heet: met geld geld vergaren. En dus niet met werken.  

Dat zou geen probleem opleveren als die rijken al dat geld vervolgens zouden uitgeven aan producten. Zodat degenen die wel werken, die producten kunnen maken en daarvoor beloond kunnen worden. Maar de rijken geven dat geld niet uit. Als ze dat wel zouden doen, dan zouden ze hun geld dus uitgegeven hebben, en dan waren ze geen rijken meer.  

Rijkdom 

Het is onmogelijk voor de rijken om dat gewonnen geld allemaal uit te geven. Ten eerste omdat ze dan niet meer rijk zouden zijn, en dan zouden er dus geen rijken bestaan. Maar ook omdat een mens nou eenmaal maar een beperkte hoeveelheid producten kan consumeren. Tien sportwagens, een collectie villa's en dagelijkse banketten met champagne en kaviaar, zijn voor miljardairs onvoldoende om het op de krijgen. Het is onmogelijk om het allemaal uit te geven aan producten. Ze blijven, ondanks hun levensstijl, nog steeds rijk. 

Het geld waaruit die rijkdom bestaat, is dus gereserveerd. Opgepot. Dat geld is dus niet beschikbaar in het mechanisme van de economie. Er kunnen, met dat rijkdomgeld, dus geen producten gekocht worden. En dus ook niet gemaakt worden. En doordat ze niet gemaakt kunnen worden, kunnen mensen dus ook niet beloond worden voor het maken ervan.  

Rijkdom van enkelen leidt dus tot afname van geld dat beschikbaar is voor het belonen van alle andere mensen, en daarmee tot afname van geld dat beschikbaar is voor het kopen van producten. De rijken geven het immers niet uit, en de niet-rijken (die alle producten maken) hebben er geen beschikking over. Omdat de rijken het voor zichzelf houden.  

Het geld waarmee ze - via winst - rijk geworden zijn, is betaald door mensen die hun geld wel uitgeven. Het is betaald door de consumenten van de producten waarop de winst gemaakt wordt. Door degenen die deze producten gekocht hebben.

En deze mensen hebben hun geld wel verkregen door te werken. Ze hebben het verdiend als beloning voor het maken van de producten (producten waarop de winst gemaakt wordt). Ze moeten voor het kopen van die producten altijd meer betalen dan ze krijgen voor het maken van diezelfde producten. Het verschil (winst) gaat naar degenen die niets maken.

Armoede en werkloosheid 

Het geld dat door de rijken uit de economie gehaald is (door het voor zichzelf te reserveren), is niet langer beschikbaar in de economie. Het is niet langer beschikbaar voor lonen om daarmee producten te maken, en dus ook niet voor consumenten om daarmee producten te kopen. Producten die niet gekocht worden, kunnen niet worden gemaakt, en dus kunnen mensen ook niet meer beloond worden voor het maken ervan. Dat betekent dus minder banen. Mensen die geen baan meer hebben, kunnen geen geld meer verdienen voor het kopen van producten, en kunnen er dus nog minder gemaakt worden, etc.  

Anders gezegd: winst leidt tot minder werkgelegenheid en dus tot minder verdiengelegenheid. 
Oftewel, toenemende winst/rijkdom van enkelen, leidt tot toenemende werkloosheid en/of armoede voor de rest.   

Dit mechanisme - het mechanisme van steeds rijker wordende rijken en afname van werk/verdiengelegenheid voor de rest - is momenteel uiterst zichtbaar.  

Het winstmodel leidt tot rijkdom van enkelen en die rijkdom leidt onherroepelijk tot krimp van de reële economie: de economie van goederen en diensten.

Uiteindelijk is alle rijkdom van de rijken betaald door de afnemers van producten (consumenten die met werken hun geld verdienen). Producten waarop de winst zit die de rijkdom van de rijken genereert. Als gevolg van die winst/rijkdom, is er minder geld beschikbaar voor de rest en kunnen de afnemers dus steeds minder producten kopen. En dus ook steeds minder bijdragen aan de winst en dus aan de rijkdom van de winstmakers.

Het winstmodel is eindig 

Om die rijkdom desondanks te kunnen laten groeien, zullen de rijken hun macht aanwenden om de beloningen (lonen) verder te laten krimpen. Of de prijzen te laten stijgen. Of een combinatie van beide. Zodat de winstmarges (ondanks teruglopende afzet) kunnen blijven bestaan of kunnen groeien. 

Maar dat leidt tot verder verlies aan koopkracht. Net zolang totdat er nauwelijks meer koopkracht over is. En er dus ook geen mogelijkheid meer bestaat tot het maken van winst.  

Het winstmechanisme is dus een eindig systeem. Het houdt op als de parasiterende partij, de geparasiteerde partij omzeep geholpen heeft. En daarmee ook haar eigen bestaansrecht opgesoupeerd heeft.


* Met winst bedoel ik corporate winst die ten goede komt aan aandeelhouders. Aandeelhouders die niet zelf werkzaam zijn in de bedrijven die hun winst genereren, maar waarvan ze wel eigenaar zijn. Aandeelhouders die uitsluitend aandeelhouder/eigenaar zijn vanwege het rendement op hun geld, die verder geen binding hebben met het bedrijf en er ook verder geen bijdrage aan leveren. Aandeelhouders die, zodra het bedrijf minder winst oplevert, hun geld verplaatsen naar een meer renderende plek.  

Met winst bedoel ik nadrukkelijk niet de opbrengst van de inspanningen van de MKB ondernemer of kleine zelfstandige die veelal zelf keihard werkt. Fiscaal gezien wordt dit ook winst genoemd, maar dat is het eigenlijk niet. Het is gewoon vergoeding voor arbeid. En dus geen winst.